Les 1: Geest, gedrag en psychologische wetenschap
Zes belangrijke perspectieven domineren het snel veranderende veld van de moderne psychologie: het
biologische, cognitieve, behaviorischtische, whole-person, ontwikkelings- en sociaculturele
perspectief. Alle kwamen ze voort uit radicaal nieuwe ideeën over geest en gedrag.
TABEL 1.1 BLZ 17
René Descrartes is de grondlegger van het biologische perspectief. Dit
Biologische perspectief: het perspectief gaat er van uit dat het lichaam apart van de geest kan worden
psychologische perspectief bestudeerd. De moderne psychologen hebben het standpunt dat zowel
dat de oorzaken van gedrag onze persoonlijkheid, onze voorkeuren, onze gedragspatronen als onze
zoekt in het functioneren vaardigheden voort komen uit onze lichamelijke eigenschappen. Daarom
van de genen, de hersenen zoeken biologisch psychologen naar de oorzaken van ons gedrag in het
en het zenuwstelsel en zenuwstelsel, het endocriene stelsel (hormoonstelsel) en de genen.
hormoonstelsel. Neurowetenschap: het vakgebied dat zich richt op begrip van hoe de
hersenen gedachten, gevoelens, motieven, bewustzijn, herinneringen en
andere mentale processen creëren.
Een andere belangrijke variant van de biologische psychologie is voortgekomen uit de ideeën van Charles
Darwin met zijn evolutionaire psychologie.
Evolutionaire psychologie: een relatief nieuw specialisme in de psychologie dat gedrag en mentale
processen beschouwt op basis van hun genetische aanpassingen aan overleving en voortplanting.
Introspectie: beschrijving van je eigen innerlijke, bewuste ervaringen.
Tubula rasa: een onbeschreven blad dat door ervaring, leerprocessen en
opvoeding persoonlijkheid en
vaardigheden krijgt.
Structuralisme (Edward Bradford Titchener): Historische stroming Cognitieve perspectief: een van de
binnen de psychologie die de basisstructuren van de geest en de belangrijkste psychologische
gedachten trachtte te ontrafelen. Structuralisten zochten de perspectieven, waarbij de nadruk li
‘elementen’ van de bewuste ervaring. op mentale processen zoals leren,
Functionalisme (William James): Historische stroming binnen de geheugen, perceptie en denken als
psychologie die meenden dat psychische processen het beste begrepen vormen van informatieverwerking.
kunnen worden in het licht van hun adaptieve nut en functie.
Behaviorisme: een historische school die ernaar streefde om van de
psychologie een objectieve wetenschap te maken die zich alleen op
gedrag richtte (en niet op mentale processen).
De wetenschap van het gedrag en van de meetbare omstandigheden in de omgeving die dit gedrag
beïnvloeden. Alleen gedrag kon betrouwbaar worden geobserveerd en gemeten.
, De geest is iets subjectiefs waarvan we het bestaan niet eens kunnen bewijzen.
Behavioristisch perspectief: een psychologische invalshoek die de bron van onze handelingen zoekt in stimuli
vanuit de omgeving, ipv in innerlijke mentale processen.
Psychodynamische psychologie: een benadering die de nadruk legt op het begrijpen van het menselijk
functioneren in termen van onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en conflicten.
De eerste en bekendste vertegenwoordiger van de psychodynamische benadering is Sigmund Freud; zijn
systeem wordt psychoanalyse genoemd.
Psychoanalyse: een benadering van de psychologie die gebaseerd is op
de veronderstellingen van Freud, die de nadruk legt op onbewuste
processen.
Perspectieven vanuit de gehele Humanistische psychologie: een klinische benadering die de nadruk legt
persoon (whole person): een aantal op de mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil van de mens. (Carl
psychologische perspectieven die Rogers en Abraham Maslow)
draaien om een globaal inzicht in Vanuit het humanistische perspectief heeft de opvatting die je hebt van
de persoonlijkheid, waaronder de jezelf en van je fysieke en emotionele behoeften een grote invloed op
psychodynamische psychologie, gedachten, emoties en handelingen, die op hun beurt allemaal invloed
humanistische psychologie en hebben op de ontwikkeling van je potentieel.
psychologie van karaktertrekken en
Psychologie van karaktertrekken en temperament: een psychologisch
temperament.
perspectief dat gedrag en persoonlijkheid ziet als de producten van
fundamentele psychologische kenmerken. (oude Grieken)
Het fundamentele idee dat deze psychologie van andere onderscheidt,
luidt als volgt: verschillen tussen mensen ontstaan uit verschillende
blijvende kenmerken en neigingen, die karaktertrekken en temperamenten worden genoemd.
Volgens het ontwikkelingsperspectief is
psychologische verandering het gevolg van
een interactie tussen de erfelijke Ontwikkelingsperspectief: een van
eigenschappen die in onze genen zijn de perspectieven dat zich
vastgelegd en de invloed van onze onderscheid door de nadruk op
omgeving. Maar wat levert het grootste aandeel bij het bepalen erfelijkheid en omgeving, en op
voorspelbare veranderingen die
van wie we worden: nature of nurture (erfelijkheid of omgeving)?
zich voordoen tijden de levensloop.
Biologische psychologen leggen de nadruk op nature, terwijl
behavioristen nurture benadrukken.
Het grote idee dat bepalend is voor het ontwikkelingsperspectief
is: mensen veranderen op voorspelbare wijze, naarmate de invloeden van erfelijkheid en omgeving zich
in de loop van de tijd ontplooien. (=mensen denken en handelen verschillend op verschillende
momenten in hun leven.) Oa: groei, taal, rollen.