Aantekeningen WC Week 1
Materieel strafrecht:
- Wetboek van Strafrecht
- Bijzondere wetten
Wapens en Munitie
Opiumwet
Wet economische delicten
Strafbare feiten
Formeel strafrecht
- Wetboek van Strafvordering
- Bijzondere wetten
Besluit DNA-onderzoek
Strafprocedure
Doel van straffen
- Generale preventie (relatief)
Voorkomen in het algemeen van strafbare feiten
- Speciale preventie (relatief)
Voorkomen dat die ene specifieke verdachte niet nogmaals in de fout gaat
Voorwaardelijke straf
- Vergelding (absoluut)
Leedtoevoeging
Strafrecht is het Ultimum Remedium Legaliteitsbeginsel
Voorwaarden voor strafbaarheid:
- Menselijke gedraging
Een fysieke handeling door natuurlijke persoon of rechtspersoon
- Wettelijke delictsomschrijving (alles moet in de wet staan om strafbaar te zijn.)
De fysieke handeling moet in de Nederlandse wet strafbaar zijn gesteld
- Wederrechtelijkheid
Het gedrag moet in strijd zijn met het objectieve recht.
Geen rechtvaardiging voor de gedraging.
- Schuld
De persoon van de dader moet een verwijt kunnen worden gemaakt van zijn gedrag.
Er is geen schulduitsluitingsgrond.
Deze 4 voorwaarden altijd onthouden voordat je iemand ‘straf’ kan geven.
2
Materieel strafrecht:
- Wetboek van Strafrecht
- Bijzondere wetten
Wapens en Munitie
Opiumwet
Wet economische delicten
Strafbare feiten
Formeel strafrecht
- Wetboek van Strafvordering
- Bijzondere wetten
Besluit DNA-onderzoek
Strafprocedure
Doel van straffen
- Generale preventie (relatief)
Voorkomen in het algemeen van strafbare feiten
- Speciale preventie (relatief)
Voorkomen dat die ene specifieke verdachte niet nogmaals in de fout gaat
Voorwaardelijke straf
- Vergelding (absoluut)
Leedtoevoeging
Strafrecht is het Ultimum Remedium Legaliteitsbeginsel
Voorwaarden voor strafbaarheid:
- Menselijke gedraging
Een fysieke handeling door natuurlijke persoon of rechtspersoon
- Wettelijke delictsomschrijving (alles moet in de wet staan om strafbaar te zijn.)
De fysieke handeling moet in de Nederlandse wet strafbaar zijn gesteld
- Wederrechtelijkheid
Het gedrag moet in strijd zijn met het objectieve recht.
Geen rechtvaardiging voor de gedraging.
- Schuld
De persoon van de dader moet een verwijt kunnen worden gemaakt van zijn gedrag.
Er is geen schulduitsluitingsgrond.
Deze 4 voorwaarden altijd onthouden voordat je iemand ‘straf’ kan geven.
2