Weer en klimaat:
- Lucht- en zeestromen bepalen de ligging van de klimaatgebieden op aarde
- Binnen de klimaatgebieden kunnen verschillende vormen van het weer
voorkomen
- Klimaatfactoren:
→ Breedteligging
→ Reliëf: gebergtes beïnvloeden temperatuur en neerslag
→ Lucht- en zeestromen: aanlandig of aflandig
Variaties in de stralingsbalans:
- Hoeveelheid straling die gebied ontvangt, hangt af van: Breedteligging
→ Hoe hoger de breedte, hoe kouder
- Albedo
- Gesteldheid van aardoppervlak
Breedteligging:
Meer straling op lage breedte,
door: Loodrechte zonnestralen,
dus meer straling per
oppervlakte-eenheid / kortere weg
door dampkring
Albedo:
Albedo (= weerkaatsing van het zonlicht) verschilt van gebied tot gebied. Hierdoor
lucht erboven meer/minder warm.
→ Zand: lage albedo
→ IJs: hoge albedo
Gesteldheid van aardoppervlak: Water wordt langzamer warm en koud dan land,
doordat water beweegt (horizontaal en verticaal) en warmte dus beter wordt
verdeeld dan op land