Een indicator is een stof waarmee je kunt
bepalen of een oplossing zuur o f basisch i s.
Om het verschil in zuurgraad i n een
getalwaarde te kunnen weergeven, gebruik
je de pH. Een oplossing is zuur als pH < 7,
en basisch als pH > 7 en neutraal als pH=7.
Er zijn verschillende indicatoren:
Lakmoespapier is papier waarop de stof l akmoes is aangebracht: het geeft aan of de
oplossing zuur of basisch is.
Met universeel indicatorpapier kun je pHwaarde van een oplossing vaststellen
Er zijn ook oplossingen van kleurstoffen die bruikbaar zijn als indicator: Binas T52A:
indicatoren met bijbehorende omslagtrajecten(:het pHgebied waarin de indicator van
kleur verandert. Als je gebruikmaakt van meerdere indicatoren kun je de pH van een
oplossing achterhalen.
8.3
Zure oplossingen kunnen stroom geleiden en bevatten dus ionen. Als een zuur oplost in
water worden H+ionen afgegeven aan watermoleculen. Het gevormde ion heet
oxoniumion(H3O+).
Vb. HCl (g) + H2O (l) → H3O+(aq) + Cl+(aq)
Zuurresten Zuur*
Fluoride F HF Waterstofluoride
Chloride Cl HCl Waterstofchloride
Bromide Br HBr Waterstofbromide
Sulfide S2 H2S Waterstofsulfide
Jodide I HI Waterstofjodide
Nitraat NO3 HNO3 Salpeterzuur
Nitriet NO2 HNO2 Salpeterigzuur**
Sulfaat SO42 H2SO4 Zwavelzuur
Sulfiet SO32 H2SO3*** Zwaveligzuur**
Fosfaat PO43 H3PO4 Fosforzuur
Carbonaat CO32 H2CO3*** Koolzuur
Acetaat CH3COO CH3COOH Azijnzuur
* Een zuur moet altijd neutraal zijn
** Naam met ig → het heeft één Oatoom minder
*** Deze zuren zijn instabiel, ze vallen uiteen: H2SO3 → H2O + SO2