Dagboek: Ordner waarin we gelijksoortige boekingstukken doorlopend genummerd opbergen. We
kennen het kasboek, bankboek, inkoopboek, verkoopboek en memoriaal.
Dagboeken in de boekhouding kunnen voorkomen zijn onder meer:
Kasboek;
Bankboek;
Inkoopboek;
Verkoopboek;
Memoriaal.
Subgrootboek: Wordt uitsluitend in bedragen bijgehouden. Voorbeeld debiteurenboek of
crediteurenboek.
Bijboek (= bijadministratie): Naam gebruikt voor een specificatie in hoeveelheden in plaats van in
geldbedragen. Voorbeeld is het voorraadboek.
Grootboek(rekening): Overzicht waarop we de veranderingen in een balanspost gedurende een
bepaalde periode verwerken.
Journaal: De verzameling van journaalbladen (waarop we de journaalposten zetten) voor een hele
boekingsperiode. We beginnen met het saldo van de beginbalans, daarna de journaalposten en
eindigen met een telling.
Debiteuren- en crediteurenoverzichten:
Debiteurenadministratie: Administratie van de vorderingen per afnemer. Andere naam voor de
subadministratie debiteuren.
Horizontale staffelvorm: Van de scontrovorm (met debet- en creditindeling) afwijkende vorm met:
debet, credit, en saldo.
Saldilijst debiteuren: Per het eind van een boekingsperiode opgesteld samenvattend overzicht uit de
debiteurenadministratie.
Ouderdomsanalyse debiteuren: Overzicht waarin de openstaande vorderingen naar openstaande
tijd worden verdeeld.
Crediteurenadministratie: Administratie van de schulden per leverancier. Andere naam voor de
subadministatie crediteuren.
Saldilijst crediteuren: Per het eind van een boekingsperiode opgesteld samenvattend overzicht uit
de crediteurenadministratie.
Ouderdomsanalyse crediteuren: Overzicht waarin de openstaande schulden worden verdeeld naar
betalingstermijn.