Boek: Bronwijzer
Hoofdstuk 1:
Paragraaf 1: Oude beschavingen
- Meso: tussen
- Potamos: rivier
- Mesopotamië: land tussen rivieren Eufraat en Tigris
Stadsstaten in Mesopotamië:
- Stadsstaat = Stad met omliggend platteland en een eigen bestuur.
- Steden in Mesopotamië die functioneren als een zelfstandig land:
Ur, Babylon, Assur, Nineve, Mari
Ontstaan 1e beschavingen:
- Eufraat en Tygris overstromen en laten vruchtbaar slib achter op het land.
- Grote stukken land moeten vruchtbaar worden. (Daarom irrigeren*)
- *irrigeren: land kunstmatig bevloeien
- Men ging kanaaltjes graven en dammen bouwen vanaf de rivier om het rivierwater verder
landinwaarts te brengen.
- Hiervoor moest men samenwerken. Daarom werd er een leider gekozen. Zo kwam er een
koning.
- Er waren wetten en een belastingsysteem nodig. Deze moesten worden opgeschreven. Zo
ontstond het eerste schrift bij de Soemeriërs
- Door landbouwopbrengsten hoefde niet iedereen meer boer te zijn. Er kwamen ook andere
beroepen.
Rijken in Mesopotamië:
- Sumer: eerste schrift
- Babel: koning Hammurabi: wetten met oog om oog, tand om tand.
- Assyrie: voerden 10 stammenrijk weg
- Babylonische rijk: koning Nebukadnezar: voerden 2 stammenrijk weg
- Perzische rijk
Paragraaf 2:
De Nijl:
- In Egypte woont bijna iedereen bij de Nijl.
- De Nijldelta (waar de Nijl zich splitst in kleine riviertjes) is ontzettend vruchtbaar.
- De Nijl overstroomt ieder jaar.
- Het water laat een vruchtbaar laagje slib achter.
- Op het slib konden ze dan weer gewassen bouwen.
- De Nijl gaf de Egyptenaren landbouwproducten, vlees en gaf ritme aan hun leven door
seizoenen. (Daarom wordt Egypte ‘het geschenk van de Nijl’ genoemd)