Week 1
1. De verschillende vormen van werk tegen betaling te herkennen, benoemen
en vergelijken;
Arbeidsovereenkomst:
Art. 7:610 BW een arbeidsovereenkomst kun je aangaan voor onbepaalde of
bepaalde tijd. Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd weet je bij het aangaan
van de overeenkomst niet wanneer de overeenkomst zal eindigen. Bij een
overeenkomst voor bepaalde tijd is dit wel het geval.
Naast de arbeidsovereenkomst kennen we ook de overeenkomst van opdracht (art.
4:700 BW). Het onderscheid tussen de arbeidsovereenkomst en de overeenkomst van
opdracht is de gezagsverhouding. Bij twijfel of het gaat om een arbeidsovereenkomst of
een overeenkomst van opdracht moet je de vraag stellen: Wat is de bedoeling geweest
van partijen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst en hoe hebben partijen
daaraan feitelijke uitvoering gegeven?
Als de arbeidskracht zich in het grijze gebied verkeert, kun je dit ezelsbruggetje
hanteren:
1. Wordt er vanuit en vóór een werkorganisatie gewerkt? Zo nee, dan is het een
opdracht. Zo ja, dan moet je de tweede vraag stellen.
2. Worden er vanuit die werkorganisatie instructies gegeven? Zo nee, dan is het
een opdracht. Zo ja, dan is het een arbeidsovereenkomst.
Bij instructies gaat het er niet om of die daadwerkelijk worden gegeven, maar of daartoe
de bevoegdheid aanwezig is.
Oproepcontracten:
Voorovereenkomst: dit is een zuivere intentieverklaring tussen twee partijen, de
werkverschaffer en de werker, dat zij eventueel met elkaar in zee zullen gaan.
De werkverschaffer is volkomen vrij om de arbeidskracht op te roepen (kan ook
kiezen voor uitzendkrachten). De werker hoeft niet in te gaan op een oproep.
Komt niet meer veel voor doordat bij het aangaan van het vierde contract voor
bepaalde tijd van rechtswege (automatisch) een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd ontstaat).
De arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatie (mup): er is een normale
arbeidsovereenkomst met alle rechten en verplichtingen van dien. Dat betekent
dat de werkgever werk voorhanden heeft, hij de werknemer moet oproepen (kan
niet kiezen voor uitzendkrachten). De werknemer is verplicht om op de oproep te
reageren. De werknemer weet vooraf niet op welke tijdstippen en uren hij wordt
opgeroepen.
In de praktijk vaan een mengelmoes van beide.
1