Basische oplossing is een oplossing met een pH van groter dan 7. Basische oplossing
bevatten basen. Een base is een deeltje dat H+ kan opnemen. Een basische oplossing bevat
altijd OHionen(hydroxydeionen).
Sterke basen reageren volgens een aflopende reactie met waterstofionen. Bij z wakke basen
treedt met water een evenwichtsreactie op. Als een zwakke base een H+ opneemt, ontstaat
zwak zuur dat weer een H+ kan afgeven. Die vormen een geconjugeerd zuurbasepaar.
Belangrijke sterke basen:
Het oxideion: O2 (aq) + H2O (l) → OH(aq) + OH (aq) → 2OH(O2 neemt een H+ op
van water)
Het hydroxydeion(OH): het is altijd aanwezig in een base
Belangrijke zwakke base:
Ammoniak: NH3 (aq) + H2O (l) ⇔ NH4+(aq) + OH(aq)
ammoniak + ammonium = ammonia
9.3
Binas T49: onderste 5 zijn de sterkste basen. B ij een zwakke base ligt het evenwicht naar
links
Als een goed oplosbaar zout een sterk basische ion bevat, reageert het zout direct
aflopend met water: je noteert dan één reactievergelijking:
Na2O(s) + H2O(l) → 2 Na+(aq) + 2 OH(aq)
Als een goed oplosbaar zout een zwak basich io bevat, noteer je twee
reactievergelijkingen, een van het oplossen van het zout en een van de reactie van de
base met het water:
NaF(s) → Na+(aq) + F(aq)
F(aq) + H2O(l) ⇄ HF(aq) + OH(aq)
Als er een slecht oplosbaar zout een basisch ion bevat, verloopt er geen reactie met
water.
Een meerwaardige zwakke base neemt meestal één H+ion op van water.
Aminen zijn zwakke organische basen. Ook ammoniak is een zwakke base. Een
eenwaardige base kan één H+ion opnemen. Een meerwaardige base meerdere H+ionen
opnemen.
Een oplossing van een sterke base noteer je als de ionen die ontstaan door de reactie met
water:
K2O(aq) + H2O(l) → 2 K+(aq) + 2 OH(aq) Notatie:K+(aq) + OH(aq)
Een ion als zwakke base noteer je als het oorspronkelijke ion:
NH3(aq) + H2O(l) ⇄ NH4+(aq) + OH(aq) Notatie:NH3(aq)
Een oplossing van een moleculaire stof als zwakke base noteer je al het oorspronkelijke
molecuul.
9.4
Een basische oplossing bevat altijd OH → pOH berekenen:
pOH = log[OH] → [OH] = 10pOH
Het verband tussen pH en pOH is: pH + pOH = 14.00.
Bij een oplossing van een sterke base kun je de pOH rechtstreeks berekenen uit de
molariteit van de oplossing. Vervolgens kun je de pH berekenen.