Samenvatting volgens de leerdoelen Staats-en bestuursrecht week 3
1. De essentie van het legaliteitsbeginsel omschrijven.
Al het overheidsoptreden dient plaats te vinden door instanties die daartoe door of
krachtens de wet een bevoegdheid is gegeven.
Het legaliteitsbeginsel heeft onder meer betrekking op de (wettelijke) grondslag, de
positieve fundering van overheidsbevoegdheden.
Het ziet dan op de vraag (1) welke instantie een bepaalde bevoegdheid heeft of kan
hebben. (2) wat die bevoegdheid inhoudt, en (3) hoe die bevoegdheid verkregen is of
kan worden. Naast dit positieve funderende aspect heeft het legaliteitsbeginsel ook
een negatief begrenzend aspect. Da aspect houdt in (4) dat overheidsbevoegdheden
binnen de grenzen van het (hoger) recht uitgeoefend moet worden. Ook al heeft een
overheidsinstantie op correcte wijze – op basis van de wet – een bevoegdheid
verkregen,dan is dat nog geen vrije bevoegdheid die naar believen uigeoefend mag
worden
2. De begrippen openbaar lichaam, orgaan en ambtsdrager identificeren.
Een openbaar lichaam is, in de bestuurlijke indeling van het Koninkrijk der
Nederlanden, een overheid die bepaalde taken uitvoert binnen een bepaald
ruimtelijk gebied of op een bepaald inhoudelijk gebied. De belangrijkste openbare
lichamen zijn het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen. De
provincies en gemeenten worden in artikel 123 en verder van de Nederlandse
Grondwet geregeld. De waterschappen in artikel 133.
Een orgaan kan zowel een a-orgaan als b-orgaan zijn.
Een a-orgaan is [een orgaan van een] [rechspersoon krachtens publiekrecht]. Art. 2:1
BW De Staat, provincies, gemeenten, waterschappen hebben rechtspersoonlijkheid.
(omdat het in de wet staat) Dit is nog geen orgaan, maar slechts een r.p. krachtens
publiekrecht. Kijk in wetten Staat Grondwet, provincie provicie wet,
Gemeente gemeentewet
Een b-orgaan is een ander orgaan of college dat met enig openbaar gezag is bekleed.
3. Het begrip ‘bestuursorgaan’ hanteren.
Op grond van het eerste lid van art. 1:1 Awb luidt die definitie:
a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
4. Het begrip ‘belanghebbende’ hanteren.
Een persoon is belanghebbende als het belang van deze persoon rechtstreeks bij een besluit
is betrokken.
Als de persoon niet rechtstreeks is betrokken kan deze als nog via de OPERA-criteria een
belanghebbende zijn.
OPERA = objectief, persoonlijk, eigen, rechtstreeks, actueel
5. Het begrip ‘besluit’ hanteren.
Een besluit is in de Nederlandse wetgeving een schriftelijke beslissing van een
bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling
Onder dit begrip vallen beschikkingen en besluiten van algemene strekking:
a. een beschikking is een overheidsbeslissing in een concreet geval, bv een beslissing op de
aanvraag van een vergunning. Indien de beslissing het element van rechtshandeling mist,
1. De essentie van het legaliteitsbeginsel omschrijven.
Al het overheidsoptreden dient plaats te vinden door instanties die daartoe door of
krachtens de wet een bevoegdheid is gegeven.
Het legaliteitsbeginsel heeft onder meer betrekking op de (wettelijke) grondslag, de
positieve fundering van overheidsbevoegdheden.
Het ziet dan op de vraag (1) welke instantie een bepaalde bevoegdheid heeft of kan
hebben. (2) wat die bevoegdheid inhoudt, en (3) hoe die bevoegdheid verkregen is of
kan worden. Naast dit positieve funderende aspect heeft het legaliteitsbeginsel ook
een negatief begrenzend aspect. Da aspect houdt in (4) dat overheidsbevoegdheden
binnen de grenzen van het (hoger) recht uitgeoefend moet worden. Ook al heeft een
overheidsinstantie op correcte wijze – op basis van de wet – een bevoegdheid
verkregen,dan is dat nog geen vrije bevoegdheid die naar believen uigeoefend mag
worden
2. De begrippen openbaar lichaam, orgaan en ambtsdrager identificeren.
Een openbaar lichaam is, in de bestuurlijke indeling van het Koninkrijk der
Nederlanden, een overheid die bepaalde taken uitvoert binnen een bepaald
ruimtelijk gebied of op een bepaald inhoudelijk gebied. De belangrijkste openbare
lichamen zijn het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen. De
provincies en gemeenten worden in artikel 123 en verder van de Nederlandse
Grondwet geregeld. De waterschappen in artikel 133.
Een orgaan kan zowel een a-orgaan als b-orgaan zijn.
Een a-orgaan is [een orgaan van een] [rechspersoon krachtens publiekrecht]. Art. 2:1
BW De Staat, provincies, gemeenten, waterschappen hebben rechtspersoonlijkheid.
(omdat het in de wet staat) Dit is nog geen orgaan, maar slechts een r.p. krachtens
publiekrecht. Kijk in wetten Staat Grondwet, provincie provicie wet,
Gemeente gemeentewet
Een b-orgaan is een ander orgaan of college dat met enig openbaar gezag is bekleed.
3. Het begrip ‘bestuursorgaan’ hanteren.
Op grond van het eerste lid van art. 1:1 Awb luidt die definitie:
a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
4. Het begrip ‘belanghebbende’ hanteren.
Een persoon is belanghebbende als het belang van deze persoon rechtstreeks bij een besluit
is betrokken.
Als de persoon niet rechtstreeks is betrokken kan deze als nog via de OPERA-criteria een
belanghebbende zijn.
OPERA = objectief, persoonlijk, eigen, rechtstreeks, actueel
5. Het begrip ‘besluit’ hanteren.
Een besluit is in de Nederlandse wetgeving een schriftelijke beslissing van een
bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling
Onder dit begrip vallen beschikkingen en besluiten van algemene strekking:
a. een beschikking is een overheidsbeslissing in een concreet geval, bv een beslissing op de
aanvraag van een vergunning. Indien de beslissing het element van rechtshandeling mist,