Normale bouw en functie van het aangedane orgaan, lichaamsdeel of stelsel
Functies van de huid:
- bescherming;
- waarneming;
- temperatuurregulatie; vanuit hypothalamus wordt (para/)sympathische zenuwstelsel
geactiveerd. Bloedvaten verwijden/vernauwen zweetklieren produceren meer/minder
zweet. Als het bloedvolume daalt wordt de warmte in het lichaam vastgehouden.
- waterhuishouding en minerale stofwisseling.
- excretie; van talg en in zweet opgeloste zouten, zoals ureum.
- absorptie; zalven, zuurstof, stikstof en kooldioxide.
- opslagplaats; voor vet onder de huid, water, koolhydraten, zouten lipoïden en vitaminen.
Soort huid Type cellen Kenmerken.
Epidermis De epidermis bevat alleen Cellen worden in de
Opperhuid Keratinocyten. Melanine onderste laag gevormd en
wordt door melanocyten schuiven langzaam naar
afgegeven aan de boven. Geen bloedvaten of
keratinocyten, wat de huid zenuwuiteinden.
kleur geeft.
Dermis Elastisch bindweefsel. Het Bevat haren, zweetklieren,
bestaat uit: zenuwuiteinden en bloed- en
- collagene vezels (sterkte) lymfevaten. Vanuit deze laag
- elastische vezels (rekbaar) wordt de epidermis gevoed.
- reticulaire/netvormige
vezels (geeft de huid een
drukverspreidend vermogen.
Subcutis Losmazig bindweefsel Functies: isolatie,
energieopslag en demping.
Opperhuid (epidermus) is opgebouwd uit:
Hoornlaag = stratum corneum
- bovenste laag van de epidermis.
- bestaat uit 15-30 lagen afgevlakte en dode dekweefselcellen waarin zich grote
hoeveelheden keratine hebben opgehoopt. Deze cellen zijn ‘verhoornd’.
Tussenlaag 3 = stratum lucidum
Dit vind je in de dikke huid van de handpalmen en de voetzolen. Dit is een doorzichtige huid.
Tussenlaag 2 = stratum granulosum
Bestaat uit cellen die zich vnaaf het stratum spinosum hebben verplaatst. De cellen in deze
korrelige laag delen zich niet langer en beginnen grote hoeveelheden van het eiwit keratine
te maken. Keratine is slijtvast en waterbestendig Het bedekt het oppervlak van de huid en
vormt basale structuur van de haren, het eelt en de nagels.
Tussenlaag 1 = stratum spinosum
Telkens wanneer een stamcel zich deelt, gaat een van de ontstane dochtercellen de stratum
spinosum binnen. Het is een laag met stekelcellen. Hier deelt de cel zich verder waardoor
dekweefsel steeds dikker wordt.
Kiemlaag = stratum germinativum.