Aanvaardbaar leefklimaat.
Verschillende belangen, hoe weeg je die af. Bijvoorbeeld snelwegen of natuur
Voorbeelden:
- Vraagstuk van tekort aan betaalbare woningen
- Inrichting van steden
- Milieu
Art. 21 Gw sociaal grondrecht. Zorgplicht van de overheid voor een veilig leefklimaat, goed milieu.
Ruimtelijke ordening
- Spanning tussen rechtszekerheid en flexibiliteit door bijvoorbeeld bestemmingsplannen
- Beweging van decentralisatie naar centralisatie (schaalvergroting)
- Rijk, provincie en gemeente
Zwaartepunt ligt van oudsher bij de gemeente, maar verandert nu een beetje.
Tegenwoordig: Wro, Wabo en Omgevingswet (Ow)
Wabo: een integrale omgevingsvergunning
Ow: alle regelgeving fysieke leefomgeving in één wet
Belangrijke wetgeving: Wro
- In 2008 wordt de huidige Wro van kracht, en daarop gebaseerde Bro. LET OP: grote letters
WRO en Wro zijn verschillend. De Wro is van kracht.
- Invoering leidt tot grote veranderingen in het gebied van omgevingsrecht
- Meer ruimte voor hogere overheden om ook zich te ‘bemoeien’ met de ruimtelijke ordening.
Tegenwoordig overstijgt de ruimtelijke ordening de grenzen van de gemeentes.
Belangrijke wetgeving Wabo
Uitgangspunten Wabo:
- Een omgevingsvergunning voor meerdere vergunningen
- Onderscheid tussen project en activiteit
- Reguliere en uitgebreide procedure
In grote lijnen: Wabo zoveel mogelijk één omgevingsvergunning één bevoegd gezag, één beslissing,
één bezwaar- en beroepsprocedure (indien van toepassing).
Het uitgangspunt van de Wabo is dat een omgevingsvergunning wordt voorbereid met de reguliere
procedure van titel 4.1 Awb.
In een aantal uitzonderingsgevallen is de uitgebreide procedure van afdeling 3.4 Wabo van
toepassing:
- Gevallen van buitenplanse afwijking
- Het slopen van een rijksmonument
- Ect. Allen in de Wabo benoemd.
Art. 3.7 Wabo
Art. 3.10 Wabo
Een project kan bestaan uit één of meer activiteiten. Deze activiteiten zijn weer te verdelen in drie
hoofdgroepen (infomil)
1
,Gemeentelijke structuurvisies
Art. 2.1 Wro
Plicht van de gemeenteraad om een structuurvisie op te stellen en vast te stellen.
Bevoegdheid ten aanzien van aspecten van het gemeentelijk ruimtelijk beleid een structuurvisie op
te stellen, bijvoorbeeld woningbouw, recreatie en vervoer.
Structuurvisie moet ook aangeven hoe de gemeente de voorgenomen ontwikkelingen wil
bewerkstelligen (uitvoeringsparagraaf).
Een structuurvisie is globaal bedoeld; heeft dus indicatieve betekenis.
- Deze roept dan ook geen rechtsgevolgen in het leven. Vaststelling van een structuurvisie is
niet appellabel. Enige rechtsgang is de burgerlijke rechter wegens vordering tot
onrechtmatige daad.
Nb. De structuurvisie zal verdwijnen in de omgevingswet. Deze zal de omgevingsvisie gaan heten en
wordt een uitgebreidere variant van de structuurvisie.
2
, College 2
Bestemmingsplan en de procedure van het bestemmingsplan
Bestemmingsplan H3
Bestemmingsplanprocedure H4
Belangrijk: 3.1 Wro
Functies bestemmingsplan
Planningsfunctie toekomstgericht, te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen.
Ontwikkelingsfunctie het eigen handelen van gemeente of gezamenlijke handelen met
projectontwikkelaar.
Normeringsfunctie toetsingskader voor bouwplannen (omgevingsvergunning).
Art. lid 1 jo. 3.6 lid 1 Wro, art. 3.1.2 en 3.1.3 Bro
Art. 1.2.3 lid 1 Bro, zowel digitaal als op papier
Art. 1.2.3 lid 2 Bro, bij onverhoopte verschillen is de digitale versie doorslaggevend
Art. 3.1.3 Bro, bij iedere bestemming op de plankaart hoort een doelomschrijving
Centrale norm in art. 3.1 Wro
Plan kan verplichten tot modernisering en vervangen van bouwwerken, art. 3.5 Wro
Art. 3.1 lid 2 Wro: bestemmingsplan is 10 jaar geldig, opnieuw vaststellen dan wel met 10 jaar
verlengen.
Globale of gedetailleerde bestemming
Hoe gedetailleerder een plan hoe meer rechtszekerheid voor burgers, maar minder flexibeler voor
aanpassing van plan.
Vragen
1. Wie stelt in een gemeente het bestemmingsplan vast?
De gemeenteraad. Art. 3.1 lid 1 Wro
2. Is het mogelijk dat er voor bepaalde gebieden in een gemeente geen bestemmingsplan
wordt vastgesteld?
Ja. Art. 3.38 lid 1 Wro. Als er geen ruimtelijke ontwikkeling meer is in een gebied, dan kan de
gemeenteraad een beheersverordening vaststellen.
3. Wat is de normale geldingsduur van een bestemmingsplan?
10 jaar. Art. 3.1 lid 2 Wro
4. Moet er na ommekomst van deze periode altijd een nieuw bestemmingsplan worden
vastgesteld?
Nee, de gemeenteraad kan het huidige bestemmingsplan verlengen met de duur van 10 jaar. Art. 3.1
lid 3 Wro.
Flexibiliteitsinstrumenten
- Art. 3.2 en 3.6 lid 1 Wro
- Mogelijkheden voor flexibiliteit in bestemmingsplan door middel van:
1. Voorlopige bestemmingen (max 5 jaar);
2. Uitwerkingsplichten;
3. Wijzigingsbevoegdheden;
4. De mogelijkheid door middel van verlenging omgevingsvergunning van bij plan gegeven
regels af te wijken;
5. Nadere eisen.
3