Biologie Mens en Milieu - 4vwo
Basisstof 1 – de relatie mens en milieu
Ecosysteemdiensten: diensten en producten die ecosystemen aan mensen
leveren. 3 soorten:
- Productdiensten (bijv drinkwater en voedsel)
- Culturele diensten (bijv recreatie)
- Regulerende diensten (dienst die andere dienst ondersteunt, bijv
bestuiving)
Mensen kunnen het milieu ook positief beïnvloeden door bijv variatie in de
bodem te brengen.
Duurzame ontwikkeling: als het geen negatieve gevolgen heeft voor de
(volgende) generatie en natuur.
Kringloopeconomie (goed): grondstofvoorraden worden niet uitgeput, reststoffen
worden opnieuw ingezet in het proces. Lineaire economie is het
tegenovergestelde (slecht).
Bevolkingsdruk: verhouding tussen het aantal mensen en de beschikbare
hulpbronnen.
De biodiversiteit is afgenomen door landbouw en huisvesting.
Basisstof 2: kringlopen
Kortlopende koolstofkringloop: CO2 wordt
opgenomen uit de lucht en wordt via voedsel
doorgegeven aan verschillende organismen.
Bij dissimilatie komt weer CO2 vrij, en de kring
is rond.
Langlopende koolstofkringloop: als anaerobe
bacteriën organische stoffen afbreken,
ontstaan er fossiele brandstoffen.
Stikstofkringloop
Rechts staat de stikstofkringloop beschreven.
Belangrijk zijn NH4+, NO2-, NO3-.
Bij stikstofassimilatie wordt door een plant stikstof
uit de bodem opgenomen in de vorm van
nitraationen. Ze gebruiken dit voor het maken van
organische stoffen.
, Een dier eet een plant: bij de afbraak komt ammoniak vrij. Ze scheidden hiermee
urine uit.
Bij ammonificatie ontstaat ammoniak bij de opname van urine door eiwitten in
het afval.
Bij nitrificatie: ammonium + zuurstof nitriet, nitraat en zuurstof
Bij denitrificatie: nitraationen gasvormig stikstof (hierdoor wordt de bodem niet
stikstofrijk, niet goed voor planten!)
Bij stikstofbinding: N + 3 H NH3
Basisstof 3 – voedselproductie
Door uitspoeling (met regenwater) verdwijnen mineralen uit de stikstofkringloop.
Monocultuur: één soort gewas per landbouwareaal.
4 verschillende bestrijdingen tegen plagen op gewassen:
- Chemische bestrijding: pesticiden, insecticiden, herbiciden. Nadeel:
doodt ook andere organismen, en resistentie tegen het middel kan
optreden, ook ons eigen drinkwater kan worden vervuild door chemische
bestrijding.
Persistent: pesticiden wordt niet via natuurlijke weg afgebroken.
Pesticiden komen in de dieren van de kringloop terecht en het stapelt
zich op (gif concentratie wordt groter = accumulatie).
Biologisch afbreekbaar: wordt door micro-organismen afgebroken).
- Mechanische bestrijding: met machines. Nadeel: CO2 uitstoot.
- Biologische bestrijding: met andere organismen andere organismen
wegjagen.
- Veranderen erfelijke eigenschappen: veredeling (kruisen van super
koeien) en genetische modificatie
Door niet-grondgebonden veeteelt (weinig grond) krijg je veel en goedkoop
voedsel, maar wel een mestoverschot.
Basisstof 1 – de relatie mens en milieu
Ecosysteemdiensten: diensten en producten die ecosystemen aan mensen
leveren. 3 soorten:
- Productdiensten (bijv drinkwater en voedsel)
- Culturele diensten (bijv recreatie)
- Regulerende diensten (dienst die andere dienst ondersteunt, bijv
bestuiving)
Mensen kunnen het milieu ook positief beïnvloeden door bijv variatie in de
bodem te brengen.
Duurzame ontwikkeling: als het geen negatieve gevolgen heeft voor de
(volgende) generatie en natuur.
Kringloopeconomie (goed): grondstofvoorraden worden niet uitgeput, reststoffen
worden opnieuw ingezet in het proces. Lineaire economie is het
tegenovergestelde (slecht).
Bevolkingsdruk: verhouding tussen het aantal mensen en de beschikbare
hulpbronnen.
De biodiversiteit is afgenomen door landbouw en huisvesting.
Basisstof 2: kringlopen
Kortlopende koolstofkringloop: CO2 wordt
opgenomen uit de lucht en wordt via voedsel
doorgegeven aan verschillende organismen.
Bij dissimilatie komt weer CO2 vrij, en de kring
is rond.
Langlopende koolstofkringloop: als anaerobe
bacteriën organische stoffen afbreken,
ontstaan er fossiele brandstoffen.
Stikstofkringloop
Rechts staat de stikstofkringloop beschreven.
Belangrijk zijn NH4+, NO2-, NO3-.
Bij stikstofassimilatie wordt door een plant stikstof
uit de bodem opgenomen in de vorm van
nitraationen. Ze gebruiken dit voor het maken van
organische stoffen.
, Een dier eet een plant: bij de afbraak komt ammoniak vrij. Ze scheidden hiermee
urine uit.
Bij ammonificatie ontstaat ammoniak bij de opname van urine door eiwitten in
het afval.
Bij nitrificatie: ammonium + zuurstof nitriet, nitraat en zuurstof
Bij denitrificatie: nitraationen gasvormig stikstof (hierdoor wordt de bodem niet
stikstofrijk, niet goed voor planten!)
Bij stikstofbinding: N + 3 H NH3
Basisstof 3 – voedselproductie
Door uitspoeling (met regenwater) verdwijnen mineralen uit de stikstofkringloop.
Monocultuur: één soort gewas per landbouwareaal.
4 verschillende bestrijdingen tegen plagen op gewassen:
- Chemische bestrijding: pesticiden, insecticiden, herbiciden. Nadeel:
doodt ook andere organismen, en resistentie tegen het middel kan
optreden, ook ons eigen drinkwater kan worden vervuild door chemische
bestrijding.
Persistent: pesticiden wordt niet via natuurlijke weg afgebroken.
Pesticiden komen in de dieren van de kringloop terecht en het stapelt
zich op (gif concentratie wordt groter = accumulatie).
Biologisch afbreekbaar: wordt door micro-organismen afgebroken).
- Mechanische bestrijding: met machines. Nadeel: CO2 uitstoot.
- Biologische bestrijding: met andere organismen andere organismen
wegjagen.
- Veranderen erfelijke eigenschappen: veredeling (kruisen van super
koeien) en genetische modificatie
Door niet-grondgebonden veeteelt (weinig grond) krijg je veel en goedkoop
voedsel, maar wel een mestoverschot.