College 1: ‘ziekten & oorzaken’ en ‘afweer’
Etiologie = (leer van) oorzaak of oorzakelijke factoren
Pathogenese = ontstaanswijze van ziekte.
Gezondheid = een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en
niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijk gebreken. (1948)
Gezondheid = een toestand van een zo optimaal mogelijk fysiek, mentaal en sociaal welzijn,
waarbij iedereen de kans moet hebben om als mens capaciteiten te ontwikkelen en te gebruiken
met een maximum aantal vrijheidsgraden en keuzemogelijkheden. (1986)
Dus optimaal kunnen benutten wat je wel hebt.
Cel = de kleinste functionele eenheid, die alle genetische informatie van dat organisme bevat.
Functies van de cel zijn handhaving van:
Cellulaire energievoorziening
Selectieve permeabiliteit van membranen
Essentiële enzymactiviteit
Genetische informatie
Ziekte gevolg van primaire afwijkingen op drie niveaus:
Genetische functie
Fysiologische biochemische functie
Bouw of rangschikking van cellen, weefsels en organen
Vaak afwijkingen op elk van de niveaus (gecombineerd).
Je spreekt van een ziekte als de homestase verstoord is. Bij gezonde mensen is er altijd sprake
van een dynamisch evenwicht (=homestase) tussen beschadigende prikkels (noxen) en zelf
herstellend vermogen van het lichaam. Er zijn altijd beschadigende prikkels aanwezig maar je
lichaam hersteld zich steeds.
Voorbeelden van dynamische evenwichten:
Lichaamstemperatuur
Hormoonspiegels
Mineraalconcentraties intra-/ extracellulair
Bloeddruk, etc.
Oorzaken, noxen:
Endogeen: vanuit het organisme zelf
Erfelijke predispositie
Inactiviteit
Senescentie (veroudering)
Stress, enz.
Immunologische reacties, kan te goed werken waardoor allergische reacties optreden
1
,Exogeen: van buitenaf
Fysisch
Chemisch
Intoxicatie
Voedingsdeficiëntie
Infecties
Noxe: schadelijke prikkel , die geeft even een verstoring dynamisch evenwicht van de cel.
De mate waarin het schadelijk is, is afhankelijk van de duur en de intensiteit van noxische
prikkel.
In principe kunnen cellen zich goed aanpassen aan noxische prikkels. Maar het
aanpassingsvermogen van een cel is afhankelijk van:
soort
leeftijd
conditie (trofiek)
delingsfase
Aanpassingsreacties:
Cellen reageren op schadelijke stimuli met uitbreiding van adaptatie processen:
Verhoogde cellulaire activiteit
Verlaagde cellulaire activiteit
Verandering van de celmorfologie (vorm en toestand van de cel zelf)
Geen adaptatie – regressieve verandering en cel beschadiging.
Reversibel – celdegeneratie,, verlies van functie, maar het kan nog herstellen.
Irreversibel – necrose (afsterving)
Celdegeneratie: minderwaardige cel qua structuur en functie.
Intracellulair:
Enzymdefect, bijv. PKU (fenylketonurie: verhoogde conc. fenylalanine)
Gestoorde cellulaire energievoorziening (hart)
Intercellulair, bindweefsel:
Hyaliene degeneratie: sclerosering, littekenweefsel, MS
Fibrinoïde degeneratie: brandwonden
Lucide degeneratie: slijmcysten, peesganglion
Vezel degeneratie: collageen en elastiek
Necrose: afsterving van groepen cellen
ontstekingsreactie leidt weefselherstel of regeneratie in
altijd gevolg van extracellulaire prikkel, verandering in permeabiliteit membraan.
Apoptose: individuele cellen ten gronde; geprogrammeerde celdood. Je ziet het niet alleen bij
pathologische processen maar ook normaal proces en is heel belangrijk voor
weefselhomeostase.
2
,Verschil necrose en apoptose: Bij necrose gaat de wand op een gegeven moment kapot en de
kernen vallen uit elkaar. Bij apoptose valt de gehele cel uit een en wordt dan opgeruimd via
fagocytose.
Gangreen: necrose en rotting ten gevolge van bacteriën
bijv. Bij diabetes, bevriezing/verbranding. Een goede bloedcirculatie is van cruciaal belang bij
wondgenezing. Diabetes patiënten die roken hebben geen goede circulatie. Dan vindt
weefselafsterving plaats, beginnend bij de tenen, die worden zwart en sterven af. Als men niet
kan ingrijpen in dat proces kan het uiteindelijk lijden tot amputatie.
Verschillende typen necrose
Coagulatienecrose: afsluiting arteriële bloedtoevoer (hart infarct)
Colliquatienecrose: bacteriële infecties, herseneninfarcering
Vetnecrose: pancreas
Fibrinoïde necrose:ontstekingen van de vaten vasculitis
Verkazende necrose: in de longen tuberculose
Verandering groeipatroon cellen
Verandering in cel
grootte: Atrofie afname celgrootte
Hypertrofie toename celgrootte
aantal: Involutie afname aantal cellen
Hyperplasie toename aantal cellen
differentiatie: Metaplasie overgang naar ander celtype
(normale cellen)
grootte vorm & organisatie: Dysplasie (voorstadia tumorcel)
handige tips: als iets afneemt staat er vaak een a (atrofie), bij toename staat er vaak hyper voor.
Hypertrofie en hyperplasie is afhankelijk van de soort cel.
Atrofie: kleiner worden van cel, weefsel, orgaan, reversibel/irreversibel
Fysiologisch: huid, hersenen, spieren
Pathologisch: honger, ischaemie, straling/cytostatica, spierziekte
Atrofie hoeft niet pathologisch te zijn, spiervezels bij revalideren.
Noxen en regressieve veranderingen (goed kennen)
3
, Ultieme regressie: Celdegeneratie => weefsel degeneratie => orgaandegeneratie => uitval van
vitale functies/systemen => de dood
Casusbegrippen
Stromaal = steuncel
lobulair = borstcel
adipocyten = vetcellen
labiele cellen worden het meesl getroffen door radiotherapie, geslachtscellen zijn ook labiel.
Afweerreacties
Regressie voorkomen/bestrijden, noxen neutraliseren
Niet-/aspecifieke afweer
Specifieke afweer: immuunsysteem
Niet-/aspecifiek:
Passief: huid, slijmvliezen (pH, trilhaar), skelet, darmflora, huidflora
Actief: cellulair granulocyten, lymfocyten, macrofagen
Aspecifieke afweerreactie: ontsteking
Ontsteking
lokale reactie op weefselbeschadiging, van welke aard dan ook (chemisch, fysisch,
mechanisch, micro-organisme, etc.)
Gericht op neutraliseren / verwijderen van schadelijk agens en hertellen van schade
Ontsteking is bindweefselaangelegenheid
Cellen in bindweefsel:
o Fibroblasten (stoffen voor wondgenezing)
o Histocyten (macrofagen: opruimers afval)
o Mestcellen (vaso-actieve stoffen histamine en serotonine, heparine)
o Plasmacellen (antistoffen, immuunsysteem)
Bindweefselvloeistof: grondsubstantie, mucoïd
Bindweefselvezels: collageen en elastine
Je moet weten wat de processen van een ontstekingsreactie zijn!!
Klassieke beschrijving ontstekingsproces:
Rubor: roodheid
Tumor: zwelling
Calor: warmte
Dolor: pijn
Functio laesa: verlies van functie
Belangrijkste vasculaire verandering bij acute ontsteking:
Dilatatie van de kleine bloedvaten
Vertraging van de bloedstroom (diapedese)
Toegenomen permeabiliteit van de vaatwand waardoor diffusie van grote hoeveelheid
eiwit en vloeistof mogelijk wordt (exsudaat).
4