1. De student beschrijft welke onderzoekinstrumenten en observatiemethoden gebruikt
kunnen worden om het niveau van verschillende aspecten (fonologie, semantiek, morfologie,
syntaxis, pragmatiek) van de taalontwikkeling te kunnen bepalen. Dit zijn:
- Schlichting Test voor Taalbegrip
- Schlichting Test voor Taalproductie-II
- TAK onderbouw
- Peabody
2. De student beschrijft van bovenstaande instrumenten:
- Schlichting Test voor Taalbegrip
o Doelgroep: 2;0-7;0 jaar
o Onderzochte taaldomeinen:
Syntaxis
Semantiek
morfologie
o Toepassingsmogelijkheden:
Individuele diagnostiek: vaststellen aanwezigheid van receptieve TOS met
oog op behandeling, leerlinggebonden financiering, doorverwijzing naar
speciaal onderwijs of wetenschappelijk onderzoek
- Schlichting Test voor Taalproductie-II
o Doelgroep: 2;0-7;0 jaar
o Onderzochte taaldomeinen:
Syntaxis
Fonologie
Semtantiek
Morfologie
Pragmatiek
Auditieve vaardigheden
Werkgeheugen
o Toepassingsmogelijkheden:
Individuele diagnostiek: vaststellen van aanwezigheid expressieve TOS met
oog op behandeling, aanvraag leerlinggebonden financiering, doorverwijzing
naar speciaal onderwijs of wetenschappelijk onderzoek
Evaluatie: meten van het effect van de gegeven therapie
- TAK onderbouw
o Doelgroep: kinderen van 4 tot 9 jaar (groep 1 t/m 4) met Nederlands als moedertaal
of tweede taal
o Onderzochte taaldomeinen:
Fonologie/fonetiek
Semantiek (woordenschat)
Syntaxis
Morfologie
Pragmatiek (verhaalopbouw)
o Toepassingsmogelijkheden:
Diagnostische toets voor het vaststellen van mondelinge vaardigheid van
autochtone en allochtone kinderen van 4 tot 9 jaar
- Peabody
o Doelgroep: 2;3 -90 jaar
o Onderzochte taaldomeinen: