Samenvatting daders
HC 1 – dadertheorieën
Twee mensbeelden
- Homo economicus: rationele dader
- Homo sociologicus:
o Invloed van de sociale omgeving
o Mens als betekenis gevend wezen
Gelegenheidstheorieën (homo economicus)
- Gelegenheid is genoeg om een misdaad te plegen
o Iedereen kan dader (en slachtoffer) worden
- Routine activiteiten theorie (met Eck’s triangle)
o Gemotiveerde dader (handler)
o Aantrekkelijk doelwit (guardian)
o Afwezigheid van toezicht (manager)
- Gemotiveerde dader maakt een snelle afweging, maar bounded rationality
o O.b.v. beperkte cues in de omgeving
o Geen tijd om veel na te denken over de (lange termijn) gevolgen
- Rationele dader =/= voorbereide dader
o Voorbereiding kan toenemen naarmate er meer delicten zijn gepleegd, maar
het hoeft niet altijd volledig voorbereid te zijn
- Aantrekkelijk doelwit
o CRAVED
Concealable
Removable
Available
Valuable
Enjoyable
Disposable
o VIVA
Value
Inertia
Visibility
Available
Levensloopcriminologie (invloed van sociale omgeving)
- Keerpunt/levensfasen
o Een gebeurtenis in het leven van een dader die leidt tot een verandering in
levensomstandigheden
o Vooral m.b.t. de sociale omgeving: gezin, werk, activiteiten
- Typologie van daders
o Persisters: jong geleerd, oud gedaan
Ongestructureerd leven
o Desisters
Stabiliteit door keerpunt
o Intermittent offenders
Stopt even en gaat dan weer door
, - Slechte start =/= (persistente) dader
- Criteria voor desistance door een keerpunt
o Afsnijden van het verleden
o Positief effect van het sociale netwerk: toezicht en steun
o Verandering van en structuur in routine activiteiten
o Verandering van identiteit
Culturele omgeving (mens als betekenis gevend wezen)
- Drijfveren en aantrekkingskracht van de daad verklaart daderschap
o Niet meer de ‘achtergrond’ als verklaring
- Focus op de ervaring van normovertreding
- Drijfveer: alledaagse morele emoties
o Bv vernedering, rechtvaardigheid, arrogantie, spot, cynisme, wraak, etc
- Aantrekkingskracht van normovertreding
o Bv kick, sensatie, trots, eerherstel, zelfbevestiging, etc
- Betekenisgeving wordt geplaatst in een bredere culturele context (normen en
waarden)
o Tijd- en plaatsgebonden
Gelegenheidstheorieën Homo economicus:
- Afweging kosten-baten
- Snel plezier, geen pijn
- Gelegenheid bepaalt de uitkomst van de afweging
Gewoon of bijzonder?
- Alledaagse routines
- Criminaliteit is niets bijzonders
- Daders zijn normale mensen
Rationele keuze
- Afweging kosten-baten
Levensloopcriminologie Homo sociologicus (sociale omgeving):
- Sociale omgeving vormt de dader
- Ook desistance wordt verklaard vanuit de sociale
omgeving -> keerpunten
Gewoon of bijzonder?
- Chaotisch en disfunctioneel leven
- Marginale positie in de samenleving
- Afwijkend van de norm
Agency
- Handelen en keuzes in context
Culturele criminologie Homo sociologicus (mens als betekenis gevend):
- Cultuur vormt de daderschap
- Daderschap wordt verklaard uit de betekenis van
normoverschrijding -> sensatie, thrill
Gewoon of bijzonder?
- Sensatiezucht zit in de menselijke aard
- Dus daders zijn niet per se bijzonder
- Maar: criminele daden zijn geen ‘routineuze’
handelingen
HC 1 – dadertheorieën
Twee mensbeelden
- Homo economicus: rationele dader
- Homo sociologicus:
o Invloed van de sociale omgeving
o Mens als betekenis gevend wezen
Gelegenheidstheorieën (homo economicus)
- Gelegenheid is genoeg om een misdaad te plegen
o Iedereen kan dader (en slachtoffer) worden
- Routine activiteiten theorie (met Eck’s triangle)
o Gemotiveerde dader (handler)
o Aantrekkelijk doelwit (guardian)
o Afwezigheid van toezicht (manager)
- Gemotiveerde dader maakt een snelle afweging, maar bounded rationality
o O.b.v. beperkte cues in de omgeving
o Geen tijd om veel na te denken over de (lange termijn) gevolgen
- Rationele dader =/= voorbereide dader
o Voorbereiding kan toenemen naarmate er meer delicten zijn gepleegd, maar
het hoeft niet altijd volledig voorbereid te zijn
- Aantrekkelijk doelwit
o CRAVED
Concealable
Removable
Available
Valuable
Enjoyable
Disposable
o VIVA
Value
Inertia
Visibility
Available
Levensloopcriminologie (invloed van sociale omgeving)
- Keerpunt/levensfasen
o Een gebeurtenis in het leven van een dader die leidt tot een verandering in
levensomstandigheden
o Vooral m.b.t. de sociale omgeving: gezin, werk, activiteiten
- Typologie van daders
o Persisters: jong geleerd, oud gedaan
Ongestructureerd leven
o Desisters
Stabiliteit door keerpunt
o Intermittent offenders
Stopt even en gaat dan weer door
, - Slechte start =/= (persistente) dader
- Criteria voor desistance door een keerpunt
o Afsnijden van het verleden
o Positief effect van het sociale netwerk: toezicht en steun
o Verandering van en structuur in routine activiteiten
o Verandering van identiteit
Culturele omgeving (mens als betekenis gevend wezen)
- Drijfveren en aantrekkingskracht van de daad verklaart daderschap
o Niet meer de ‘achtergrond’ als verklaring
- Focus op de ervaring van normovertreding
- Drijfveer: alledaagse morele emoties
o Bv vernedering, rechtvaardigheid, arrogantie, spot, cynisme, wraak, etc
- Aantrekkingskracht van normovertreding
o Bv kick, sensatie, trots, eerherstel, zelfbevestiging, etc
- Betekenisgeving wordt geplaatst in een bredere culturele context (normen en
waarden)
o Tijd- en plaatsgebonden
Gelegenheidstheorieën Homo economicus:
- Afweging kosten-baten
- Snel plezier, geen pijn
- Gelegenheid bepaalt de uitkomst van de afweging
Gewoon of bijzonder?
- Alledaagse routines
- Criminaliteit is niets bijzonders
- Daders zijn normale mensen
Rationele keuze
- Afweging kosten-baten
Levensloopcriminologie Homo sociologicus (sociale omgeving):
- Sociale omgeving vormt de dader
- Ook desistance wordt verklaard vanuit de sociale
omgeving -> keerpunten
Gewoon of bijzonder?
- Chaotisch en disfunctioneel leven
- Marginale positie in de samenleving
- Afwijkend van de norm
Agency
- Handelen en keuzes in context
Culturele criminologie Homo sociologicus (mens als betekenis gevend):
- Cultuur vormt de daderschap
- Daderschap wordt verklaard uit de betekenis van
normoverschrijding -> sensatie, thrill
Gewoon of bijzonder?
- Sensatiezucht zit in de menselijke aard
- Dus daders zijn niet per se bijzonder
- Maar: criminele daden zijn geen ‘routineuze’
handelingen