8: Conjuctuur en economisch beleid
H1: Economische conjuctuur
In de economie wissellen goede en slechte tijden elkaar voortdurdend af. Dit patroon
zien we terug in de ontwikkeling door de tijd door economische groei: economische
groei: De jaar-op-jaargroei van het bbp, gecorrigeerd door inflatie. De slinger bewing
in een conjuctuurlijn is een economische conjuctuurbeweging; het
langetermijngroeipad van de economie is benadering gelijk aan de gemiddelde
economische groei over een lange periode. De economische groei van het
langetermijngroeipad is de trendmatige groei. Er is sprake van een economische
recessie als een economie twee kwartalen achter elkaar kripmt. Als de economie
drie kwartalen of meer achter elkaar krimpt dan noemen we dat een economische
depressie.
De economische conjuctuurlijn vertoont een grillig patroon en is daarom alleen te
voorspellen met zeer geavanceerde wiskunde en statistiek. Het onderdeel van de
economische wetenschap dat zich hiermee bezighoud is de econometrie.
Econometristen meten de economie. In Nederland worden de
conjuctuurvoorspellingen onder meer gedaan door het Centraal Planbureau (CBP)
Als een economie zich op het langetermijngroeipad bevindt, zijn alle markten in
evenwicht en worden alle productiefactoren optimaal gebruikt. De economie brengt
dan voort wat hetin het ideale geval voort kan brengen: de potentiële productie. De
feitelijke productie kan gorter of kleiner zijn dat de potentiële productie. Het verschil
tussen wat de economie voortbrengt en wat het in optimalee situatie voortbrengt is
de output gap. Als een economie zich op het langetermijngroeopas bevind, is de
feitelijke productie gelijk aan de potentiële productie en is de output gap 0%.
Bij een positieve output gap groeit de economie harder dan de trendmatige groei. De
economie brengt meer voort dan de potentiële prodcutie. Er is sprake van
hoogconjectuur. Bij een negatieve output gap groei de economie minder hard dan de
trednmatige groei. De economie brengt minder voort dan de potentiële productie. Er
is sprake van laagconjuctuur.
Voor het meten van het consumentenvertrouwen stelt het CBS iedere maand aan
duizenden mensen dezelfde 5 vragen over de ontwikkeling van de economie. Dit
geeft de index van het consumentenvertrouwen: het gemiddelde saldo van het
percentage optimisten en pessimisten bij ieder van de 5 vragen. Door de tijd heen
trekken economische groei en consumentenvertrouwen gelijk op: hoe groter het
consumentenvertrouwen, hoe hoger de economische groei. En andersom.