Kiezen voor het jonge kind H1, 3, 4, 5, 9
Inhoud
Hoofdstuk 1: Het jonge kind........................................................................................................................................1
Hoofdstuk 3: Het belang van spel voor de ontwikkeling van jonge kinderen..............................................................2
Hoofdstuk 4: Doelen voor de onderbouw...................................................................................................................5
Hoofdstuk 5: Pedagogisch handelen...........................................................................................................................9
Hoofdstuk 9: Klassenmanagement: activiteit en organisatie.....................................................................................11
Hoofdstuk 1: Het jonge kind
Friederich Fröbel zegt dat kinderen onder 7 jaar impulsen krijgen van binnenuit. Ze ontwikkelen zich van binnen naar
buiten. Vanaf 6 jaar ontwikkelt het kind van buiten naar binnen. Dan kunnen ze kennis op zich nemen.
, Geurtz zegt dat jonge kinderen dichtbij zijn natuurlijke staat van zijn blijft. Blij=blij. Op latere leeftijd houdt hij
rekening met de mening die mensen over hem kunnen hebben. De eerste 4 levensjaren leert het kind het meeste.
Kenmerken van de kleuter:
- Emotionele beleving: erg intens en heeft invloed op de toekomst.
- Intuïtief: kinderen ontdekken emoties en situaties.
- Egocentrisme: ze kunnen zich niet verplaatsen in het perspectief van de ander.
- Hang naar gewoontes en routines: geef een ‘gewoonte les’ (M. Montessori) over hoe je dingen moet
opruimen.
- Concentratievermogen: alleen wanneer ze geïnteresseerd zijn in iets. Fröbel -> binnen naar buiten.
- Behoefte aan handelen en bewegen: zorg voor beweging en betekenisvolle lessen/activiteiten.
- Magisch denken: heeft geen behoefte aan logische verklaringen en uitleg. Aan het einde van de kleutertijd
heeft het behoefte aan bewijzen en oorzaak en gevolg. ‘Bij een vallende ster doe je een (geheime) wens’.
- Geen scherp onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid: speel erin mee. ‘Dat heeft de reus gedaan’.
Een leerkracht die goede relaties heeft met ieder kind is een betere leerkracht.
Hoofdstuk 3: Het belang van spel voor de ontwikkeling van jonge kinderen
Emoties verwerk je in spel.
Vygotsky: spel creëert een zone van naaste ontwikkeling.
Peter Gray: spel is van levensbelang voor jonge kinderen. Ze leren sociaal gedrag, gevaar en lichamelijk bezig zijn.
Alison Gopnik: ‘Spel is wat je doet als je niet probeert iets te doen. Het is een activiteit waarbij het de bedoeling is
dat je geen doel hebt’.
Buytendijk: ‘De mens speelt alleen met datgene wat ook met hem speelt’.
Langeveld: met een wereld die niet alles meer kan blijken te zijn, valt niet te spelen. Alles met 1 functie=werk (puzzel
Kenmerken van spel volgens Kohnstamm: plezier beleven is van belang.
1. Als een kind speelt, wil het daar niets speciaals mee bereiken. Bezig zijn is een doel op zichzelf.
2. Bij het spelen is het kind actief.
3. Een spelend kind heeft plezier in wat hij doet.
4. Bij het spelen is een kind vrijwillig bezig. Het moet van binnenuit komen.
Kenmerken van spel volgens Janssen-Vos: plezier!
1. Kind geeft zelf betekenis aan materialen en middelen.
2. Spel kent niet alleen vrijheid van handelen, maar ook regels, die kinderen zelf maken/nabootsen.
3. Spel is een open, flexibele activiteit waarbij de nadruk ligt op het proces, dus niet het product.
Langeveld maakt bij spel een onderscheid tussen:
- Doelvrije activiteiten: dit is een kenmerk van spel. Het eindresultaat kan nog alles worden. Dit gebeurt vaak
bij bouw- en constructieactiviteiten.
- Doelloze activiteiten.
Kohnstamm: Spel is voor een kind van levensbelang, maar hij doet het voor de lol.
Kinderspel heeft de volgende factoren volgens Peter Gray:
- Minder schooltijd zal het spelen bevorderen.
- Leren van leeftijdgenoten is belangrijk.
- Kinderen spelen minder buiten, omdat ouders het gevaarlijk vinden.
Taakopvattingen in het onderwijs die we moeten aanpassen:
- Leerkracht stelt doelen en toetst deze, maar in spel stellen kinderen hun eigen doelen. Kijk vaker naar proces
- Een beoordelende houding is in spel is slecht. Kind moet vrijheid krijgen om volgens eigen idee te handelen.
- Leerkracht plant voor kinderen, maar kinderen moeten zelf de activiteiten leren plannen.
Om spel te stimuleren moet je als leerkracht de regie uit handen durven te geven.
De ontwikkeling van kinderen wordt beïnvloed door de culturele omgeving waarin ze opgroeien.
Ook de sociaal-culturele omgeving is belangrijk, hoe reageren de mensen eromheen op de acties.
Kinderen worden teveel beschermd. Eichsteller en Holthoff pleiten voor risicovolle spellen, omdat kinderen juist
daarvan leren hoe met gevaarlijke situaties om te gaan.
Volgens Vygotsky is spelen voor jonge kinderen de beste manier om hogere mentale functies te ontwikkelen.