Biologie hoofdstuk 4
Puberteit
Primaire geslachtskenmerken zijn kenmerken die je al hebt vanaf je geboorte:
Bij jongens: balzak en penis
Bij meisjes: schaamlippen en vagina.
Secundaire geslachtskenmerken zijn kenmerken die je in de puberteit krijgt:
Bij jongens: borsthaar, baardgroei, zwaardere stem, gespierde bouw
Bij meisjes: borsten, brede heupen, ronde lichaamsvormen
Lichamelijke veranderingen in de puberteit:
1. Er vind een snelle groei plaats (groeispurt)
2. De voortplantingsorganen gaan functioneren.
3. De secundaire geslachtskenmerken gaan ontstaan
Geestelijke veranderingen in de puberteit:
1. Meer belangstelling hebben voor andere mensen
2. Soms verlieft worden op iemand
3. Je stelt je zelfstandiger op tegen je ouders.
4. Seksualiteit begint een belangrijke rol te spelen in het leven
5. Anders omgaan met vrienden en vriendinnen, bijvoorbeeld vriendschappen in groepen
6. Soms boos, verdrietig, onzeker en eenzaam voelen
Een vrouw
Eierstokken= hierin vindt de ontwikkeling van de eicellen plaats.’
Eicellen =
1. Eicellen zijn de vrouwelijke geslachtscellen.
2. De ontwikkeling van de eicellen begint in de puberteit onder invloed van
hormonen uit de hypofyse.
3. Een eicel bevat veel reservevoedsel.
baarmoeder = hierin kan een bevruchte eicel zich ontwikkelen tot een kind.
Clitoris = gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven
de clitoris
– clitoriseikel: gevoelig ‘knopje’ dat zichtbaar is aan de buitenkant
– clitorishoed: huidplooi om de clitoriseikel
– zwellichamen: vullen zich met bloed als de vrouw seksueel opgewonden raakt
, • Buitenste schaamlippen: de dikke, behaarde huidplooien.
• Binnenste schaamlippen: de dunne, gladde huidplooien.
– In de wand liggen klieren die bij seksuele opwinding slijm produceren.
– Na de puberteit zijn de binnenste schaamlippen bij de meeste vrouwen groter dan
de buitenste.
• Vagina = is aan de binnenkant bekleed met slijmvlies.
– Rond de opening kan een randje weefsel zitten: het maagdenvlies.
– Bij menstruatie worden slijmvlies en bloed via de vagina afgevoerd.
Ovulatie (eisprong) = het vrijkomen van een eicel uit een eierstok.
– Een eicel blijft na de ovulatie 12 tot 24 uur in leven.
– Als de eicel wordt bevrucht, kan hij wel in leven blijven.
• Menstruatie (ongesteld zijn) = maandelijks afstoten van baarmoederslijmvlies en
bloed.mal
• Menstruatiecyclus:
– dag 1: begin van de menstruatie, afbraak baarmoederslijmvlies
– dag 5 (ongeveer): begin opbouw baarmoederslijmvlies
– dag 14 (ongeveer): ovulatie
– dag 28: laatste dag van de cyclus, einde opbouw baarmoederslijmvlies
De reden dat je niet ongesteld wordt als je zwanger bent, is dat de baarmoeder het slijmvlies
behoudt om een mooi huisje te creëren voor de baby die in je groeit.
Puberteit
Primaire geslachtskenmerken zijn kenmerken die je al hebt vanaf je geboorte:
Bij jongens: balzak en penis
Bij meisjes: schaamlippen en vagina.
Secundaire geslachtskenmerken zijn kenmerken die je in de puberteit krijgt:
Bij jongens: borsthaar, baardgroei, zwaardere stem, gespierde bouw
Bij meisjes: borsten, brede heupen, ronde lichaamsvormen
Lichamelijke veranderingen in de puberteit:
1. Er vind een snelle groei plaats (groeispurt)
2. De voortplantingsorganen gaan functioneren.
3. De secundaire geslachtskenmerken gaan ontstaan
Geestelijke veranderingen in de puberteit:
1. Meer belangstelling hebben voor andere mensen
2. Soms verlieft worden op iemand
3. Je stelt je zelfstandiger op tegen je ouders.
4. Seksualiteit begint een belangrijke rol te spelen in het leven
5. Anders omgaan met vrienden en vriendinnen, bijvoorbeeld vriendschappen in groepen
6. Soms boos, verdrietig, onzeker en eenzaam voelen
Een vrouw
Eierstokken= hierin vindt de ontwikkeling van de eicellen plaats.’
Eicellen =
1. Eicellen zijn de vrouwelijke geslachtscellen.
2. De ontwikkeling van de eicellen begint in de puberteit onder invloed van
hormonen uit de hypofyse.
3. Een eicel bevat veel reservevoedsel.
baarmoeder = hierin kan een bevruchte eicel zich ontwikkelen tot een kind.
Clitoris = gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven
de clitoris
– clitoriseikel: gevoelig ‘knopje’ dat zichtbaar is aan de buitenkant
– clitorishoed: huidplooi om de clitoriseikel
– zwellichamen: vullen zich met bloed als de vrouw seksueel opgewonden raakt
, • Buitenste schaamlippen: de dikke, behaarde huidplooien.
• Binnenste schaamlippen: de dunne, gladde huidplooien.
– In de wand liggen klieren die bij seksuele opwinding slijm produceren.
– Na de puberteit zijn de binnenste schaamlippen bij de meeste vrouwen groter dan
de buitenste.
• Vagina = is aan de binnenkant bekleed met slijmvlies.
– Rond de opening kan een randje weefsel zitten: het maagdenvlies.
– Bij menstruatie worden slijmvlies en bloed via de vagina afgevoerd.
Ovulatie (eisprong) = het vrijkomen van een eicel uit een eierstok.
– Een eicel blijft na de ovulatie 12 tot 24 uur in leven.
– Als de eicel wordt bevrucht, kan hij wel in leven blijven.
• Menstruatie (ongesteld zijn) = maandelijks afstoten van baarmoederslijmvlies en
bloed.mal
• Menstruatiecyclus:
– dag 1: begin van de menstruatie, afbraak baarmoederslijmvlies
– dag 5 (ongeveer): begin opbouw baarmoederslijmvlies
– dag 14 (ongeveer): ovulatie
– dag 28: laatste dag van de cyclus, einde opbouw baarmoederslijmvlies
De reden dat je niet ongesteld wordt als je zwanger bent, is dat de baarmoeder het slijmvlies
behoudt om een mooi huisje te creëren voor de baby die in je groeit.