1.3 Huishoudens en hun financiën
Huishouden: als je alleen of samen met anderen gezamenlijk economische beslissingen neemt.
Economische beslissingen:
- Hoe kom ik aan mijn geld
- Waar wil ik wonen
- Hoe ga ik dat betalen
- Wat koop ik wel en wat niet
Gezinnen hebben te maken met drie soorten uitgaven:
1. Huishoudelijke uitgaven: levensmiddelen, huidieren, cadeau’s en bloemen, uitgaan
2. De vaste lasten: huur van de woning, uitgaven voor gas, wat en electriciteit
3. De reserveringen: geld opzij leggen voor grotere uitgaven: aanschaf nieuwe keuken, auto of
wasmachine
Sparen: het deel van je inkomen dat je overhoudt nadat je al je uitgaven voor consumptie hebt
gedaan.
1.3.2 een begroting maken als gezin
Een begroting van een huishouden: bestaat uit een overzicht van alle ontvangsten die in de komende
periode te verwachten zijn zoals loon, vakantiegeld, kinderbijslag en rente op een spaarrekening.
Daarnaast een lijst met alle uitgaven die kunnen worden voorzien: huur hypotheek, eten en drinken,
kleding.
Begroting maak je vooraf en kan dus afwijken van de werkelijkheid.
- Na een periode kan je evalueren en de begroting bijwerken.
- Een begroting leert je in de toekomst betere inschattingen te maken
Een sluitende begroting: dat je net zoveel uitgeeft als binnenkrijgt.
Voorbeelden van inkomen krijgen:
- Uitkering
- Rente van spaargeld
- Loon
- Inkomen uit de verhuur van een kamer/ huis
- Winst uit een bedrijf
1.4.1 Wat gebeurt er op prinsjesdag
, - Elke derde dinsdag in september
- Minister van Financiën draagt het koffertje waar de begroting inzit
Rijksbegroting: hier staan de plannen van de regering uitgebreid beschreven en er staat precies in
wat al die plannen gaan kosten en wat de regering aan inkomsten verwacht te ontvangen.
Miljoenennota: een algemene toelichting op de rijksbegroting. Gaat ook in op de economische
situatie van Nederland.
In de miljoenennota kan iedereen terugvinden of er wat meer of wat minder gedaan zal worden
voor bepaalde groepen in de samenleving.
Hoe geeft de overheid geld uit:
- Net zoals bedrijven kan de overheid investeren
- Verbeteren van het wegennet
- Verbeteren van het onderwijs
- Financieren van gebouwen met hun inrichting
- Salarissen van personeel
- Geld voor de zorg, de ziekenhuizen, etc.
Inkomsten overheid:
- Belastingen
- Sociale premies
- De overheid krijgt ook winst van de bedrijven die in haar bezit zijn, aosl aardgas via de
Nederlandse Gasunie (staat wel onder druk ivm aardbevingen in Groningen)
Vennootschapsbelasting: belasting op de winst van de grotere bedrijven
Indirecte belastingen: zijn de belastingen op goederen en diensten ( BTW, accijnzen en overige
indirecte belastingen)
BTW: je betaalt btw als je goederen en diensten koopt
Accijns: een belasting op producten waarvan de overheid het gebruik wil afremmen door deze
producten duurder te maken.
Overige indirecte belastingen: op sommige producten die van buiten de EU naar Nederland komen
Sociale premies: Deze zijn bedoeld om de uitkeringen te betalen, zoals aan werkelozen,
arbeidsongeschikten en ouderen.
Hoofdstuk 2 De verdeling van het inkomen
Primair inkomen: ontvang je door met je arbeidskracht of je bezit een bijdrage te leveren aan het
produktieproces. Denk aan je bijbaantje.