Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Class notes

Uitgebreide aantekeningen colleges SM2 + belangrijke info responsiecollege

Rating
-
Sold
5
Pages
52
Uploaded on
24-03-2023
Written in
2022/2023

Dit zijn de aantekeningen van alle colleges van het vak Statistische modellen 2. Ook de aantekeningen van het responsiecollege en de uitleg van de besproken opdrachten van het oefententamen staan hier in. De aantekeningen zijn uitgebreid en voorzien van afbeeldingen.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Statistische modellen 2 - Aantekeningen colleges + responsiecollege

Inhoudsopgave
College 1 (6 februari) – Regressieanalyse...............................................................................................2
College 2 (13 februari) – Multivariate relaties........................................................................................9
College 3 (20 februari) – Variantieanalyse............................................................................................15
College 4 (27 februari) – Covariantieanalyse........................................................................................24
College 5 (6 maart) – Regressieanalyse met categorische predictoren................................................30
College 6 (13 maart) – Logistische regressieanalyse.............................................................................34
College 7 (20 maart) – Repeated measures ANOVA.............................................................................41
College 8 (24 maart) – Responsiecollege..............................................................................................47




1

,College 1 (6 februari) – Regressieanalyse
Statistische modellen 1 focust zich op het generaliseren (inferentie) van data. Daarvoor maak je
gebruik van een toets of een betrouwbaarheidsinterval. Statistische modellen 2 breidt dit uit.
Soorten variabelen:
- NOM = nominaal (labels). Data kan alleen worden gecategoriseerd. Geen rangorde. Bijv.
jongen/meisje
- DUM = dummyvariabelen ‘zit je wel of niet in een bepaalde groep’, je vergelijkt dus twee groepen
met elkaar. Bijv. Experimentele groep D = 1 of controlegroep D = 0. Simpele variabele
dummy-coderen: je maakt van een nominale variabele een intervalvariabele (alleen met 0 en 1).
- INT = interval/kwantitatieve variabele (kan alle waarden aannemen)

1. Lineaire relaties
Onafhankelijke variabele = X
Afhankelijke variabele = Y (wat je wilt voorspellen op basis van X)

Op basis van een vraag moet je kunnen afleiden wat de variabelen zijn. Aan de hand daarvan kies je
een model om daarmee de vraag te kunnen beantwoorden.
Variabele: iets waarin je kan verschillen (score, leeftijd, ect)

In dit college gaat het over regressieanalyse
Regressieanalyse: een statistische methode die wordt gebruikt om verbanden tussen verschillende
variabelen (X en Y) in bijv. een dataset te vinden.

Lineaire relaties onderzoeken
Voorbeelden van INT (intervalvariabelen): lengte, gewicht, leeftijd, schaalscores voor depressie,
coping, attitude, vaardigheidsscores voor taal, rekenen, ect.

Voorbeeld: onderzoeksvraag: is er een relatie tussen BDI en coping (in de populatie)
N = aantal personen = 84
Twee variabelen:
- BDI (depressie) Y = afhankelijke variabele
- Coping met tegenslag X = afhankelijke variabele
Verwachting is dat wanneer score voor BDI hoog is (hoge depressie), lage score op coping met
tegenslag = te zien in een spreidingsdiagram (puntenwolk rondom een ‘denkbeeldige’ rechte lijn). Je
verwacht dus een negatieve relatie. Je verondersteld dat de relatie lineair is.

In SPSS maak je een spreidingsdiagram.
Met de kleinste kwadratensom van de residuen vind je de unieke lijn. Een lijn waar dus de som van
de residuen geminimaliseerd is. Je kwadrateert om er voor te zorgen dat alle residuen even zwaar
meewegen.
Residu = afstanden punten tot unieke lijn.

Een lijn wordt beschreven door een helling. Dit getal (=parameter) geeft (1) de richting van de relatie
weer en (2) een interpretatie aan de relatie. De exacte waarde van de parameter weten we niet
omdat het een waarde is die de hele populatie beschrijft.
Parameter: waarde die een hele populatie beschrijft (bijv. populatie gemiddelde)
Statistiek: getal dat een steekproef beschrijft (bijv. steekproef gemiddelde)
Met die unieke lijn, de kleinste kwadraten lijn, kun je een aantal vragen beantwoorden:

2

,- Is er een lineaire relatie tussen BDI en coping met tegenslagen?
- Hoe sterk is de lineaire relatie?
 Pearson correlatie: maat voor sterke lineaire relaties (uitrekenen met SPSS- t-toets)
Er komt dan een tabel genaamd ‘Correlations’. Daarin vind je:
- Pearson Correlation
Is de correlatie 1 of -1  je kunt alles 100% voorspellen. Je hebt een lineaire lijn.
Is de correlatie 0 (r=0)  je kunt niks voorspellen. Er is geen relatie Je hebt een horizontale
lijn.
Hoe kleiner de residuen, hoe beter de voorspellingen.
- Sig. (2-tailed)
Dat is de P-waarde. Vaak geldt p < 0.001 = significante relatie tussen de afhankelijke (Y) en de
onafhankelijke variabele (X).
-N
N= grootte van de steekproef. Bijv. het aantal mensen.

Het kwadraat van de correlatie is de gemeenschappelijke variantie tussen variabelen X en Y
Voorbeeld: r -.088 (haal je uit de tabel ‘Correlations’ in SPSS)
(-.88)2 = 0.774 = 77%
Dus variabele X en Y hebben 77% variantie gemeenschappelijk.

- Kan BDI (Y) voorspeld worden door coping (X)?
Dat onderzoek je met enkelvoudige regressieanalyse: regressieanalyse met één voorspeller.
Als de P-waarde kleiner is dan 0.001 dan is er een hele kleine kans op de aannemelijkheid van de
nulhypothese en kan Y waarschijnlijk voorspeld worden door X.

Toetsen
‘Je vergelijkt wat je gevonden hebt, met wat je zou verwachten als de nulhypothese waar zou zijn.
Dat druk je uit in standaardfouten’.
Nulhypothese: (H0) een populatiegrootheid heeft een bepaalde waarde. Bijvoorbeeld: er is geen
relatie
Alternatieve hypothese: (Ha) een populatie-grootheid heeft die waarde niet (groter, kleiner,
ongelijk). Bijv: de relatie is groter dan 0.
 je probeert de nulhypothese te verwerpen.

Hoe bijzonder is hetgeen wat ik gevonden
heb?, afgezet tegen de nulhypothese. Dat druk
je uit in standaardfouten.


Type I-fout: je verwerpt de nulhypothese ten onrechte.
Type II-fout: je verwerpt de nulhypothese ten onrechte niet.




3

, - Gebaseerd op een toetsingsgrootheid.
Toetsingsgrootheid: grootheid die de toets berekent op
grond van je gegevens, dit is een maat voor de afwijking
van jou gegevens van de verwachte waarden
(nulhypothese). Van de t-toets is dit t.
Test statistic = ‘Hoeveel standaardfouten ligt gevonden
uitkomst van de waarde onder de nulhypothese af.
Dus: score (R)  test statistic (t)  kans (P)
BELANGRIJK: je kunt de nulhypothese NIET bewijzen. Je kan alleen de nulhypothese onaannemelijk
maken.
P-waarde: de kans om een uitkomst te vinden zo extreem of nog extremer dan het gevonden
(toetsingsgrootheid) effect, als H0 (nulhypothese) waar zou zijn. Of: wat is de kans op minstens de
gevonden test statistic indien de nulhypothese waar zou zijn. Dus de p-waarde geeft aan hoe
extreem de gevonden waarde voor de toetsingsgrootheid van de verdeling onder de nulhypothese is.
((P- waarde is Sig. in SPSS))
Hoe kleiner de P-waarde, hoe sterker het bewijs TEGEN de nulhypothese.
Hoe klein is de P-waarde dan? Je vergelijkt het met het significantieniveau alpha (significatietoets).
P > Alpha = geen idee of er een populatie-effect is. = niet significant
P < Alpha = er lijkt bewijs te zijn tegen de nulhypothese. = significant
Alpha (α) wordt vaak vastgesteld op 0.1, 0.05, of 0.01.

Vaste opbouw van een toets
 Test statistic (toetsingsgrootheid): hoeveel standaardfouten ligt de gevonden uitkomst van de
waarde onder H0 af?
 P-waarde: wat is de kans op minstens de gevonden test statistic indien H 0 waar zou zijn.

2. Statistisch model
Relatie tussen variabelen in de populatie: vergelijking voor regressielijn.


Dit statistisch model heeft de vorm van: data = model + error
Yi = score op afhankelijke variable Y voor persoon i (data)
Xi = score onafhankelijke variabele X voor persoon i
Ei = residu (error, afwijking)
B0 = intercept
B1 = helling (slope)
Model = B0 + BiXi (regressielijn)

Coëfficiënten:
Intercept: snijpunt met de y-as. B0 is de werkelijke waarde, b0 is de geschatte waarde bij de
regressielijn. Bij de vergelijking van een lijn geef je de intercept aan met y.
Helling (slope): geeft de steilheid van de lijn aan. B 1 is de werkelijke waarde, b1 is de geschatte
waarde bij regressielijn. Bij de vergelijking van een lijn geef je de helling aan met a.
De intercept en de helling zijn regressiecoëfficiënten die moeten geschat worden (uit de steekproef).
Dit gebeurt moet de kleinste kwadratenmethode.




4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
March 24, 2023
Number of pages
52
Written in
2022/2023
Type
Class notes
Professor(s)
R. hoekstra
Contains
All classes

Subjects

$9.47
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
babettekuiper Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
78
Member since
4 year
Number of followers
25
Documents
9
Last sold
1 month ago

4.4

8 reviews

5
3
4
5
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions