Woorden bestaan vaak uit verschillende delen. Zo kan het woord leerbaar worden opgesplitst in leer
+ baar en het woord leerde in leer + de.
A B
eet eetbaar
snijd snijdbaar
denk denkbaar
smelt smeltbaar
De woorden in rij B bestaan uit meer dan één geheel. Vanwege hun structuur worden deze woorden
geleed genoemd, want ze vertonen een interne geleding. De woorden in rij a zijn niet op te splitsen,
ze vertonen geen verdere geledingen en worden daarom ongelede woorden genoemd.
Als woorden uit meer dan twee delen bestaan zijn ze meervoudig geleed, bijv. oneetbaar.
Woorden kunnen dus bestaan uit verschillende delen. De kleinste identificeerbare
betekenisdragende eenheden worden morfemen genoemd. Het onderdeel van de taalwetenschap
die zich bezighoudt met de vorming van woorden is de morfologie of woordvormingsleer.
gelede woorden= woorden die in kleinere delen zijn op te splitsen, bestaat uit meerdere morfemen.
(bijv. leer+ling).
ongelede woorden= woorden die niet zijn op te splitsen, woord dat uit 1 morfeem bestaat.
(bijv. leer).
morfeem= het kleinste betekenisdragende element van een woord.
vrij morfeem= morfeem dat op zichzelf kan staan (bijv. bord).
gebonden morfeem= morfeem dat alleen met een ander morfeem een woord kan zijn (bijv. ge).
morfologie= het onderdeel van de taalwetenschap dat zich bezighoudt met de vorming van
woorden.
Eén van de functies van de morfologie is uitbreiding van de woordenschat. Er zijn twee soorten van
woordenschatuitbreiding. De eerste is derivatie (afleiding). Er is sprake van een bestaand woord
waaraan iets wordt toegevoegd dat niet zelf een woord is (bijv. leer + ling + leerling).
Daarnaast zijn er woorden die tot stand komen doordat twee woorden lexicale elementen of
inhoudswoorden samengevoegd worden (bijv. hooi + berg = hooiberg). Dit zijn samenstellingen.
De tweede functie van de morfologie is het inpassen van bestaande woorden in de grammaticale
structuur. Dit wordt aangeduid met flexie (buiging).
Het patroon van vormen die woorden door flexie van de stam kunnen aannemen heet paradigma.
Als de vorm wordt bepaald door de grammaticale context en de flexie draagt niet zelfstandig bij aan
de betekenis van de zin is dat contextuele flexie (bijv. Elly voetbalt op straat en Ellie en Stan
voetballen op straat). Is de flexie niet contextueel bepaald dan spreken we van inherente flexie.
derivatie (afleiding)= een bestaand woord waaraan iets wordt toegevoegd dat niet zelf een woord is
(een lexicaal element wordt verbonden met een niet lexicaal element bijv. leer + ling).
samenstelling= twee woorden worden samengevoegd, twee lexicale elementen worden verbonden
bijv. leer + boek.
flexie= het inpassen van bestaande woorden in de grammaticale structuur (bijv. de twee kanarie-s)