Samenvattingen literatuur Duurzame Delta
1
Zegwaard & Wester (2014)
Gaat over hoe overheden, wetenschappers en ecologische systemen samen evolueren met
betrekking tot het beleid omtrent het water in Nederland Hoe zijn feiten geconstrueerd en
gebruikt in beleidsvorming?
Na overstromingen in ’53 kwamen de Delta-werken; half open (compromis ecologie vs veiligheid) en
klaar in jaren ’80.
- Na afronding werd de opvatting “leven met het water” i.p.v. “vechten tegen water”
o Veiligheid is nog steeds belangrijkst, maar klimaat heeft sterke rol gekregen
Wetenschap (berekeningen) was erg belangrijk in het besluitmakingsproces voor het gevecht tegen
het water.
- Wetenschappelijke modellen werden gebruikt als watermanagement-instrumenten en
vervolgens om maatregelen te treffen
- Maar: modellen zijn bevooroordeeld door wetenschappers en niet-wetenschappelijke en
ecologische inzichten zijn ook belangrijk zoals bij de Philips-dam
o Haven Antwerpen zou minder vervoer krijgen; verzilting; algen; etc.
Maken van Delta-werken (Philips-dam) gaat gepaard met probleemstellingen tijdens en na de bouw
die leiden tot nieuwe inzichten en oplossingen.
- De algen waren bijvoorbeeld een probleem met meerdere gevolgen
o Ganzen, rot, verontreiniging vers water
Dus: overheid maakt besluiten voor het watermanagement in Nederland aan de hand van de
wetenschappelijke bevindingen (modellen) en de belangen van de natuur of mensen. Besluiten gaan
geenszins vloeiend, want er zijn altijd belanghebbenden die iets willen dan wel niet willen.
2
Nederland in het Holoceen
H2
Holoceen – 11700 jaar geleden
- Meeste van Nederlandse landschap ontstaan in deze tijd
- Miljoenen jaren aan klimaatschommelingen (glacialen en interglacialen) ging eraan vooraf
o Door fluctuaties in de draaiing van de aarde om de zon (excentriciteit), veranderende
stand aardas (obliquiteit) en veranderingen in tolbeweging (precessie) Milankovic
cycli
o En hoge hoeveelheid kooldioxide in atmosfeer warme periode en andersom
o Ligging continenten
- Warme periode na een lang glaciaal (100.000 jaar (Weichselien))
- Nederland was toendra, maar door komst Holoceen veel bos en stijgende zeespiegelstijging
door smelting
, H3
Landschap NL
- NL lag nog niet aan zee toen HLC begon
- Veel veenpakketten door drassige landschap en afzettingen zand en klei
o Zeespiegelstijging
- Waddenzee met veel zand en klei
o Met getijdengebieden met geulen waar de zee het land in kon trekken
- Zeespiegelstijging was echter niet de enige factor voor landschapsvorming NL, want
temperatuurstijging is na de spurt 11700 jaar geleden vrij stabiel gebleven
o Bodemdaling
Glacio-isostatie
Als een ijskap smelt, veert de korst hieronder op door verlies gewicht
en zakt het aanliggende gedeelte dat niet onder de ijslaag lag
Tektoniek
Inklinking
Ontwatering van gebieden die voor veel procent uit water bestaan
(veen of klei)
- Uiteindelijk stopte verschuiven van de kust door sedimentaanvoer vanuit rivieren en
veenlandschap
4
Bosatlas
Weer: momentopname, klimaat: gemiddelde in langere periode
Hoge – en lagedrukgebieden: Polen; zonlicht schuin koud, evenaar andersom.
- Lucht verplaatst zich van de tropen naar de polen door verschillen in warmte hoge en
lagedrukgebieden
Straling: Meeste warmte op aarde komt door straling van de zon
- Straling wordt geabsorbeerd en weerkaatst stralingsbalans
Seizoenen: scheve stand van de aardas om het etmaal anders en elliptische baan om aardas: ’s
zomers staat de zon rechter op de aarde en schijnt het langst en ’s winters andersom.
Neerslag: vochtige lucht koelt af en condenseert; kans op regen neemt toe
Neerslagoverschot = neerslag – verdamping waterbalans
Broeikasgassen houden warmtestraling meer vast stralingsbalans neigt meer naar absorptie, want
straling wordt weer teruggekaatst naar oppervlak en minder kan ontsnappen CO2 uitstoot
belangrijkst
Noordpool warmt sneller op dan Zuidpool vanwege warmere waterstromen en smelting van ijs dat
nu minder zonlicht weerkaatst. Op zee ook minder temperatuurstijging dan op land want water
warmt minder snel op.
Klimaatscenario Antropoceen: IPCC; 5 scenario’s met verschillende omstandigheden
(bevolkingsgrootte, technologie, bbp etc.) en klimaatmodellen.
1
Zegwaard & Wester (2014)
Gaat over hoe overheden, wetenschappers en ecologische systemen samen evolueren met
betrekking tot het beleid omtrent het water in Nederland Hoe zijn feiten geconstrueerd en
gebruikt in beleidsvorming?
Na overstromingen in ’53 kwamen de Delta-werken; half open (compromis ecologie vs veiligheid) en
klaar in jaren ’80.
- Na afronding werd de opvatting “leven met het water” i.p.v. “vechten tegen water”
o Veiligheid is nog steeds belangrijkst, maar klimaat heeft sterke rol gekregen
Wetenschap (berekeningen) was erg belangrijk in het besluitmakingsproces voor het gevecht tegen
het water.
- Wetenschappelijke modellen werden gebruikt als watermanagement-instrumenten en
vervolgens om maatregelen te treffen
- Maar: modellen zijn bevooroordeeld door wetenschappers en niet-wetenschappelijke en
ecologische inzichten zijn ook belangrijk zoals bij de Philips-dam
o Haven Antwerpen zou minder vervoer krijgen; verzilting; algen; etc.
Maken van Delta-werken (Philips-dam) gaat gepaard met probleemstellingen tijdens en na de bouw
die leiden tot nieuwe inzichten en oplossingen.
- De algen waren bijvoorbeeld een probleem met meerdere gevolgen
o Ganzen, rot, verontreiniging vers water
Dus: overheid maakt besluiten voor het watermanagement in Nederland aan de hand van de
wetenschappelijke bevindingen (modellen) en de belangen van de natuur of mensen. Besluiten gaan
geenszins vloeiend, want er zijn altijd belanghebbenden die iets willen dan wel niet willen.
2
Nederland in het Holoceen
H2
Holoceen – 11700 jaar geleden
- Meeste van Nederlandse landschap ontstaan in deze tijd
- Miljoenen jaren aan klimaatschommelingen (glacialen en interglacialen) ging eraan vooraf
o Door fluctuaties in de draaiing van de aarde om de zon (excentriciteit), veranderende
stand aardas (obliquiteit) en veranderingen in tolbeweging (precessie) Milankovic
cycli
o En hoge hoeveelheid kooldioxide in atmosfeer warme periode en andersom
o Ligging continenten
- Warme periode na een lang glaciaal (100.000 jaar (Weichselien))
- Nederland was toendra, maar door komst Holoceen veel bos en stijgende zeespiegelstijging
door smelting
, H3
Landschap NL
- NL lag nog niet aan zee toen HLC begon
- Veel veenpakketten door drassige landschap en afzettingen zand en klei
o Zeespiegelstijging
- Waddenzee met veel zand en klei
o Met getijdengebieden met geulen waar de zee het land in kon trekken
- Zeespiegelstijging was echter niet de enige factor voor landschapsvorming NL, want
temperatuurstijging is na de spurt 11700 jaar geleden vrij stabiel gebleven
o Bodemdaling
Glacio-isostatie
Als een ijskap smelt, veert de korst hieronder op door verlies gewicht
en zakt het aanliggende gedeelte dat niet onder de ijslaag lag
Tektoniek
Inklinking
Ontwatering van gebieden die voor veel procent uit water bestaan
(veen of klei)
- Uiteindelijk stopte verschuiven van de kust door sedimentaanvoer vanuit rivieren en
veenlandschap
4
Bosatlas
Weer: momentopname, klimaat: gemiddelde in langere periode
Hoge – en lagedrukgebieden: Polen; zonlicht schuin koud, evenaar andersom.
- Lucht verplaatst zich van de tropen naar de polen door verschillen in warmte hoge en
lagedrukgebieden
Straling: Meeste warmte op aarde komt door straling van de zon
- Straling wordt geabsorbeerd en weerkaatst stralingsbalans
Seizoenen: scheve stand van de aardas om het etmaal anders en elliptische baan om aardas: ’s
zomers staat de zon rechter op de aarde en schijnt het langst en ’s winters andersom.
Neerslag: vochtige lucht koelt af en condenseert; kans op regen neemt toe
Neerslagoverschot = neerslag – verdamping waterbalans
Broeikasgassen houden warmtestraling meer vast stralingsbalans neigt meer naar absorptie, want
straling wordt weer teruggekaatst naar oppervlak en minder kan ontsnappen CO2 uitstoot
belangrijkst
Noordpool warmt sneller op dan Zuidpool vanwege warmere waterstromen en smelting van ijs dat
nu minder zonlicht weerkaatst. Op zee ook minder temperatuurstijging dan op land want water
warmt minder snel op.
Klimaatscenario Antropoceen: IPCC; 5 scenario’s met verschillende omstandigheden
(bevolkingsgrootte, technologie, bbp etc.) en klimaatmodellen.