Betalingsbalans= een overzicht van alle betalingen aan het buitenland en alle ontvangsten
uit het buitenland
Exportquote= de totale uitvoerwaarde als percentage van het nationaal inkomen
Importquote= de totale invoerwaarde als percentage van het nationaal inkomen
Open economie= een land met veel in-en uitvoer in verhouding tot het nationaal inkomen.
Het land heeft een hoge import- en exportquote
Wederuitvoer= goederen worden eerst ingevoerd en na een korte bewerking meteen
doorverkocht worden aan het buitenland
EMU= europese monetaire unie. Aantal landen binnen de europese uinie met een
gezamelijke munteenheid, de euro
Interne markt= gemeenschappelijke markt. Voor de handel zijn alle binnengrenzen tussen
lidstaten van de EU vervallen. Daardoor is er vrij verkeer van:
- Goederen en diensten
- Personen
- Kapitaal
Contingentering= importquota. Er mag een maximum aantal producten worden
ingevoerd.
Exportsubsidie= de overheid geeft subsidie aan exporterende bedrijven, waardoor die
hun producten goedkoper aan het buitenland kunnen verkopen.
Invoerrechten= importheffingen, douanerechten. Belasting op ingevoerde producten.
Protectiemaatregelen= handelsbelemmeringen, protectionisme. Maatregelen om de
productie en werkgelegenheid bij bedrijven in het eigen land te beschermen tegen
concurrentie uit andere landen.
Globalisering= de toenemende vrije wereldhandel als gevolg van het openstellen van
grenzen en nieuwe vormen van communicatie en transport
Internationale arbeidsverdeling= een product wordt geproduceerd en geëxporteerd
door het land dat dit het beste en goedkoopste kan.
Internationale concurrentiepositie= de mate waarin een land in staat is om beter en/of
goedkoper te produceren dan andere landen