Voor het intraveneus toedienen van vocht en/of medicatie kan een Centrale Veneuze
Catheter (CVC) gebruikt worden. Er bestaan getunnelde en ongetunnelde katheters.
Een getunnelde katheter wordt bij voorkeur gebruikt indien de katheter lang in het lichaam
moet blijven, de kans op infecties is dan kleiner.
CVC's kunnen ingebracht worden op verschillende plaatsen.
* Jugularis: De CVC is ingebracht in de vena Jugularis, een bloedvat in de hals. Hoewel deze
een stukje onderhuids loopt, spreken we hier toch altijd van een ongetunnelde CVC.
* Subclavia: De CVC is ingebracht in de vena Subclavia, een bloedvat onder het sleutelbeen.
Bij het inbrengen kan deze CVC getunneld worden, echter ongetunnelde sublavia catheters
worden het meeste gebruikt.
Een centraal veneuze catheter is een katheter die in een groot bloedvat wordt ingebracht
zoals in de vena jugularis, vena subclavia of vena femoralis. Het grote voordeel van een
dergelijk infuus is het uitblijven van flebitis (aderontsteking). Flebitis zorgt ervoor dat het
infuus niet meer (goed) loopt en pijn en ongemakken met zich mee brengt.
Er zijn getunnelde en niet-getunnelde centraal veneuze katheters. Een niet getunnelde
centraal veneuze katheter kan maar een beperkte tijd gebruikt worden. dit in verband met de
kans op infectie. Na drie weken is het noodzakelijk dat er een nieuwe centraal veneuze
katheter ingebracht wordt. Een getunnelde katheter zorgt ervoor dat de kans op infectie
vermindert en kan dus langere tijd gebruikt worden. Als een cliËnt voor lange tijd afhankelijk
is van een centraal veneuze katheter, dan is het dus aan te bevelen te kiezen voor een
getunnelde katheter.
Een centraal-veneuze katheter is een katheter die in een grote vene ligt opgeschoven tot in
de bovenste holle ader (vena cava superior) of de onderste holle ader (vena cava inferior).
Centraal veneuze infusie wordt meestal toegepast voor de toediening van totale parenterale
voeding en grote