1. Bouwplan
Alle onderdelen (manier aandacht trekken, onderwerp introduceren, deelonderwerpen,
steekwoorden, bronnen, hoofdgedachte, tekststructuur) staan er in en ze passen bij de
tekstsoort.
2. Titel en koppen
Een passende en pakkende titel.
Tussenkoppen, passend en op de juiste plekken.
3. Algemeen/opbouw
Consequente alinea-indeling.
Gebruik van signaalwoorden.
Heldere tekststructuur.
Tekstsoort is duidelijk (beschouwend, betogend of objectief, met de juiste structuur)
4. Inhoud
Correct brongebruik en -vermelding.
Onderwerp vanuit passende invalshoek met voldoende diepgang en onderbouwing met uitleg
en voorbeelden.
5. Inleiding
Duidelijke aandachtstrekker en onderwerpsintroductie.
Heldere hoofdgedachte.
6. Middenstuk
Duidelijke kernzin op een voorkeursplaats.
7. Slot
Een correcte samenvatting en afronding passend bij de tekstsoort.
8. Stijl