Zelfbeoordeling; zelfreflectie afstudeerstage 4.2
FACT Amsterdam 2021/2022
Naam: Myrthe
Studennummer:
Groep: FG LV-4A2
,Ontwikkeling in de beroepsrol Zorgverlener
Competenties
1. Via klinisch redeneren verpleegkundige zorg vaststellen, indiceren en verlenen.
2. Versterken van het zelfmanagement, gericht op gezamenlijke besluitvorming met zorgvrager en
naasten.
3. Indiceren en uitvoeren van verpleegtechnische (voorbehouden) handelingen.
Competentie 1: Via klinisch redeneren verpleegkundige zorg vaststellen, indiceren en
verlenen
Beginsituatie en persoonlijke ontwikkelwensen:
Ik heb 3 jaar het vak klinisch redeneren gevolgd en op voorgaande stageplekken op de
werkvloer kunnen klinisch redeneren. Wel kwam steeds tijdens mijn vorige stages kwam
naar voren dat ik soms wat meer hardop mag klinisch redeneren. Dus mijn ontwikkelwens is
dat dit niet uit mij moet worden ‘getrokken’ maar dat het meer vanuit mij komt.
Indicatoren:
- Voert het verpleegkundig proces systematisch uit: verzamelt gegevens, stelt
verpleegkundige zorg vast, stelt interventies vast en stelt een verpleegplan op,
verzorgt en begeleid de zorgvrager, evalueert het proces, de zorginhoud en
randvoorwaarden.
- Plaatst de verpleegkundige redenering en een multidisciplinaire context
Zelfbeoordeling aan het einde van de stage:
Ik vind dat ik deze competentie heb behaald. In de eerste maanden van mijn stage was ik
binnen het team nog erg op de achtergrond, bijvoorbeeld tijdens het FACT overleg elke
ochtend liet ik mij niet horen. Zodra ik mijn eigen caseload begon te creëren voelde ik de
ruimte om meer hardop te denken binnen het team en de redeneren over de juiste,
passende zorg.
Een voorbeeld hiervan is een 55 jarige dame met een schizoaffectieve stoornis van het
bipolaire type, borderline persoonlijkheidsstoornis en een sterk vermoeden van LVB. Ik was
tijdens mijn stage de casemanager van mevrouw, wat inhoudt dat je het eerste
aanspreekpunt bent voor cliënt en netwerk en het meest betrokken bent bij de zorg.
Mevrouw 2 maanden thuis na een klinische opname van 5 weken. In deze 2 maanden werd
de zorg meermaals op en afgeschaald vanwege het zeer wisselende beeld van mevrouw. Zij
is toen 2 keer actief aangemeld voor een klinische opname, maar steeds leek het weer te
verbeteren waardoor uiteindelijke opname werd afgezegd.
Medio februari (2 maanden na laatste opname) kwamen er meerdere signalen dat mevrouw
leek te ontregelen, ze belde het FACT-team meermaals per dag huilend en overstuur op,
uitte zich achterdochtig omtrent haar woning en gaf aan niet meer haar rust te vinden. Ook
de woonbegeleiding gaf signalen zoals meerdere conflicten met mevrouw en dat ze een
zeer groot en emotioneel beroep deed op de begeleiding. Aangezien mevrouw inmiddels
voor de derde keer in 2 maanden tijd leek te ontregelen, was mijn voorkeur om haar klinisch
te laten opnemen. Echter was er niet voldoende om een opname onder zorgmachtiging te
regelen, en een vrijwillige opname zou lang gaan duren. Na een tip van een collega heb ik
mevrouw aangemeld voor een logeerbed, waar ze binnen enkele dagen terecht kon en
vrijwillig tijdelijk verbleef. Na enkele dagen op het logeerbed raakte mevrouw in verschillende
incidenten betrokken, onder andere waarmee ze agressie op zichzelf afroep op straat. Haar
achterdocht en psychotische belevingen stonden hierbij sterk op de voorgrond. Omdat het
een tijdelijk en vrijwillig verblijf was op het logeerbed, werd mevrouw tegen mijn advies
ontslagen. Ik heb mevrouw vervolgens direct aangemeld voor een verplichte klinische
, opname, gezien de mogelijke risico’s en gevaren die er waren. Zo kon mevrouw op straat in
conflict agressie op zich afroepen, wat wellicht wel een andere afloop kon hebben. Ook was
er een grote kans op het creëren van onrust in de buurt, waardoor ze ook in conflict kon
geraken. Daarnaast was er een gebrek aan ritme en structuur en leek mevrouw niet te
slapen, wat kan leiden tot verdere decompensatie.
Uiteindelijk is mevrouw na 1 dag vrijwillig onder zorgmachtiging opgenomen.
Dit voorbeeld is een situatie waarin ik binnen een hoog complexe casus heb moeten klinisch
redeneren over de geïndiceerde zorg. Deze casus is hoogcomplex door de multimorbiditeit,
het beperkt ziekte inzicht door de psychose en vermoedelijke LVB, de instabiele situatie van
mevrouw waardoor intensieve FACT zorg nodig was en de aanwezige risicovolle situaties. Ik
moest daarnaast samenwerken met veel verschillende disciplines om een opname te
realiseren.
Het is daarnaast een goed voorbeeld van mijn zelfstandigheid op niveau 3, aangezien ik
vrijwel geen sturing heb gehad van mijn collega’s. Daarnaast kon ik ook heel goed mijn
standpunten onderbouwen waarom ik het noodzakelijk vond dat mevrouw zo snel mogelijk
werd opgenomen. Ik nam hierin mijn verantwoordelijkheid heel serieus, ik wou voorkomen
dat er nog meer incidenten zouden plaatsvinden met mevrouw.
—---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Competentie 2: Versterken van het zelfmanagement, gericht op gezamenlijke
besluitvorming met zorgvrager en naasten.
Beginsituatie en persoonlijke ontwikkelwensen:
Door mijn vorige stages heb ik het versterken van het zelfmanagement vooral geleerd vooral
gericht op alleen de zorgvrager. Ik heb tot op heden niet veel de naasten betrokken, dus mijn
ontwikkelwens is om meer het systeem en de naasten van de cliënt bij de behandeling te
kunnen betrekken.
Indicatoren:
- Ondersteunt de zorgvrager bij het realiseren of handhaven van een zo groot mogelijk
mate van autonomie in het dagelijks functioneren.
- Stimuleert en benut de eigen mogelijkheden van de zorgvrager en diens naasten.
Zelfbeoordeling aan het einde van de stage:
Deze competentie heb ik behaald op niveau C3 en Z3. Ik had het casemanagerschap over
een 45-jarige meneer die vrij recent (in afgelopen 6 maanden) gediagnosticeerd met een
depressieve stoornis en een posttraumatische stoornis. Vanaf het moment dat hij in zorg
kwam bij het FACT-team ben ik casemanager geweest. In de eerste weken zag ik meneer
samen met mijn collega, en uiteindelijk ben ik meneer zelfstandig elke week gaan zien. De
psychiater ziet meneer elke maand een keer met mij, waarin de huidige behandeling en
medicatie wordt besproken. Acute bijzonderheden bespreek ik met de psychiater rondom de
contacten.
Bij meneer stonden de depressieve stoornis en de hallucinaties in de vorm van stemmen
sterk op de voorgrond, wat hem behoorlijk belemmerde in zijn dagelijks leven. Zijn grootste
doel was/is om weer zijn ‘oude’ zelf te worden.
Bij deze meneer vond ik het belangrijk om de regie voornamelijk bij hem te laten. Zo kon hij
zelf bepalen wat zijn doelen waren en konden we samen kijken wat ervoor nodig was/is om
FACT Amsterdam 2021/2022
Naam: Myrthe
Studennummer:
Groep: FG LV-4A2
,Ontwikkeling in de beroepsrol Zorgverlener
Competenties
1. Via klinisch redeneren verpleegkundige zorg vaststellen, indiceren en verlenen.
2. Versterken van het zelfmanagement, gericht op gezamenlijke besluitvorming met zorgvrager en
naasten.
3. Indiceren en uitvoeren van verpleegtechnische (voorbehouden) handelingen.
Competentie 1: Via klinisch redeneren verpleegkundige zorg vaststellen, indiceren en
verlenen
Beginsituatie en persoonlijke ontwikkelwensen:
Ik heb 3 jaar het vak klinisch redeneren gevolgd en op voorgaande stageplekken op de
werkvloer kunnen klinisch redeneren. Wel kwam steeds tijdens mijn vorige stages kwam
naar voren dat ik soms wat meer hardop mag klinisch redeneren. Dus mijn ontwikkelwens is
dat dit niet uit mij moet worden ‘getrokken’ maar dat het meer vanuit mij komt.
Indicatoren:
- Voert het verpleegkundig proces systematisch uit: verzamelt gegevens, stelt
verpleegkundige zorg vast, stelt interventies vast en stelt een verpleegplan op,
verzorgt en begeleid de zorgvrager, evalueert het proces, de zorginhoud en
randvoorwaarden.
- Plaatst de verpleegkundige redenering en een multidisciplinaire context
Zelfbeoordeling aan het einde van de stage:
Ik vind dat ik deze competentie heb behaald. In de eerste maanden van mijn stage was ik
binnen het team nog erg op de achtergrond, bijvoorbeeld tijdens het FACT overleg elke
ochtend liet ik mij niet horen. Zodra ik mijn eigen caseload begon te creëren voelde ik de
ruimte om meer hardop te denken binnen het team en de redeneren over de juiste,
passende zorg.
Een voorbeeld hiervan is een 55 jarige dame met een schizoaffectieve stoornis van het
bipolaire type, borderline persoonlijkheidsstoornis en een sterk vermoeden van LVB. Ik was
tijdens mijn stage de casemanager van mevrouw, wat inhoudt dat je het eerste
aanspreekpunt bent voor cliënt en netwerk en het meest betrokken bent bij de zorg.
Mevrouw 2 maanden thuis na een klinische opname van 5 weken. In deze 2 maanden werd
de zorg meermaals op en afgeschaald vanwege het zeer wisselende beeld van mevrouw. Zij
is toen 2 keer actief aangemeld voor een klinische opname, maar steeds leek het weer te
verbeteren waardoor uiteindelijke opname werd afgezegd.
Medio februari (2 maanden na laatste opname) kwamen er meerdere signalen dat mevrouw
leek te ontregelen, ze belde het FACT-team meermaals per dag huilend en overstuur op,
uitte zich achterdochtig omtrent haar woning en gaf aan niet meer haar rust te vinden. Ook
de woonbegeleiding gaf signalen zoals meerdere conflicten met mevrouw en dat ze een
zeer groot en emotioneel beroep deed op de begeleiding. Aangezien mevrouw inmiddels
voor de derde keer in 2 maanden tijd leek te ontregelen, was mijn voorkeur om haar klinisch
te laten opnemen. Echter was er niet voldoende om een opname onder zorgmachtiging te
regelen, en een vrijwillige opname zou lang gaan duren. Na een tip van een collega heb ik
mevrouw aangemeld voor een logeerbed, waar ze binnen enkele dagen terecht kon en
vrijwillig tijdelijk verbleef. Na enkele dagen op het logeerbed raakte mevrouw in verschillende
incidenten betrokken, onder andere waarmee ze agressie op zichzelf afroep op straat. Haar
achterdocht en psychotische belevingen stonden hierbij sterk op de voorgrond. Omdat het
een tijdelijk en vrijwillig verblijf was op het logeerbed, werd mevrouw tegen mijn advies
ontslagen. Ik heb mevrouw vervolgens direct aangemeld voor een verplichte klinische
, opname, gezien de mogelijke risico’s en gevaren die er waren. Zo kon mevrouw op straat in
conflict agressie op zich afroepen, wat wellicht wel een andere afloop kon hebben. Ook was
er een grote kans op het creëren van onrust in de buurt, waardoor ze ook in conflict kon
geraken. Daarnaast was er een gebrek aan ritme en structuur en leek mevrouw niet te
slapen, wat kan leiden tot verdere decompensatie.
Uiteindelijk is mevrouw na 1 dag vrijwillig onder zorgmachtiging opgenomen.
Dit voorbeeld is een situatie waarin ik binnen een hoog complexe casus heb moeten klinisch
redeneren over de geïndiceerde zorg. Deze casus is hoogcomplex door de multimorbiditeit,
het beperkt ziekte inzicht door de psychose en vermoedelijke LVB, de instabiele situatie van
mevrouw waardoor intensieve FACT zorg nodig was en de aanwezige risicovolle situaties. Ik
moest daarnaast samenwerken met veel verschillende disciplines om een opname te
realiseren.
Het is daarnaast een goed voorbeeld van mijn zelfstandigheid op niveau 3, aangezien ik
vrijwel geen sturing heb gehad van mijn collega’s. Daarnaast kon ik ook heel goed mijn
standpunten onderbouwen waarom ik het noodzakelijk vond dat mevrouw zo snel mogelijk
werd opgenomen. Ik nam hierin mijn verantwoordelijkheid heel serieus, ik wou voorkomen
dat er nog meer incidenten zouden plaatsvinden met mevrouw.
—---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Competentie 2: Versterken van het zelfmanagement, gericht op gezamenlijke
besluitvorming met zorgvrager en naasten.
Beginsituatie en persoonlijke ontwikkelwensen:
Door mijn vorige stages heb ik het versterken van het zelfmanagement vooral geleerd vooral
gericht op alleen de zorgvrager. Ik heb tot op heden niet veel de naasten betrokken, dus mijn
ontwikkelwens is om meer het systeem en de naasten van de cliënt bij de behandeling te
kunnen betrekken.
Indicatoren:
- Ondersteunt de zorgvrager bij het realiseren of handhaven van een zo groot mogelijk
mate van autonomie in het dagelijks functioneren.
- Stimuleert en benut de eigen mogelijkheden van de zorgvrager en diens naasten.
Zelfbeoordeling aan het einde van de stage:
Deze competentie heb ik behaald op niveau C3 en Z3. Ik had het casemanagerschap over
een 45-jarige meneer die vrij recent (in afgelopen 6 maanden) gediagnosticeerd met een
depressieve stoornis en een posttraumatische stoornis. Vanaf het moment dat hij in zorg
kwam bij het FACT-team ben ik casemanager geweest. In de eerste weken zag ik meneer
samen met mijn collega, en uiteindelijk ben ik meneer zelfstandig elke week gaan zien. De
psychiater ziet meneer elke maand een keer met mij, waarin de huidige behandeling en
medicatie wordt besproken. Acute bijzonderheden bespreek ik met de psychiater rondom de
contacten.
Bij meneer stonden de depressieve stoornis en de hallucinaties in de vorm van stemmen
sterk op de voorgrond, wat hem behoorlijk belemmerde in zijn dagelijks leven. Zijn grootste
doel was/is om weer zijn ‘oude’ zelf te worden.
Bij deze meneer vond ik het belangrijk om de regie voornamelijk bij hem te laten. Zo kon hij
zelf bepalen wat zijn doelen waren en konden we samen kijken wat ervoor nodig was/is om