Wet zorg en dwang
De wet zorg en dwang regelt de rechten bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname van
mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische
aandoening (zoals dementie)
Voor wie geldt Wet zorg en dwang?
Een cliënt valt onder de wet zorg en dwang:
- Als er een verklaring is van een deskundig arts waaruit blijkt dat hij in verband met
een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking is aangewezen op
zorg en/of
- Een persoon beschikt over een indicatie van het CIZ voor langdurige zorg met als
grondslag een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking.
Dit betekent dat naast een cliënt die zorg ontvangt vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), ook
een cliënt die ondersteuning ontvangt vanuit de Wet maatschappelijk opvang (Wmo) onder
de Wzd kan komen te vallen. Datzelfde geldt ook voor cliënten op basis van de
Zorgenverzekeringswet (Zvw) zorg of ondersteuning ontvangen.
De Wzd geldt pas voor kinderen en jongeren bij wie een verstandelijke beperking is
vastgesteld en bij wie onvrijwillige zorg wordt overwogen of toegepast. De Wzd geldt niet
voor kinderen en jongeren bij wie geen verstandelijke beperking is vastgesteld.
Bij kinderen (0-12) nemen de ouders/voogden die het gezag uitoefenen de beslissing over de
zorg van het kind. Bij kinderen (12-16) neemt het kind gezamenlijk met zijn haar
ouders/voogden de beslissingen over de zorg die aan hem of haar wordt verleend. Vanaf 16
jaar neemt het kind zelf de beslissing over de zorg die aan haar wordt verleend.
Alleen vrijwillige zorg, tenzij het niet anders kan
De kern van de Wet zorg en dwang is ‘Nee, tenzij’. De zorg voor ouderen met dementie en
mensen met een beperking moet zoveel mogelijk op vrijwillige basis plaatsvinden. Soms
kunnen mensen met dementie of een verstandelijke beperking niet (meer) zelf inschatten
wat goed voor het is. Zorgverleners helpen ze dan bij die keuzes. Het uitgangspunt van de
Wet zorg en dwang is dat onvrijwillige zorg daarbij niet wordt toegepast, tenzij het niet
anders kan.
De wet geldt in en buiten instellingen
De Wzd geldt niet alleen in zorginstellingen, maar bijvoorbeeld ook in de thuissituatie,
logeeropvang en in kleinschalige woonvormen.
De Wzd geldt niet voor ouders die zorg verlenen aan hun kind.
Opname in een zorginstelling
De Wet zorg en dwang regelt ook de opname van mensen met dementie of een
verstandelijke beperking. In een zorginstelling als zij daar niet mee instemmen. Als de cliënt
zich verzet tegen een gedwongen opname, beslist de rechter over de opname.
De wet zorg en dwang regelt de rechten bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname van
mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische
aandoening (zoals dementie)
Voor wie geldt Wet zorg en dwang?
Een cliënt valt onder de wet zorg en dwang:
- Als er een verklaring is van een deskundig arts waaruit blijkt dat hij in verband met
een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking is aangewezen op
zorg en/of
- Een persoon beschikt over een indicatie van het CIZ voor langdurige zorg met als
grondslag een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking.
Dit betekent dat naast een cliënt die zorg ontvangt vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), ook
een cliënt die ondersteuning ontvangt vanuit de Wet maatschappelijk opvang (Wmo) onder
de Wzd kan komen te vallen. Datzelfde geldt ook voor cliënten op basis van de
Zorgenverzekeringswet (Zvw) zorg of ondersteuning ontvangen.
De Wzd geldt pas voor kinderen en jongeren bij wie een verstandelijke beperking is
vastgesteld en bij wie onvrijwillige zorg wordt overwogen of toegepast. De Wzd geldt niet
voor kinderen en jongeren bij wie geen verstandelijke beperking is vastgesteld.
Bij kinderen (0-12) nemen de ouders/voogden die het gezag uitoefenen de beslissing over de
zorg van het kind. Bij kinderen (12-16) neemt het kind gezamenlijk met zijn haar
ouders/voogden de beslissingen over de zorg die aan hem of haar wordt verleend. Vanaf 16
jaar neemt het kind zelf de beslissing over de zorg die aan haar wordt verleend.
Alleen vrijwillige zorg, tenzij het niet anders kan
De kern van de Wet zorg en dwang is ‘Nee, tenzij’. De zorg voor ouderen met dementie en
mensen met een beperking moet zoveel mogelijk op vrijwillige basis plaatsvinden. Soms
kunnen mensen met dementie of een verstandelijke beperking niet (meer) zelf inschatten
wat goed voor het is. Zorgverleners helpen ze dan bij die keuzes. Het uitgangspunt van de
Wet zorg en dwang is dat onvrijwillige zorg daarbij niet wordt toegepast, tenzij het niet
anders kan.
De wet geldt in en buiten instellingen
De Wzd geldt niet alleen in zorginstellingen, maar bijvoorbeeld ook in de thuissituatie,
logeeropvang en in kleinschalige woonvormen.
De Wzd geldt niet voor ouders die zorg verlenen aan hun kind.
Opname in een zorginstelling
De Wet zorg en dwang regelt ook de opname van mensen met dementie of een
verstandelijke beperking. In een zorginstelling als zij daar niet mee instemmen. Als de cliënt
zich verzet tegen een gedwongen opname, beslist de rechter over de opname.