(boeken, E-readers en colleges)
Taak 1 Vooroordelen, discriminatie, stereotype
- Stereotype (gedachte): overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet overeenkomt
met de werkelijkheid; gebaseerd op versimpeling/generalisatie/overdrijving.
- Vooroordeel (gevoel): negatieve houding tegenover groep en leden
- Discriminatie (gedrag): oneerlijke behandeling van leden; seksisme, ageism, racisme
Subtiele racisme: hedendaagse vorm van racisme (blatant/expliciete racisme is
illegaal), verschillende soorten:
a) Tokenism: triviale acties doen voor minderheden om zo beschuldigingen van
racisme neer te slaan (1 zwarte man in TV serie)
b) Reverse discrimination: slachtoffers van discriminatie gunstig behandelen
c) Reluctance to help (tegenzin om te helpen)
Hoe ontstaan stereotypes, vooroordelen en discriminatie?
- Frustration-aggression hypothesis: alle frustratie leidt tot agressie, en alle agressie komt van
frustratie.
→ Displacement: uiten van je agressie naar scapegoat (gemakkelijk bereikbaar) dan de
bron van je frustratie, wanneer bron van frustratie niet benaderd kan worden met
agressie.
- Authoritarian personality:
Strenge opvoeding, de nadruk op macht, gezag en gehoorzaamheid, geven zich snel
over, etnocentrisch, simpele cognitieve stijl.
Vooral bevooroordeeld over het bedreigen van outgroups; woede afreageren op
lagere persoon
Right wing authoritarianism:
1. Conventionalisme: opvolgen orders
2. Authoritarian aggression: supporten van agressie tegenover sociaal
afwijkenden
3. Authoritarian submission: overgeven aan de autoriteit
- Dogmatisme: cognitieve stijl die rigide en intolerant is en mensen vatbaar maakt om
vooroordelend te zijn
- Social dominance theory: theorie die vooroordelen toeschrijft aan de acceptatie van een
individu van een ideologie die ingroup-serving hiërarchie en dominantie goedkeurt, maar
egalitaire ideologieën afkeurt
Zij prefereren een hiërarchische organisatie van de maatschappij en zijn vooral
bevooroordeeld over lage status/concurrerende outgroups.
System justification theory (lijkt het op): onder bepaalde omstandigheden weigeren
mensen verandering en nemen ze genoegen met de status quo, zelfs als hun groep
daardoor een lage positie heeft.