Samenvatting ouderengeneeskunde H17
Vergeetachtigheid
Vergeetachtigheid is het meest voor de hand liggende symptoom bij cognitieve stoornissen.
Vaak worden ook concentratieproblemen, problemen in planning en organisatie en
problemen met spreken genoemd. Daarnaast zijn er minder vanzelfsprekende kenmerken
die in een vroeg stadium kunnen wijzen op dementie. Ongewild gewichtsverlies zonder
andere lichamelijke oorzaak kan een eerste signaal zijn van dementie . Een jaar voordat de
diagnose dementie wordt gesteld, beginnen patiënten twee keer zo snel af te vallen als hun
leeftijdsgenoten bij wie geen dementiediagnose wordt gesteld. De oorzaak hiervan is nog
onduidelijk. Afhankelijk van de achterliggende oorzaken van hun dementie kunnen patiënten
verschillende loopstoornissen ontwikkelen. Bij een vasculaire dementie past een
breedbasisch looppatroon met kleine pasjes, ook wel lower body parkinsonismegenoemd.
Deze patiënten hebben een sterk verhoogd valrisico. Patiënten met een
Lewy-body-dementie of dementie bij de ziekte van Parkinson kampen met een afwijkend
looppatroon op basis van de bijbehorende rigiditeit. Bij de ziekte van Alzheimer kan het
voorkomen dat patiënten sneller lopen dan ze op basis van comorbide-aandoeningen
aankunnen. Ook dit verhoogt het valrisico. Doordat patiënten zich bewust zijn van het
achteruitgaan van hun cognitieve functies en daardoor angst ontwikkelen om fouten te
maken, gaan ze zich vaak terugtrekken van allerlei sociale bezigheden. Verlies van de grip
op de dagelijkse dingen kan leiden tot somberheid, angst en prikkelbaarheid. Patiënten
kunnen gedragsstoornissen ontwikkelen, zoals achterdocht, apathie, ontremming en andere
psychiatrische symptomen. Deze kunnen soms al vroeg in het ziektebeeld voorkomen en zijn
alarmsignalen voor nader onderzoek. Ook relatieproblemen, ontstaan op latere leeftijd,
kunnen een signaal zijn van dementie bij een of beide echtelieden. Het ‘head turning sign’ is
een verschijnsel waarbij tijdens het gesprek met een patiënt met cognitieve stoornissen deze
bij bijna elke vraag zijn hoofd draait in de richting van de mantelzorger om te verifiëren of het
gegeven antwoord klopt of om de mantelzorger het antwoord te laten geven. Verborgen
cognitieve stoornissen kunnen op opvallende wijze aan het licht komen bij ziekte van de
centrale mantelzorger of bij ziekenhuisopname van de patiënt.
Diagnostiek
Dementie is een klinisch syndroom en kan derhalve op basis van klinische criteria door de
huisarts worden vastgesteld. Het wordt gekenmerkt door een combinatie van de volgende
symptomen:
1. geheugenstoornissen (stoornissen van het korte- en langetermijngeheugen en
orientatiestoornissen);
2. andere cognitieve stoornissen (afasie, apraxie, agnosie, problemen met planning en
overzicht, taalbegrip en abstract denken);
3. negatieve invloed van de cognitieve stoornissen op het dagelijks functioneren; EN
4. afwezigheid van een delier.
Soms is er sprake van duidelijke geheugenstoornissen, al dan niet met andere cognitieve
stoornissen, zonder dat het dagelijks functioneren daaronder lijdt. Men spreekt dan van lichte
cognitieve stoornissen of mild cognitive impairment (MCI ). Deze symptomen geven lang niet
altijd een voorstadium van dementie aan. Daarom is het niet aan te bevelen MCI als
diagnose te gebruiken. Om de diagnose dementiesyndroom te kunnen stellen, moet een
delier uitgesloten worden op basis van stoornissen in het bewustzijn of de aandacht, en door
het beloop uit te vragen. Een delier is een stoornis die meestal acuut ontstaat, en daarin
verschilt van een dementiesyndroom. Aan een delier ligt vaak een lichamelijke oorzaak ten
grondslag, zoals een infectie of intoxicatie, die aparte behandeling behoeft. Ook een
depressie kan lijken op dementie. Door concentratieproblemen die voorkomen bij depressie,
kunnen problemen met de inprenting en het ophalen van informatie ontstaan. Een depressie
verschilt van een dementiesyndroom door het ontbreken van stoornissen in de uitvoerende
functies.
1