10.5.1 de ernst van het brandwondenstelsel
Incidentie: 60.000 mensen in Nederland per jaar.
Ernst van een verbrandingsletsel is afhankelijk van:
- Uitgebreidheid (percentrage verbrand lichaamsoppervlak: VLO)
- Leeftijd
- Algemene conditie
- Diepte
- Lokalisatie
- Bijkomend letsel, bijvoorbeeld inhalatietrauma
- Etiologie
De morbiditeit en mortaliteit van patiënten met brandwonden worden voor een groot deel bepaald
door de grootte van de brandwond en de leeftijd van de patiënt.
-> Hoe hoger de som van het aantal levensjaren en het percentage verbrand lichaamsoppervlak, des
te geringer de overlevingskans.
-> Bij een som van 100 is bij volwassenen de sterfte al 50%; daarboven daalt de overlevingskans
sterk, tot vrijwel 0 bij een som >140.
Het vaststellen van de diepte van de verbranding is van belang omdat het uiteindelijk bepaalt of een
brandwond conservatief op operatief behandld moet weorden.
-> Bij verbranding door alle lagen heen (subdermale brandwonden) kan re-epithelisatie niet meer
plaatsvinden van uit de wondbodem. Re-epithelisatie is dan alleen mogelijk vanuit gezonde
wondranden. Dergelijke brandwonden die groter zijn dan de diameter van een euro moeten dan ook
worden geëxcideerd en vervoglens getransplanteerd, omdat genezing veel te lang zal duren.
-> Diepe verbrandingen aan de handen lieden vak tot aanzienlijke invaliditeit.
Re-epithelisatie = hervorming van epitheelcellen
Exideren = wegsnijden
Invaliditeit = functie is minder dan ‘normaal’.
De ernst van chemische brandwonden is gerelateerd aan het risico op verdere penetratie van het
agens (de werkzame stof) en mogelijke systemische toxiciteit.
De diepte van de verbranding
Verbranding met heet water en steekvlamverbranding zijn doorgaans tweedegraads.
Bij onderzoek kan op een aantal manieren de diepte van de verbranding worden geschaten:
- Eerste graads verbranding
o Roodheid
o Pijn
- Tweedegraad verbranding
o Blaren
o De wond is pijnlijke
o Roze-rood glanend aspect
o Tonen van capillaire refill
o Aanraking wordt gevoeld.