Samenvatting colleges biomechanica
College 1
Biomechanica: De studie naar de structuur en functie van biologische systemen door het
toepassen van mechanica.
Mechanica: Het beschrijven van beweging van structuren onder invloed van krachten.
Kinematica: Beschrijft de beweging zonder de oorzaak.
Een beschrijving van een beweging in termen van positie, snelheid en versnelling.
Dynamica (kinetica): De relatie tussen de beweging en de oorzaak hiervan (krachten en
momenten).
Statica, evenwichtsleer of weegkunde: Houdt zich bezig met het evenwicht van lichamen die
onderhevig zijn aan krachten. Er komt geen beweging aan te pas (en de statica onderscheidt zich
hiermee van de dynamica).
Kinematica en dynamica zijn de belangrijkste termen voor de biomechanica. Je doet onderzoek
naar de beweging, en naar de oorzaak van de beweging.
Assenstelsel: Referentiekader voor een object in 3d ruimte
Ook dit zijn assenstelsels:
,Het globale assenstelsel
Type lichamen
Puntlichaam (sprinten over de 100 m)
o Neemt geen ruimte in
o Kan niet van oriëntatie veranderen, kan je niet roteren
Uitgebreid lichaam
o Werkelijkheid
o Alles is vervormbaar
Rigid body (wordt veel gebruikt bij biomechanica)
o Stijf uitgebreid lichaam
o de afstand tussen elke twee punten op dit lichaam is onveranderlijk
De camera’s zien het infrarode licht.
Vrijheidsgraden: Het minimaal aantal variabele coördinaten waarmee een lichaam kan worden
vastgelegd. Degrees of Freedom (DoF).
Een rigid body heeft zes vrijheidsgraden, drie rotaties en drie translaties.
Puntlichaam
Alleen positie geen rotatie
Rigid body
Positie en rotatie
Uitgebreid lichaam
Positie en rotatie
Vervorming van het lichaam
,Verschillende gewrichten laten verschillende vrijheidsgraden toe.
1-assig laat alleen rotatie toe. 3-assig (kogelgewricht in schouder en heup) heeft ook translatie.
Het sagittale, frontale en transversale vlak hebben ook rotatie assen.
Een rotatie rond de transversale as zorgt voor een beweging in het sagittale vlak.
Een rotatie rond de sagittale as zorgt voor een beweging in het frontale vlak.
Een rotatie rond de longitudinale as zorgt voor een beweging in het transversale vlak.
Kinematica
positie
snelheid
versnelling
1, 2 of 3 dimensies
Van PL (puntlichaam), RB (rigid body) en UL (uitgebreid lichaam)
(afhankelijk van je vraag)
Een rechtlijnige beweging is 1-dimensionaal.
, Snelheid: Afgeleide van verplaatsing (m/s). De afgeleide in een punt is de helling
van de raaklijn aan de grafiek.
Versnelling: Afgeleide van snelheid (m/ s2) en 2e afgeleide van positie
Jerk: Afgeleide van versnelling (m/s3), is de derde afgeleide van positie.
Met andere woorden: Hoe de versnelling verandert over de tijd.
College 2
Kinematica beschrijft de beweging zonder oorzaak.
Een vector kan in de tijd van grootte en richting veranderen. Deze vector kan de baan van een
object beschrijven.
Tangentiële eenheidsvector eT: een vector met grootte 1. De richting is de raaklijn.
Verandering van snelheid:
Verandering van grootte
Verandering van richting
Normale versnelling: aN verandert richting (in een auto het stuur)
Normaal = centripetaal (in geval van cirkelbeweging)
Tangentiële versnelling: aT verandert grootte (in een auto het gaspedaal)
In de richting van de snelheid
College 1
Biomechanica: De studie naar de structuur en functie van biologische systemen door het
toepassen van mechanica.
Mechanica: Het beschrijven van beweging van structuren onder invloed van krachten.
Kinematica: Beschrijft de beweging zonder de oorzaak.
Een beschrijving van een beweging in termen van positie, snelheid en versnelling.
Dynamica (kinetica): De relatie tussen de beweging en de oorzaak hiervan (krachten en
momenten).
Statica, evenwichtsleer of weegkunde: Houdt zich bezig met het evenwicht van lichamen die
onderhevig zijn aan krachten. Er komt geen beweging aan te pas (en de statica onderscheidt zich
hiermee van de dynamica).
Kinematica en dynamica zijn de belangrijkste termen voor de biomechanica. Je doet onderzoek
naar de beweging, en naar de oorzaak van de beweging.
Assenstelsel: Referentiekader voor een object in 3d ruimte
Ook dit zijn assenstelsels:
,Het globale assenstelsel
Type lichamen
Puntlichaam (sprinten over de 100 m)
o Neemt geen ruimte in
o Kan niet van oriëntatie veranderen, kan je niet roteren
Uitgebreid lichaam
o Werkelijkheid
o Alles is vervormbaar
Rigid body (wordt veel gebruikt bij biomechanica)
o Stijf uitgebreid lichaam
o de afstand tussen elke twee punten op dit lichaam is onveranderlijk
De camera’s zien het infrarode licht.
Vrijheidsgraden: Het minimaal aantal variabele coördinaten waarmee een lichaam kan worden
vastgelegd. Degrees of Freedom (DoF).
Een rigid body heeft zes vrijheidsgraden, drie rotaties en drie translaties.
Puntlichaam
Alleen positie geen rotatie
Rigid body
Positie en rotatie
Uitgebreid lichaam
Positie en rotatie
Vervorming van het lichaam
,Verschillende gewrichten laten verschillende vrijheidsgraden toe.
1-assig laat alleen rotatie toe. 3-assig (kogelgewricht in schouder en heup) heeft ook translatie.
Het sagittale, frontale en transversale vlak hebben ook rotatie assen.
Een rotatie rond de transversale as zorgt voor een beweging in het sagittale vlak.
Een rotatie rond de sagittale as zorgt voor een beweging in het frontale vlak.
Een rotatie rond de longitudinale as zorgt voor een beweging in het transversale vlak.
Kinematica
positie
snelheid
versnelling
1, 2 of 3 dimensies
Van PL (puntlichaam), RB (rigid body) en UL (uitgebreid lichaam)
(afhankelijk van je vraag)
Een rechtlijnige beweging is 1-dimensionaal.
, Snelheid: Afgeleide van verplaatsing (m/s). De afgeleide in een punt is de helling
van de raaklijn aan de grafiek.
Versnelling: Afgeleide van snelheid (m/ s2) en 2e afgeleide van positie
Jerk: Afgeleide van versnelling (m/s3), is de derde afgeleide van positie.
Met andere woorden: Hoe de versnelling verandert over de tijd.
College 2
Kinematica beschrijft de beweging zonder oorzaak.
Een vector kan in de tijd van grootte en richting veranderen. Deze vector kan de baan van een
object beschrijven.
Tangentiële eenheidsvector eT: een vector met grootte 1. De richting is de raaklijn.
Verandering van snelheid:
Verandering van grootte
Verandering van richting
Normale versnelling: aN verandert richting (in een auto het stuur)
Normaal = centripetaal (in geval van cirkelbeweging)
Tangentiële versnelling: aT verandert grootte (in een auto het gaspedaal)
In de richting van de snelheid