, Samenvatting
Otto van Oudijck is resident van Laboewangi, zijn werk betekent alles
voor hem. Zijn vrouw Léonie heeft een affaire met zijn zooon Theo. Zijn
andere zoon Doddy heeft een relatie met Addy. De buren zijn Onno en
Eva Eldersma, Onno werkt als secretaris en Eva heeft veel sociale taken
van de residentsvrouw overgenomen. Eva houdt iedere veertien dagen
een open huis waar diverse bestuurders en hun vrouwen elkaar
ontmoeten. Tijdens deze ontmoeting informeert Van Oudijck bij de
regent naar het onverantwoordelijke gedrag van zijn broer, de regent
van Ngadjiwa. Hij moet zijn gedrag gaan veranderen anders wordt hij
ontslagen. Later op de avond houdt de groep een tafeldans, waarbij ze
experimenteren met het oproepen van geesten. De geest heeft
boodschappen: “Het volgende jaar ontzettende oorlog tussen Europa en
China” en “Gevaar dreigt Laboewangi: opstand binnen twee maanden,
Soenario.”. Ze zien de berichten alleen maar als vermaak en nemen de
waarschuwingen niet serieus.
Doddy is verliefd op Addy. Ook Léonie raakt betoverd door Addies
verschijning en dat maakt Theo jaloers. Hij waarschuwt haar, maar
Léonie verlangt zowel naar Theo als naar Addy en geniet van Theo’s
jaloezie. Theo spreekt Addy aan op zijn gedrag ten opzichte van Doddy.
Hij wil weten of Addy met zijn zus zal trouwen. Addy zegt van niet, omdat
Otto dat waarschijnlijk niet goed vindt. Later vraagt Addy Theo of hij weet
dat hij nog een halfbroer heeft en vertelt Theo over si-Oudijck, de
onbekende zoon van Otto van Oudijck. Theo en Addy besluiten hem
samen op te zoeken. Volgens si-Oudijck weet Otto wel dat hij nog een
zoon heeft, maar wil hij hem niet erkennen. Hij is namelijk uit een
verhouding met een huishoudster voortgekomen.
Ondertussen ontvangt Otto van Oudijck anonieme brieven, waarin
schande word gesproken over het gedrag van Léonie. Later op die dag
gaat de familie van Oudijck naar een feest, waar de regent van
Ngawdjiwa zich weer misdraagt. Otto is woedend op hem en ontslaat
hem voor zijn gedrag. De volgende dag keren Otto, Léonie en Doddy
terug. Otto leest de brieven weer en geeft ze aan Léonie.
.