Week 1
1. Uitleggen wat bedoeld wordt met de begrippen missie, visie, strategie en
toekomstbeeld;
Missie: geeft aan wat de bestaansgrond van een organisatie is en stelt de identiteit van
de organisatie vast. De missie gaat lang mee. Kan worden beschouwd als het motto
van de organisatie.
Waarom bestaan we, waarom doen we wat we doen?
Visie: schetst een toekomstbeeld voor de organisatie. Geeft richting aan de activiteiten
die voor en namens de organisatie worden gedaan.
Wat willen we zijn?
missie en visie samen is ambitie. Hierin geef je antwoord op de vraag ‘waar gaan we
voor?’. Datgene wat de organisatie uiteindelijk wil realiseren. Organisaties willen zich
steeds verbeteren en vernieuwen en streven naar een bepaald ideaal.
Waar gaan we voor?
Strategie: de lange termijn doelen van een organisatie en de inzet van middelen en
activiteiten om die doelen te realiseren. Er moet duidelijk gemaakt worden wat de
organisatie precies wil bereiken. De middelen hiervoor zijn: mensen, kapitaalgoederen
en financiële middelen.
Zegt iets over welke mensen je moet aannemen en welke vaardigheden ze moeten
hebben.
Wat voor soort organisatie willen we zijn, waarin moeten we dan heel
goed zijn en hoe gaan we dat doen?
Strategie en doelen van een organisatie vormen het uitgangspunt voor de invulling van
de overige aandachtsgebieden. De manier waarop je je doel bereikt. Plan van een
bedrijf. In dat plan staat wat het bedrijf gaat doen en hoe.
2. Een advies geven over de formulering van een visie van een onderneming.
Bij formuleren van een visie moet de organisatie de actuele werkelijkheid van de
organisatie in kaart kunnen brengen, maar ook los kunnen laten. Durven dromen over
een toekomstige werkelijkheid. Hoe deze eruit gaat zien en wat de ideale positie hierin
is voor de organisatie. Een visie heeft een aantal functies voor een organisatie:
Geeft richting aan managers en medewerkers;
Moet mensen inspireren en motiveren;
Geeft aan hoe men zich wil onderscheiden van anderen;
3. Verschillende partijen en omgevingsinvloeden benoemen die van invloed
zijn op een organisatie;
1