Filosoof Amartya Sen
Amartya Sen (1933) is een filosoof die bekendheid verwierf met zijn werk over honger,
welvaartstheorie en de mechanismen achter armoede. Er zijn twee bekende uitspraken van
hem:
"Een theorie van rechtvaardigheid die wij in ons praktische redeneren kunnen gebruiken,
dient zich niet alleen te richten op de kenschets van een perfecte samenleving, maar dient
ook manieren te behelzen om bestaande onrechtvaardigheid tegen te gaan."
"Veel burgers hebben stemrecht, maar dit blijkt in de praktijk vaak een leeg concept. Om
werkelijk de capaciteit te hebben om te stemmen, moeten andere vermogens aanwezig zijn.
Het is de taak van elke overheid om voor zulke capabilities zorg te dragen."
In ‘’het idee van rechtvaardigheid’’ (2013) bekritiseert Amartya Sen abstracte theorieën over
rechtvaardigheid. Volgens hem is het niet zo zinvol om vanuit de denkstoel een perfect
rechtvaardige samenleving uit te tekenen. In plaats daarvan zijn we gebaat bij een
comparative approach, een ordening maken. Om zo’n ordening te maken heb je weinig aan
een utopisch vergezicht: geen enkele oplossing is immers ideaal. Een theorie over
rechtvaardigheid dient recht te doen aan de praktijk, waarin ideale oplossingen nu eenmaal
vaak niet haalbaar zijn.
Sen is een zeer invloedrijke denker, wiens ideeën niet alleen navolging hebben gevonden in
de academie, maar bijvoorbeeld ook in het ontwikkelingsprogramma van de verenigde
naties. Sen is aanhanger van de capability approach: het beleid van de overheid moet erop
gericht zijn om burgers concrete vermogens toe te bedelen. Als 9-jarige was Sen getuige van
de ‘grote Bengaalse hongersnood’, waarbij 3 miljoen mensen aan een hongerdood stierven.
Later concludeerde Sen dat die massasterfte onnodig was: in de regio was voldoende
voedsel aanwezig, maar het ontbrak aan de juiste instrumenten om de verschillende
bevolkingslagen daar toegang aan te verlenen. In theorie kon de hongersnood vermeden
worden, maar het ontbrak de bevolking aan de relevante capabilities om voedsel te
vergaren.
Amartya Sen (1933) is een filosoof die bekendheid verwierf met zijn werk over honger,
welvaartstheorie en de mechanismen achter armoede. Er zijn twee bekende uitspraken van
hem:
"Een theorie van rechtvaardigheid die wij in ons praktische redeneren kunnen gebruiken,
dient zich niet alleen te richten op de kenschets van een perfecte samenleving, maar dient
ook manieren te behelzen om bestaande onrechtvaardigheid tegen te gaan."
"Veel burgers hebben stemrecht, maar dit blijkt in de praktijk vaak een leeg concept. Om
werkelijk de capaciteit te hebben om te stemmen, moeten andere vermogens aanwezig zijn.
Het is de taak van elke overheid om voor zulke capabilities zorg te dragen."
In ‘’het idee van rechtvaardigheid’’ (2013) bekritiseert Amartya Sen abstracte theorieën over
rechtvaardigheid. Volgens hem is het niet zo zinvol om vanuit de denkstoel een perfect
rechtvaardige samenleving uit te tekenen. In plaats daarvan zijn we gebaat bij een
comparative approach, een ordening maken. Om zo’n ordening te maken heb je weinig aan
een utopisch vergezicht: geen enkele oplossing is immers ideaal. Een theorie over
rechtvaardigheid dient recht te doen aan de praktijk, waarin ideale oplossingen nu eenmaal
vaak niet haalbaar zijn.
Sen is een zeer invloedrijke denker, wiens ideeën niet alleen navolging hebben gevonden in
de academie, maar bijvoorbeeld ook in het ontwikkelingsprogramma van de verenigde
naties. Sen is aanhanger van de capability approach: het beleid van de overheid moet erop
gericht zijn om burgers concrete vermogens toe te bedelen. Als 9-jarige was Sen getuige van
de ‘grote Bengaalse hongersnood’, waarbij 3 miljoen mensen aan een hongerdood stierven.
Later concludeerde Sen dat die massasterfte onnodig was: in de regio was voldoende
voedsel aanwezig, maar het ontbrak aan de juiste instrumenten om de verschillende
bevolkingslagen daar toegang aan te verlenen. In theorie kon de hongersnood vermeden
worden, maar het ontbrak de bevolking aan de relevante capabilities om voedsel te
vergaren.