Goederenrecht
Week 1
1. Kan de plaats van het goederenrecht binnen het (privaat)recht verklaren;
Goederenrecht is de rechtsrelatie tussen persoon en goed
2. Kan de basisbegrippen (vermogensrecht, relatief recht, zaak, onroerende zaak,
goed, registergoed, absoluut recht, roerende zaak, beperkt recht, volledig recht,
genotsrecht/gebruiksrecht, zekerheidsrecht, pandrecht, hypotheekrecht, zakelijk
recht, vorderingsrecht) van het goederenrecht omschrijven en in voorbeelden
herkennen;
Vermogensrecht: de verhoudingen tussen burgers onderling, die op geld
waardeerbaar zijn.
Relatief recht: (persoonlijke rechten) zijn rechten die slechts tegenover een bepaald
persoon werken. Geldt dus niet voor iedereen.
Absoluut recht: rechten die een persoon op een goed kan hebben. Geldt ten
opzichte van iedereen. Het geeft de rechthebbende de bevoegdheid om een
bepaalde heerschappij over het betreffende goed uit te oefenen.
Beperkt recht: rechten die zijn afgesplitst van het volledig recht. Art. 3:8 BW
Volledig recht: het meest omvattende recht, het moederrecht.
Genotsrecht/gebruiksrecht: rechten die de rechthebbende gebruiksgenot
verschaffen van de zaak of het recht waarop ze rusten. (opstal)
Zekerheidsrecht: rechten bedoeld die de rechthebbende zekerheid bieden ter
voldoening van een vordering die hij op een schuldenaar heeft. (hypotheek)
Pandrecht: beperkt zekerheidsrecht dat de schuldenaar in de macht van de
schuldeiser brengt, in geval de schuldenaar in verzuim is, bij voorrang boven
andere schuldeisers zijn vordering op het verpande eigendom kan verhalen.
art. 3:227 BW jo art. 3:236 e.v. BW
Hypotheekrecht: zekerheidsrecht dat ertoe strekt om op de daaraan
onderworpen onroerende goederen een vordering tot voldoening van een
geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen art. 3:227 BW
jo art. 3:260 e.v. BW
Zakelijk recht: een genots- en zekerheidsrecht op een onroerende zaak, die
tegenover anderen kunnen worden gehandhaafd.
Vorderingsrecht: recht van een rechthebbende op een doen of nalaten van een
bepaalde persoon of groep.
Zaak: art. 3:2 BW: voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijke objecten. Je
kunt ze dus vastpakken en het bestaat uit bepaald materiaal.