(Tip: Houd de presentatie erbij)
Sociologie gaat over hoe mensen met elkaar samen leven (samenleving).
Sociale problemen zijn “problemen” die in het nieuws komen. Je zal niet vaak in het nieuws
zijn dat het goed gaat en heel leuk is. Ook ligt een sociaal probleem nooit aan één persoon.
Criteria van Schuyt sociale problemen:
1. Veel mensen hebben ermee te maken
2. Private trouble; je hebt er zelf last van
3. Kan vaak lijden tot andere problemen…
4. Het is niet tijdelijk, langdurig
5. Heeft sociale oorzaken; heeft te maken met hoe we de samenleving inrichten.
6. Geldige waarneming in het gedrang; er moet iets gebeuren waar men het niet mee
eens is. Bv. aardgas probleem in Groningen.
Hondenpoep is dus bv. een sociaal probleem.
Je hebt ook beleidsproblemen.
Sociologie binnen bedrijven:
Microniveau: Personen, gezinnen, enz.
Meso-niveau: Onderwijs, bedrijven, enz.
Macro-niveau: EU, landen, werelddelen, enz.
Het sociale beeld ontstaat door de perceptie van mensen (die niet altijd waar is).
Probleem analyseren: wat? waarom?
Hoofdvragen sociologie (komen nog komende weken):
Ongelijkheids(probleem)
Cohesie
Rationaliserings(probleem)
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
, 1. Beschrijvingsvraag
2. Trend- of vergelijkingsvraag
3. Verklaringsvraag
4. Toetsingsvraag
5. Toepassingsvraag
1. In hoeverre verdienen mannen meer dan vrouwen
2. In hoeverre is dit veranderd?
3. Waarom verdienen mannen meer dan vrouwen?
4. (Theorie Human Capital Theorie, toetsen) Verdienen mannen meer dan vrouwen omdat ze
hoger opgeleid zijn dan vrouwen?
5. Leidt vermindering van M-V verschil in onderwijs tot minder M-V verschil in salaris?
Een theorie is een voorlopig antwoord, een verklaring, op jouw waarom vraag
Conceptuele model:
1. Wet(matigheid) = W “eigenlijke theorie” (ookwel propositie genoemd)
2. Observatie = E
3. Conditie = C
Voorspellen:
Een hogere opleiding leidt tot meer inkomen (W)
Mannen hebben een hogere opleiding (C)
Mannen hebben een hoger inkomen dan vrouwen (H, hypothese)
Hoe groter inkomensverschillen in een land, hoe meer criminaliteit (W)
In Zuid-Afrika zijn de inkomensverschillen groter dan in Nederland (C)
De criminaliteit in Zuid-Afrika is groter dan in Nederland (H)
3 gouden spelregels van theorie
1. Verklaar en voorspel met deductief model
Onderscheid daarbij de wet (W) en veronderstelling/conditie (C)
En juiste richting verbanden
2. Maak de hypothese toetsbaar
Formuleer stellige hypothesen
‘Formuleer toetsbare hypothesen
3. Maak de theorie (wet) zo algemeen mogelijk
Bv. Human Capital Theorie
Deductie (theorie toetsen)
Redeneren van het algemene (theorie) naar het bijzondere (top down logica)
Klassiek voorbeeld
1. Alle mensen zijn sterfelijk (algemene regel / theorie)
2. Socrates is een mens (bijzondere regel)
3. Socrates is sterfelijk (conclusie) (=logisch onweerlegbaar)
Sociologie gaat over hoe mensen met elkaar samen leven (samenleving).
Sociale problemen zijn “problemen” die in het nieuws komen. Je zal niet vaak in het nieuws
zijn dat het goed gaat en heel leuk is. Ook ligt een sociaal probleem nooit aan één persoon.
Criteria van Schuyt sociale problemen:
1. Veel mensen hebben ermee te maken
2. Private trouble; je hebt er zelf last van
3. Kan vaak lijden tot andere problemen…
4. Het is niet tijdelijk, langdurig
5. Heeft sociale oorzaken; heeft te maken met hoe we de samenleving inrichten.
6. Geldige waarneming in het gedrang; er moet iets gebeuren waar men het niet mee
eens is. Bv. aardgas probleem in Groningen.
Hondenpoep is dus bv. een sociaal probleem.
Je hebt ook beleidsproblemen.
Sociologie binnen bedrijven:
Microniveau: Personen, gezinnen, enz.
Meso-niveau: Onderwijs, bedrijven, enz.
Macro-niveau: EU, landen, werelddelen, enz.
Het sociale beeld ontstaat door de perceptie van mensen (die niet altijd waar is).
Probleem analyseren: wat? waarom?
Hoofdvragen sociologie (komen nog komende weken):
Ongelijkheids(probleem)
Cohesie
Rationaliserings(probleem)
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
, 1. Beschrijvingsvraag
2. Trend- of vergelijkingsvraag
3. Verklaringsvraag
4. Toetsingsvraag
5. Toepassingsvraag
1. In hoeverre verdienen mannen meer dan vrouwen
2. In hoeverre is dit veranderd?
3. Waarom verdienen mannen meer dan vrouwen?
4. (Theorie Human Capital Theorie, toetsen) Verdienen mannen meer dan vrouwen omdat ze
hoger opgeleid zijn dan vrouwen?
5. Leidt vermindering van M-V verschil in onderwijs tot minder M-V verschil in salaris?
Een theorie is een voorlopig antwoord, een verklaring, op jouw waarom vraag
Conceptuele model:
1. Wet(matigheid) = W “eigenlijke theorie” (ookwel propositie genoemd)
2. Observatie = E
3. Conditie = C
Voorspellen:
Een hogere opleiding leidt tot meer inkomen (W)
Mannen hebben een hogere opleiding (C)
Mannen hebben een hoger inkomen dan vrouwen (H, hypothese)
Hoe groter inkomensverschillen in een land, hoe meer criminaliteit (W)
In Zuid-Afrika zijn de inkomensverschillen groter dan in Nederland (C)
De criminaliteit in Zuid-Afrika is groter dan in Nederland (H)
3 gouden spelregels van theorie
1. Verklaar en voorspel met deductief model
Onderscheid daarbij de wet (W) en veronderstelling/conditie (C)
En juiste richting verbanden
2. Maak de hypothese toetsbaar
Formuleer stellige hypothesen
‘Formuleer toetsbare hypothesen
3. Maak de theorie (wet) zo algemeen mogelijk
Bv. Human Capital Theorie
Deductie (theorie toetsen)
Redeneren van het algemene (theorie) naar het bijzondere (top down logica)
Klassiek voorbeeld
1. Alle mensen zijn sterfelijk (algemene regel / theorie)
2. Socrates is een mens (bijzondere regel)
3. Socrates is sterfelijk (conclusie) (=logisch onweerlegbaar)