Samenvatting volgens de leerdoelen Staats- en bestuursrecht week 4
1. Het legaliteitsbeginsel uitleggen en de reikwijdte ervan definiëren aan de hand van casusposities
en jurisprudentie.
2. De verschillende manieren waarop overheidsbevoegdheden worden verkregen benoemen en
herkennen
Attributie: nieuwe bevoegdheid wordt gecreeerd en toegedeeld aan een ambt.
Delegatie: een ambt draagt een bestaande bevoegdheid over aan een andere ambt
Mandaat: Een bestuursorgaan machtigt een ander om een bevoegdheid in naam en onder
verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan uit te oefenen.
3. Beredeneren op welke wijze het legaliteitsbeginsel van invloed is op het overdragen van
overheidsbevoegdheden.
4. De (grond)wettelijke delegatieterminologie op een casus toepassen.
5. De volgende vormen van normering van overheidshandelen onderscheiden: eisen in verband met
het wettelijke kader, formele normen en materiële normen.
Eisen in verband met het wettelijk kader: hieronder vallen in de eerste plaats normen die
worden gesteld aan het wettelijk kader zelf en in de tweede plaats moet het wettelijk kader
in het concrete geval worden toegepast
Formele normen:deze normen hebben betrekking op de organisatie en de procedure van de
besluitvorming. Zij kunnen gevonden worden in de Awb, in andere formele wetgeving, in
lagere regelgeving en in het ongeschreven recht.
Materiele normen: deze normen hebben betrekking op de inhoud van besluitvorming. Net
als de formele normen kunnen deze gevonden worden in de Awb, andere formele wetgeving
en in het ongeschreven recht.
6. De belangrijkste formele en materiële normen (algemene beginselen van behoorlijk bestuur) voor
overheidshandelen benoemen.
7. In een eenvoudige casus beargumenteren welke van de bovengenoemde normen van toepassing
zijn.
8. Het juridisch instrument beleidsregels als vorm van normering van overheidshandelen duiden.
1. Het legaliteitsbeginsel uitleggen en de reikwijdte ervan definiëren aan de hand van casusposities
en jurisprudentie.
2. De verschillende manieren waarop overheidsbevoegdheden worden verkregen benoemen en
herkennen
Attributie: nieuwe bevoegdheid wordt gecreeerd en toegedeeld aan een ambt.
Delegatie: een ambt draagt een bestaande bevoegdheid over aan een andere ambt
Mandaat: Een bestuursorgaan machtigt een ander om een bevoegdheid in naam en onder
verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan uit te oefenen.
3. Beredeneren op welke wijze het legaliteitsbeginsel van invloed is op het overdragen van
overheidsbevoegdheden.
4. De (grond)wettelijke delegatieterminologie op een casus toepassen.
5. De volgende vormen van normering van overheidshandelen onderscheiden: eisen in verband met
het wettelijke kader, formele normen en materiële normen.
Eisen in verband met het wettelijk kader: hieronder vallen in de eerste plaats normen die
worden gesteld aan het wettelijk kader zelf en in de tweede plaats moet het wettelijk kader
in het concrete geval worden toegepast
Formele normen:deze normen hebben betrekking op de organisatie en de procedure van de
besluitvorming. Zij kunnen gevonden worden in de Awb, in andere formele wetgeving, in
lagere regelgeving en in het ongeschreven recht.
Materiele normen: deze normen hebben betrekking op de inhoud van besluitvorming. Net
als de formele normen kunnen deze gevonden worden in de Awb, andere formele wetgeving
en in het ongeschreven recht.
6. De belangrijkste formele en materiële normen (algemene beginselen van behoorlijk bestuur) voor
overheidshandelen benoemen.
7. In een eenvoudige casus beargumenteren welke van de bovengenoemde normen van toepassing
zijn.
8. Het juridisch instrument beleidsregels als vorm van normering van overheidshandelen duiden.