UNIVERSITEIT UTRECHT
FACULTEIT SOCIALE WETENSCHAPPEN
1. Psychologen concluderen dat frustratie een oorzaak is van agressie als kan worden
aangetoond dat:
a. als frustratie zich voordoet, doet agressie zich ook met enige regelmaat voor
b. onder de omstandigheden andere verklaringen voor agressie afvallen
c. frustratie vooraf gaat aan agressie
d. alle bovenstaande mogelijkheden samen opgaan
2. Als een psychologische test betrouwbaar is, dan houdt dat in
a. dat er geen meetfouten zijn
b. dat een herhaalde meting een vergelijkbaar resultaat zal geven
c. dat de test kan voorspellen wat mensen gaan doen
d. dat de test waarschijnlijk ook valide is
3. Mensen die vrijwillig meedoen aan een onderzoek, moeten volgens de ethische code
voor de mens van de APA, ______.
a. elk moment kunnen stoppen, zonder negatieve consequenties .
b. aan het eind van het onderzoek uitleg krijgen over de achtergronden van het onderzoek.
c. een formulier tekenen, dat alle aspecten van het onderzoek, inclusief de volledige
hypothese, van tevoren uitlegt, zodat vastligt dat ze geïnformeerde toestemming
gegeven hebben.
d. het onderzoek afmaken als ze eenmaal deelnemen.
, 4. Empirische vragen moeten:
a. te beantwoorden zijn met data
b. termen omvatten die operationeel kunnen worden gedefinieerd
c. mogelijkheden a. en b.
d. geen van bovenstaande mogelijkheden
5. Welke van onderstaande mogelijkheden is waar als het gaat over meetmethodes van
gedrag?
a. ze zijn eerder valide dan betrouwbaar
b. ze omvatten allemaal in bepaalde mate meetfouten*
c. meetfouten kunnen door zorgvuldige onderzoekers volledig worden weggewerkt
Oefentoets MS1 1011
d. als een meetmethode oppervlaktevaliditeit heeft, dan zal het naar alle
waarschijnlijkheid betrouwbaar zijn
6. Welke van de volgende antwoorden is waar over constructvaliditeit?
a. het wordt nooit vastgesteld met een enkel onderzoek
b. het houdt zich bezig met de vraag of het gemeten construct, een betekenisvol construct
is
c. het houdt zich bezig met de vraag of het gereedschap dat ontwikkeld is om een
construct te meten, het beste gereedschap is dat beschikbaar is
d. alle bovenstaande mogelijkheden
7. Stel dat je in een theologie‐klas van 40 studenten de attitude wil onderzoeken t.a.v.
vrouwelijke priesters. Er zijn 30 mannen en 10 vrouwen. Wat is de beste manier om
een steekproef te trekken?
a. een eenvoudige aselecte steekproef (simple random sample).