Gezondheidsbevorderaar B1-K1-W2
Leerling: Annemarie Topelen
Klas: KMVZ3D_SE22B
Werkbegeleider: Lydia Woldendorp
Werklocatie: De Dilgt, PG Woning 7, Haren
Examinator werk: Greta Graafhuis
Examinator school: Kirsten Emerenciana
1
, Inhoudsopgave
Voorblad Blz. 1
Inhoudsopgave Blz. 2
Het geven van feitelijke informatie aan de zorgvrager Blz. 3 t/m 8
Het geven van instructie aan de zorgvrager Blz. 9 t/m 13
Het geven van patiënten educatie aan de zorgvrager Blz. 14 t/m 18
2
, Het geven van feitelijke informatie aan de zorgvrager
Voorlichting is een leer- en/of communicatieproces om veranderingen in kennis, inzicht,
vaardigheden en gedrag te bewerkstelligen. Voorlichting geven is dus meer dan alleen
informatieoverdracht/ voorlichting is een koepelbegrip waaronder de volgende
voorlichtingsinterventies vallen:
Informeren
Instructie
Educatie
Begeleiding
Informeren is het geven van feitelijke informatie aan een zorgvrager. Het doel hierbij is de
kennis en het inzicht van de zorgvrager vergroten, zodat hij/zij optimaal kan functioneren.
In de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) is geregeld dat
zorgvragers recht hebben op informatie. Maar mensen verschillen in hoeverre ze
geïnformeerd willen worden. Globaal gezien zijn er mensen die alles willen weten en
mensen die liever niet alles willen weten. Mensen gebruiken immers verschillende
strategieën om met de situatie om te gaan. Het is belangrijk om te informeren wat de
zorgvrager wil weten, voordat je informatie geeft, en deze wens te respecteren. De
hoeveelheid informatie pas je daarop aan.
Bij het informeren over de te verlenen zorg kun je de feitelijke gegevens verdelen in
informatie over:
Gebeurtenissen of procedure
- het betreft hier informatie over gebeurtenissen die zullen plaatsvinden. De
informatie is gericht op objectieve zaken: dan gebeurt dit…en dan gebeurt er dat..
ook de plaats van de handeling, ingreep of het onderzoek kun je vertellen en wat er
eventueel aan voorbereiding moet gebeuren. Informatie over gebeurtenissen heeft
tot doel medewerking van de zorgvrager te verkrijgen.
Gewaarwordingen
- het gaat hierbij om wat de zorgvrager zal horen, zien, voelen, ruiken en proeven. Zo
kan een verpleegkundige tegen een zorgvrager zeggen: “Ik ga u een injectie geven in
uw bovenbeen. Het is een vrij dikke vloeistof, die ik langzaam in zal spuiten. Dit zal
een beetje pijnlijk zijn. Ook kan na die tijd uw been wat stijf aanvoelen.” Informatie
over gewaarwordingen heeft tot doel dat de zorgvrager beter onderscheid kan
maken tussen wat normaal (=te verwachten) is en wat niet.
Wat de zorgvrager zelf kan doen
- informatie over wat de zorgvrager zelf kan doen, heeft tot doel het verloop van de
gebeurtenis gunstig te beïnvloeden. Deze informatie moet vooral concreet zijn en
niet te algemeen of vaag. Zo is ‘ontspan u maar, het is zo gebeurd’ informatie
waarmee de zorgvrager niet veel kan. Concreter is ‘Wanneer u uw tenen beweegt of
zich concentreert op een ander lichaamsdeel, bijvoorbeeld uw rechterhand, dan
voelt u de pijn het minst. Al deze informatie over gebeurtenissen, gewaarwordingen
en wat de zorgvrager zelf kan doen, kunnen de medewerking van de zorgvrager
3