Samenvatting van hoofdstuk 1, 2 en 5
Hoofdstuk 1 Diagnostiek
Pijn en zwelling zijn de meest genoemde hoofdklachten. Stoornissen in sensibiliteit en
motoriek komen minder vaak voor. Bij deze stoornissen moet onderscheid gemaakt worden
tussen centraal en perifeer gelegen oorzaken. Bij centraal is meestal een gehele zenuw
uitgevallen en bij perifeer is een gedeeltelijke uitval.
Pijn
Pijn is letterlijk vertaald een onaangename sensoire en emotionele ervaring, geassocieerd
met werkelijke of potentiele weefselbeschadiging of beschreven in termen van dergelijke
beschadiging. Nociceptie die door de patiënt wordt waargenomen, beleefd en
geïnterpreteerd, noemt men pijn. Nociceptie pijngewaarwording pijnbeleving
pijngedrag. Pijn als gevolg van weefselbeschadiging en de hierop volgende
ontstekingsreactie activeert beschermende mechanismen en reflexen en is als zodanig op te
vatten als een fysiologisch fenomeen. Ontsteking leidt tot verlaging van de pijndrempel. De
verlaging van de pijndrempel wordt veroorzaakt door pijn- en ontstekingsmediatoren, die
zenuwuiteinden activeren of gevoeliger maken voor prikkels. Als dit gebeurt in het gebied
van de weefselbeschadiging spreekt men van perifere sensitisatie. Neuropeptiden, die
hierdoor meer vrijkomen, bevorderen het ontstaan van oedeem. Neuropeptiden
beïnvloeden ook de hoeveelheid en activiteit van ontstekingsmediatoren en dragen bij tot
het beëindigen van de ontstekingsreactie en het genezingsproces.
Beschadiging van somatische weefsels leidt tot prikkeling van nociceptoren en de
bijbehorende pijnreactie noemt men nociceptieve of ook wel somatische pijn.
De pijnimpulsen worden naar het centrale zenuwstel voortgeleid via afferente zenuwvezels.
Gemyeliniseerde A-δ vezels zorgen voor snelle geleiding en ongemyeliniseerde C-vezels
geleiden de impulsen relatief langzaam. De n. trigeminus is de belangrijkste zenuw voor de
transmissie van sensorische informatie vanuit het orofaciale gebied. De cellichamen van de
eerste-orde neuronen van de n. trigeminus liggen in het ganglion van Gasser. In de
hersenstam synapteren de centrale uitlopers daarvan met tweede-orde neuronen. De
centrale vezels voegen zich bij de 2 belangrijkste opstijgende systemen:
De tractus neospinothalamicus
De tractus paleospinothalamicus
Via deze systemen wordt de pijnprikkel vanuit het orofaciale gebied voortgeleid naar
thalmus en van daaruit naar de cortex voor interpretatie van de prikkel. De uiteindelijke
respons, de pijnsensatie, kan sterk variëren als gevolg van sensitisatie, desensitisatie en
modulatie. Centrale sensitisatie betreft interneuronen binnen het centraal zenuwstelsel (pijn
meer verspreid of gewoonlijke niet pijnlijke prikkels doen nu pijn).
Als pijn ontstaat door directe beschadiging of indirecte veranderingen van (centrale of
perifere) zenuwvezels spreekt men van neuropathische pijn (chronische pijn).