Samenvatting geschiedenis hoofdstuk 3+4
KA 10: handel en steden verdwijnen en in plaat daarvan ontstaat het hofstelsel en horigheid
375-700 n.chr. volksverhuizing → val WRR
hierdoor:
- erg onveilig (plunderingen, want geen bescherming van romeinse leger meer)
- verval van de wegen → werden niet meer onderhouden
→ steeds minder handel → steden worden verlaten (bijna geen werk en veiligheid) → mensen gaan
naar platteland, want:
- daar is werk als boer
- daar is veiligheid
mensen zochten werk en bescherming → dit vonden ze bij een ‘hof’ (versterkte boerderij) → ze
moesten hun eigen land aan de heer geven → er ontstaan domeinen (groot stuk land van de heer →
autarkisch)
op het domein komen horigen te werken in ruil voor bescherming → hofstelsel
lijfeigene: had geen grond en vrijheid en werkte op het vroonhof (land van de heer)
horige: mensen die eigen stuk grond pachtte, maar geen vrijheid had. kreeg wel bescherming van de
heer
vrije boer: zijn zelfstandig en pachtte eigen grond. werden niet beschermd → dus had zware
militaire verplichting
KA 11: het ontstaan van het feodaal/leenstelsel
als je een koninkrijk hebt veroverd moet je het besturen → ambtenaren en leger → je neemt ze in
loondienst, maar geld verdween
→ hij gaat betalen met grond → ontstaan feodaal stelsel
koning deelt koninkrijk op in gauwen → hij wijst vertrouwelingen aan, om namens hem de grond te
besturen en beschermen → vertrouweling legt eed van trouw af aan de leenheer.
die vertrouwelingen doen hetzelfde weer met hun stukje grond
leenheer: iemand die aan vertrouweling grond + rechten uitleent in ruil voor trouwe dienst (koning)
leenman: iemand die van de leenheer grond + rechten leent. (hoge en lage edelen)
standensamenleving: bevolking is opgedeeld in standen
1. koning
2. kroonvazallen
3. achtervazallen
4. achter-achtervazallen
5. landbouwbevolking
, waarom verloren koningen door dit stelsel macht?
- koningen maakten grond erfelijk → leenmannen gingen het zien als eigendom → waarom
dan nog trouw zijn aan de heer?
karel martel: onder andere door hem stelsel → soldaten/ridders kregen plek in kasteel of boerderij
in ruil voor trouw
karel de grote: vertrouwelingen zwoeren trouw aan hem en kregen grond in ‘leen’
KA 12: kerstening van west-europa
heidenen: mensen die nog in natuurgoden geloven
steeds meer mensen werden christelijk in het romeinse rijk
politieke redenen voor frankische koning clovis waarom het aantrekkelijk was om zich te bekeren
- veel onderdanen waren al katholiek
- geestelijken konden lezen en schrijven
- hij won oorlog nadat hij de god van zijn vrouw om hulp vroeg
→ hij bekeerde zich tot het christendom (katholicisme →men luistert naar kerk met paus in rome)
voordelen missionarissen (maakten verre reizen om anderen te overtuigen van christendom)
- franken veroverde groot rijk en boden de missionarissen in dat rijk bescherming
2 strategieën die ze toepaste om mensen te bekeren:
- ze probeerden eerst altijd koningen/stamhoofden te overtuigen → de rest zou dan volgen
- ze verbonden christelijke gebeurtenissen aan heidense feestdagen
→ europa wordt gekerstend
ook hakte ze heilige bomen van de heidenen om, om te laten zien dat er dan niks gebeurde.
Bonifatius deed dit ook → gedood door de friesen
gevolgen kerstening:
- elk dorp → kerk → feestdagen en zondagen erheen
- feestdagen en zondagen vrij
- elk dorp → priester → hielp met het leven als een christen
- als baby wordt je gedoopt in de kerk
- trouwen in de kerk
- als je dood bent, begraven op grond van de kerk
KA 9: het ontstaan en de verspreiding van de islam
Mekka: handelsstad, grens ORR en perzische rijk
mohammed (handelsvertegenwoordiger) komt in aanraking met allerlei godsdiensten
hij ging vasten in 610 in de grot Hira → hier bezocht aartsengel gabriël/djibriel hem →
boodschappen van god doorgeven aan mohammed → hij wordt profeet
KA 10: handel en steden verdwijnen en in plaat daarvan ontstaat het hofstelsel en horigheid
375-700 n.chr. volksverhuizing → val WRR
hierdoor:
- erg onveilig (plunderingen, want geen bescherming van romeinse leger meer)
- verval van de wegen → werden niet meer onderhouden
→ steeds minder handel → steden worden verlaten (bijna geen werk en veiligheid) → mensen gaan
naar platteland, want:
- daar is werk als boer
- daar is veiligheid
mensen zochten werk en bescherming → dit vonden ze bij een ‘hof’ (versterkte boerderij) → ze
moesten hun eigen land aan de heer geven → er ontstaan domeinen (groot stuk land van de heer →
autarkisch)
op het domein komen horigen te werken in ruil voor bescherming → hofstelsel
lijfeigene: had geen grond en vrijheid en werkte op het vroonhof (land van de heer)
horige: mensen die eigen stuk grond pachtte, maar geen vrijheid had. kreeg wel bescherming van de
heer
vrije boer: zijn zelfstandig en pachtte eigen grond. werden niet beschermd → dus had zware
militaire verplichting
KA 11: het ontstaan van het feodaal/leenstelsel
als je een koninkrijk hebt veroverd moet je het besturen → ambtenaren en leger → je neemt ze in
loondienst, maar geld verdween
→ hij gaat betalen met grond → ontstaan feodaal stelsel
koning deelt koninkrijk op in gauwen → hij wijst vertrouwelingen aan, om namens hem de grond te
besturen en beschermen → vertrouweling legt eed van trouw af aan de leenheer.
die vertrouwelingen doen hetzelfde weer met hun stukje grond
leenheer: iemand die aan vertrouweling grond + rechten uitleent in ruil voor trouwe dienst (koning)
leenman: iemand die van de leenheer grond + rechten leent. (hoge en lage edelen)
standensamenleving: bevolking is opgedeeld in standen
1. koning
2. kroonvazallen
3. achtervazallen
4. achter-achtervazallen
5. landbouwbevolking
, waarom verloren koningen door dit stelsel macht?
- koningen maakten grond erfelijk → leenmannen gingen het zien als eigendom → waarom
dan nog trouw zijn aan de heer?
karel martel: onder andere door hem stelsel → soldaten/ridders kregen plek in kasteel of boerderij
in ruil voor trouw
karel de grote: vertrouwelingen zwoeren trouw aan hem en kregen grond in ‘leen’
KA 12: kerstening van west-europa
heidenen: mensen die nog in natuurgoden geloven
steeds meer mensen werden christelijk in het romeinse rijk
politieke redenen voor frankische koning clovis waarom het aantrekkelijk was om zich te bekeren
- veel onderdanen waren al katholiek
- geestelijken konden lezen en schrijven
- hij won oorlog nadat hij de god van zijn vrouw om hulp vroeg
→ hij bekeerde zich tot het christendom (katholicisme →men luistert naar kerk met paus in rome)
voordelen missionarissen (maakten verre reizen om anderen te overtuigen van christendom)
- franken veroverde groot rijk en boden de missionarissen in dat rijk bescherming
2 strategieën die ze toepaste om mensen te bekeren:
- ze probeerden eerst altijd koningen/stamhoofden te overtuigen → de rest zou dan volgen
- ze verbonden christelijke gebeurtenissen aan heidense feestdagen
→ europa wordt gekerstend
ook hakte ze heilige bomen van de heidenen om, om te laten zien dat er dan niks gebeurde.
Bonifatius deed dit ook → gedood door de friesen
gevolgen kerstening:
- elk dorp → kerk → feestdagen en zondagen erheen
- feestdagen en zondagen vrij
- elk dorp → priester → hielp met het leven als een christen
- als baby wordt je gedoopt in de kerk
- trouwen in de kerk
- als je dood bent, begraven op grond van de kerk
KA 9: het ontstaan en de verspreiding van de islam
Mekka: handelsstad, grens ORR en perzische rijk
mohammed (handelsvertegenwoordiger) komt in aanraking met allerlei godsdiensten
hij ging vasten in 610 in de grot Hira → hier bezocht aartsengel gabriël/djibriel hem →
boodschappen van god doorgeven aan mohammed → hij wordt profeet