2,1 – De Griekse democratie
Bestuur door het volk
Athene had geen leider, maar een volksvergadering. Er was directe democratie, vrije Atheense
mannen mochten stemmen. Zij hadden burgerrecht. Bij directe democratie mogen er niet te veel
burgers zijn. Dit kon doordat ze in kleine stadstaten/polissen woonden.
Gelijkheid
Gelijkheid was voor Atheners belangrijk. Zij waren bang voor een te machtige leider. Ooit heerste er
aristocratie of greep een tiran de macht. Maar door veranderingen in oorlogvoering werd het volk
belangrijker. Om gelijkheid te behouden, kwam democratie. De macht lag bij de volksvergadering,
die vaak veranderde, door angst voor te veel macht bij 1 iemand. Ook mocht het volk mensen
wegstemmen, die te veel macht hadden. Dat is ostracisme.
Griekse filosoof
Sommige filosofen hadden kritiek op de democratie
Denken over de natuur
Sinds 600 v.Chr. probeerden Grieken de natuur te verklaren. Griekse filosofie wordt als het begin van
de wetenschap gezien, maar ze namen het over van Egypte en Mesopotamië.
Denken over het goede en het ware
In de 5e eeuw v.Chr. gingen Griekse filosofen, zoals Socrates nadenken over de beste manier van
leven. Hij werd hiervoor in 399 v.Chr. Vermoord.
Denken over politiek
Over hoe je een polis moet besturen dachten filosofen na. Volgens Plato namen politici besluiten,
waarmee ze het volk blij maakten. Aristoteles wilde alle 3: aristocratie, 1 machthebber en een
onpartijdig bestuurd. Hij vond kennis belangrijk en richtte zich hierop.
2,2 – Het hellenisme
Een ongekende veroveraar
Alexander (356 – 323 v.C) “De Grote” kreeg hij na zijn dood. Hij had een enorm rijk veroverd. Zijn
vader had heel Griekenland veroverd, doordat de Grieken zwak waren, door onderlinge strijd. Men
had respect voor Alexander, die grote legers leidde en macht over veroverde gebieden handhaafde.
Verklaringen voor Alexanders succes
Zijn succes kwam door:
- Persoonlijke eigenschappen/militaire inzicht
- Speelde in op de gewoonten van veroverde gebieden
- Streefde naar een gemengde elite
Griekstalige heersers
Bestuur door het volk
Athene had geen leider, maar een volksvergadering. Er was directe democratie, vrije Atheense
mannen mochten stemmen. Zij hadden burgerrecht. Bij directe democratie mogen er niet te veel
burgers zijn. Dit kon doordat ze in kleine stadstaten/polissen woonden.
Gelijkheid
Gelijkheid was voor Atheners belangrijk. Zij waren bang voor een te machtige leider. Ooit heerste er
aristocratie of greep een tiran de macht. Maar door veranderingen in oorlogvoering werd het volk
belangrijker. Om gelijkheid te behouden, kwam democratie. De macht lag bij de volksvergadering,
die vaak veranderde, door angst voor te veel macht bij 1 iemand. Ook mocht het volk mensen
wegstemmen, die te veel macht hadden. Dat is ostracisme.
Griekse filosoof
Sommige filosofen hadden kritiek op de democratie
Denken over de natuur
Sinds 600 v.Chr. probeerden Grieken de natuur te verklaren. Griekse filosofie wordt als het begin van
de wetenschap gezien, maar ze namen het over van Egypte en Mesopotamië.
Denken over het goede en het ware
In de 5e eeuw v.Chr. gingen Griekse filosofen, zoals Socrates nadenken over de beste manier van
leven. Hij werd hiervoor in 399 v.Chr. Vermoord.
Denken over politiek
Over hoe je een polis moet besturen dachten filosofen na. Volgens Plato namen politici besluiten,
waarmee ze het volk blij maakten. Aristoteles wilde alle 3: aristocratie, 1 machthebber en een
onpartijdig bestuurd. Hij vond kennis belangrijk en richtte zich hierop.
2,2 – Het hellenisme
Een ongekende veroveraar
Alexander (356 – 323 v.C) “De Grote” kreeg hij na zijn dood. Hij had een enorm rijk veroverd. Zijn
vader had heel Griekenland veroverd, doordat de Grieken zwak waren, door onderlinge strijd. Men
had respect voor Alexander, die grote legers leidde en macht over veroverde gebieden handhaafde.
Verklaringen voor Alexanders succes
Zijn succes kwam door:
- Persoonlijke eigenschappen/militaire inzicht
- Speelde in op de gewoonten van veroverde gebieden
- Streefde naar een gemengde elite
Griekstalige heersers