Hulpverlener moet een doel stellen en passende rol kiezen. Gespreksmodel voor nodig.
Doel: verminderen van problemen. Om doel te bereiken moet gesprek orderlijk verlopen.
Hulpverlener is eerstverantwoordelijke voor goed verloop van gesprek.
2 typen doelen:
- Procesdoelen: creeëren voorwaarden voor optimaal verloop van hulpverleningsgesprek (bv.
scheppen van rust en vertrouwen). Gaat om methodische benadering van cliënt. Vooral voor
verantwoordelijkheid hulpverlener. In het begin van gesprek voor iedere cliënt hetzelfde. Later
kan cliënt meewerken -> bv. zo concreet mogelijk formuleren van waar hij mee zit.
- Productdoelen
Zijn verschillend voor iedere cliënt. Kiezen van productdoelen vooral verantwoordelijkheid van
cliënt, maar gezamenlijke verantwoordelijkheid. Maar cliënt moet het als zijn doel zien, zodat
hij gemotiveerd is eraan te werken.
Door doelen en middelen 1. is het mogelijk te evalueren of een doel is bereikt of dat het juist
stagneert, 2. hoeft hulpverlener minimaal in te grijpen.
Hulpverlener moet terugtreden als cliënt zelf kan verder verken aan zijn probleem. Dit in iedere
fase. Hulpverlener moet hier attent op zijn.
Rollen van hulpverlener: vertrouwensfiguur, mededeelzame detective, docent en coach.
Vertrouwensfiguur:
Roger: breng rust en vertrouwen in situatie (zorgen voor duidelijkheid en veiligheid). Wordt
bereikt door:
- begincontract
- echt en transparant functioneren hulpverlener
- cliënt onvoorwaardelijk accepteren
- empathisch reageren vooral in begin belangrijk
Wexler: vertrouwensfiguur doet al veel: draagt bij aan verheldering in informativerwerking
(door praten kan cliënt gevoelens plaatsen en kan het verbanden zien, en kan nuances (veel
details) aanbrengen in denken).