2022
tijdvak 1
maandag 16 mei
13.30 - 16.30 uur
natuurkunde
Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Dit examen bestaat uit 27 vragen.
Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.
Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald
kunnen worden.
Als bij een vraag een verklaring, uitleg, berekening of afleiding gevraagd wordt,
worden aan het antwoord meestal geen punten toegekend als deze verklaring,
uitleg, berekening of afleiding ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd.
Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft meer dan twee
redenen, dan worden alleen de eerste twee in de beoordeling meegeteld.
HA-1023-a-22-1-o
, Ga verder op de volgende pagina.
HA-1023-a-22-1-o lees verder ►►►
, Muziekdoos
Een muziekdoos is een klein muziekinstrument. Zie figuur 1 en 2.
figuur 1 figuur 2
De muziekdoos maakt muziek door stalen strips te laten trillen. Op een
draaiende, cilindervormige rol zijn pinnen aangebracht die een strip aan
één uiteinde optillen. Zie figuur 3. De strip springt vervolgens los van de
pin en begint te trillen.
figuur 3
Door meerdere strips naast elkaar te gebruiken, kan een melodie worden
gespeeld. Zie figuur 1 en 2.
De melodie herhaalt zich elke 15 seconde. In deze tijd roteert de rol dus
één keer.
3p 1 Maak met behulp van figuur 1 een beredeneerde schatting van de
baansnelheid van een pin op de rol.
HA-1023-a-22-1-o lees verder ►►►
, De lengte van iedere strip is verschillend. Een strip gaat trillen in de
grondtoon. In figuur 4 zijn vier patronen van knopen (K) en buiken (B) in
een strip te zien.
figuur 4
I II III IV
1p 2 Welk patroon is juist?
A patroon I
B patroon II
C patroon III
D patroon IV
In tabel 15C van Binas en tabel 2.1c van Sciencedata is gegeven welke
frequenties bij welke muzieknoten horen. Zo is te zien dat bij de
muzieknoot a1 (ook wel a’ genaamd) een frequentie hoort van 440 Hz.
Met een camera is een opname gemaakt van een trillende strip. Hiermee
is de uitwijking van de strip tegen de tijd bepaald. Het (u,t)-diagram
hiervan staat in figuur 5.
figuur 5
3p 3 Voer de volgende opdrachten uit:
Bepaal de frequentie van de toon die deze strip voortbrengt. Geef het
antwoord in twee significante cijfers.
Geef aan met welke muzieknoot deze frequentie het best
overeenkomt.
HA-1023-a-22-1-o lees verder ►►►