Hersenen & Gedrag deel Tentamen 2
Chapter 8 – Slaap
Biologisch ritme voor slaap en wakker
Endogeen ritme – Gestuurd vanaf binnenuit
Circadiaan ritme – 24 uur
Circa annuaal ritme – 1 jaar
Menselijk ritme duurt niet precies 24 uur – we passen ons aan, aan de omgeving (Tussen 24 – 25 uur)
Zeitgeber – factoren die zorgen dat ons ritme word aangepast aan 24 uur
Maaltijden
Licht
Tempratuur
Biologische klok – moeilijk aanpassen – Werken in heel fel licht werkt het best
Circadiaan ritme – Verschilt per persoon (dag/nacht mens) jongeren tot aan 20 willen steeds later
slapen, daarna verschuift het langzaam de andere kant op.
Biologische klok – Wordt vanaf de hersenen gereguleerd, lastig van buitenaf te beïnvloeden.
Nucleus suprachiasmaticus – (deel van hypothalamus) – Zorgt voor de belangrijkste controle van
tempratuur en slaap (gecontroleerd door genen – niet aangeleerd) – Beschadiging zorgt voor minder
ritme en niet meer aanpassen aan licht en donker
Tractus retinohypothalamicus – Zenuwbaan vanaf retinale ganglioncellen (beide ogen) naar de SCN
loopt. Axonen van die baan veranderen de instellingen van SCN. (reageren op licht)
Onderzoek bij insecten omdat – Genetische basis eenvoudiger te onderzoeken
Fruitvliegjes – 2 genen – PER/TIM
Begin dag – Laag
Eind dag – hoog
Eind van de dag communiceren PER en TIM met KLOK – hierdoor ontstaat slaapgevoel
Tijdens slaap Daalt concentratie en begint dag opnieuw
Mutaties in genen kunnen leiden tot abnormaal slaapgedrag.
Melatonine – pijnappelklier – melatonine word nachts uitgescheden waardoor we dan slaperig
worden.
Slaap – actief afname van andere hersenactiviteit en reacties op stimuli.
Vegetatieve staat – Iemand wisselt tussen slaap en gematigde opwinding
Minimale staat van bewustzijn – periodes van zinvolle acties en begrensde hoeveelheid spraak en
begrip
Polysomnografie – Met behulp van EEG en oogbewegingen onderzoek doen
Alfagolven – Kenmerkend voor ontspanning
, Slaapfases – Met behulp van EEG kunnen onderzoekers de hersengebieden bekijken tijdens slaap
N1 – onregelmatige scherp getande lage golven
N2 – K-complexen en Sleepspindles – tussen de 12 en 14 hertz korte uitbarstingen. Wordt
veroorzaakt door communicatie tussen thalamus en cortex.
N3 – Langzame golven met hoge amplitude Trage golfslaap
N4 – Langzame golven met hoge amplitude Trage golfslaap
Paradoxale slaap – Best hoge hersenactiviteit, ontspannen nekspieren (diep en lichte slaap)
REM – Rapid eye movement – oogbewegingen tijdens slaap(onregelmatig snel lage spanningsgolven)
REM – combinatie van lichte en diepe slaap.
Slaap – N1 – N2 – N3 – N4 – N3 – N2- REM --- (duur 90 min)
Hersenstructuren opwinding en aandacht
Reticulaire formatie – heeft axonen naar ruggenmerg en hersenen
Pontomesencephalon – deel van reticulaire formatie – draagt bij aan opwinding – axonen laten
acetylcholine en glutamine vrij in de voorhersenen – basale ganglia, thalamus en hypothalamus
geëxciteerd – houd opwinding tijdens waakzaamheid in stand en bij nieuwe uitdagingen
Locus coeruleus – Vaak inactief – stoot impulsen uit bij emotioneel betekenisvolle situaties
Hippothalamus – verschillende paden van opwinding – Histamine
Tijdens slaap – neuronen blijven vuren en reageren – toch niet bij bewustzijn – GABA inhibeert –
Daarom niet bij bewustzijn – kan meer voorkomen per hersengebied.
REM slaap – PET scan – pons, pariëtaal, temporaal, limbisch systeem neemt toe
REM slaap – PET scan – primaire visuele cortex, motorcortex en prefrontale cortex neemt af
PGO-golven – elektrische potentialen met hoge amplitude – Kenmerkend voor REM
Pons – stuurt boodschappen naar ruggenmerg – Motorneuronen inhiberen spieren – hierdoor niet
wakker worden tijdens REM
REM slaap – Hangt af van relatie tussen serotonine en acetylcholine
Meeste volwassenen 7,5 a 8 uur slaap
Phase delayed rhythm – slaapproblemen als gevolg van circadiaan ritme verstoren – Vallen
moeilijk in slaap en worden moeilijk wakker
Phase advanced rhythm – mensen vallen goed in slaap – worden ook vroeg wakker
Slaappillen – Kun je afhankelijk van worden (niet meer slapen)
Slaapapneu – Verslechterde mogelijkheid tot ademhalen – neuronen verloren in hersengebieden –
gebreken op leren, redeneren, aandacht en impulscontrole
Chapter 8 – Slaap
Biologisch ritme voor slaap en wakker
Endogeen ritme – Gestuurd vanaf binnenuit
Circadiaan ritme – 24 uur
Circa annuaal ritme – 1 jaar
Menselijk ritme duurt niet precies 24 uur – we passen ons aan, aan de omgeving (Tussen 24 – 25 uur)
Zeitgeber – factoren die zorgen dat ons ritme word aangepast aan 24 uur
Maaltijden
Licht
Tempratuur
Biologische klok – moeilijk aanpassen – Werken in heel fel licht werkt het best
Circadiaan ritme – Verschilt per persoon (dag/nacht mens) jongeren tot aan 20 willen steeds later
slapen, daarna verschuift het langzaam de andere kant op.
Biologische klok – Wordt vanaf de hersenen gereguleerd, lastig van buitenaf te beïnvloeden.
Nucleus suprachiasmaticus – (deel van hypothalamus) – Zorgt voor de belangrijkste controle van
tempratuur en slaap (gecontroleerd door genen – niet aangeleerd) – Beschadiging zorgt voor minder
ritme en niet meer aanpassen aan licht en donker
Tractus retinohypothalamicus – Zenuwbaan vanaf retinale ganglioncellen (beide ogen) naar de SCN
loopt. Axonen van die baan veranderen de instellingen van SCN. (reageren op licht)
Onderzoek bij insecten omdat – Genetische basis eenvoudiger te onderzoeken
Fruitvliegjes – 2 genen – PER/TIM
Begin dag – Laag
Eind dag – hoog
Eind van de dag communiceren PER en TIM met KLOK – hierdoor ontstaat slaapgevoel
Tijdens slaap Daalt concentratie en begint dag opnieuw
Mutaties in genen kunnen leiden tot abnormaal slaapgedrag.
Melatonine – pijnappelklier – melatonine word nachts uitgescheden waardoor we dan slaperig
worden.
Slaap – actief afname van andere hersenactiviteit en reacties op stimuli.
Vegetatieve staat – Iemand wisselt tussen slaap en gematigde opwinding
Minimale staat van bewustzijn – periodes van zinvolle acties en begrensde hoeveelheid spraak en
begrip
Polysomnografie – Met behulp van EEG en oogbewegingen onderzoek doen
Alfagolven – Kenmerkend voor ontspanning
, Slaapfases – Met behulp van EEG kunnen onderzoekers de hersengebieden bekijken tijdens slaap
N1 – onregelmatige scherp getande lage golven
N2 – K-complexen en Sleepspindles – tussen de 12 en 14 hertz korte uitbarstingen. Wordt
veroorzaakt door communicatie tussen thalamus en cortex.
N3 – Langzame golven met hoge amplitude Trage golfslaap
N4 – Langzame golven met hoge amplitude Trage golfslaap
Paradoxale slaap – Best hoge hersenactiviteit, ontspannen nekspieren (diep en lichte slaap)
REM – Rapid eye movement – oogbewegingen tijdens slaap(onregelmatig snel lage spanningsgolven)
REM – combinatie van lichte en diepe slaap.
Slaap – N1 – N2 – N3 – N4 – N3 – N2- REM --- (duur 90 min)
Hersenstructuren opwinding en aandacht
Reticulaire formatie – heeft axonen naar ruggenmerg en hersenen
Pontomesencephalon – deel van reticulaire formatie – draagt bij aan opwinding – axonen laten
acetylcholine en glutamine vrij in de voorhersenen – basale ganglia, thalamus en hypothalamus
geëxciteerd – houd opwinding tijdens waakzaamheid in stand en bij nieuwe uitdagingen
Locus coeruleus – Vaak inactief – stoot impulsen uit bij emotioneel betekenisvolle situaties
Hippothalamus – verschillende paden van opwinding – Histamine
Tijdens slaap – neuronen blijven vuren en reageren – toch niet bij bewustzijn – GABA inhibeert –
Daarom niet bij bewustzijn – kan meer voorkomen per hersengebied.
REM slaap – PET scan – pons, pariëtaal, temporaal, limbisch systeem neemt toe
REM slaap – PET scan – primaire visuele cortex, motorcortex en prefrontale cortex neemt af
PGO-golven – elektrische potentialen met hoge amplitude – Kenmerkend voor REM
Pons – stuurt boodschappen naar ruggenmerg – Motorneuronen inhiberen spieren – hierdoor niet
wakker worden tijdens REM
REM slaap – Hangt af van relatie tussen serotonine en acetylcholine
Meeste volwassenen 7,5 a 8 uur slaap
Phase delayed rhythm – slaapproblemen als gevolg van circadiaan ritme verstoren – Vallen
moeilijk in slaap en worden moeilijk wakker
Phase advanced rhythm – mensen vallen goed in slaap – worden ook vroeg wakker
Slaappillen – Kun je afhankelijk van worden (niet meer slapen)
Slaapapneu – Verslechterde mogelijkheid tot ademhalen – neuronen verloren in hersengebieden –
gebreken op leren, redeneren, aandacht en impulscontrole