Hoorcollege 1 9-9-2015
Anatomische terminologie en centraal zenuwstelsel
(inleiding en H5 boek)
Anatomie gaat over hoe zaken in elkaar zitten, puur beschrijvend (topografie bij aardrijkskunde).
Alles heeft namen, over het algemeen latijn, soms Engels, komt vaak overeen. Er bestaan ook
Nederlandse termen, wordt vaak door elkaar gebruikt.
Er wordt passief getoetst, dus niet kunnen verzinnen, maar het juiste aanwijzen.
Fysiologie gaat over hoe zaken werken (natuurkunde).
De anatomie bestaat sinds de middeleeuwen. Toen werden alleen misdadigers ter beschikking
gesteld van de wetenschap.
La specula – Florence.
De terminologie is de Esperanto van de geneeskunde mengelmoes van Grieks, Latijn en Engels,
maar niet zonder logica. Wordt vaak beschreven als “heeft de vorm van”.
Drie vlakken/dimensies
- Sagittaal vlak van voor naar achteren, dwars door de neus, kan vanuit het midden
(mediaan) of naast het midden (paramediaan) (sagita = pijl) er is ook een sagitale naad, een
pijlnaad.
o Sagittale doorsnede is vanaf de zijkant gezien
- Coronaal vlak van links naar rechts, van oor naar oor rechtop
o Coronale verbindingsnaad over de schedel.
- Transversaal vlak plakjes, horizontaal
Boven en onder
- Craniaal (cranium = schedel, craniotomie)
- Caudaal (cauda = staart, cauda equina)
o Voet ligt caudaal van je knie
Voor en achter
- Anterieur = vooraan (ante=voor) rostraal rustrum = snuit, snavel)
- Posterieur =achteraan (post = na, achter)
Ventraal (venter = buik, ventriloquist)
Dorsaal (dorsum = rug)
Proximaal - nabij
Distaal - ver weg
links en rechts
links sinistra
rechts dextra
(handigheid in Engels = dexterity, er bestaat ook ambidexter)
Midden en terzijde
Mediaal - naar het midden (medium) meer naar het midden = mediale ooghoek
Lateraal - naar een zijde, weg van het midden meer naar buiten = laterale ooghoek