Tijdvak 4. De tijd van steden en staten
4.1 De opkomst van steden
ka: de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een argarisch-
urbane samenleving.
Vanaf de 11e eeuw kwam de urbanisatie (verstedelijking) weer omhoog.
Oorzaken:
- Er kwam een eind aan de invasies en plundertochten van Vikingen en andere invallers,
waardoor de handel weer tot bloei kon komen en bewoonde plaatsen groeiden
- Boeren gingen overschotten produceren vraag en aanbod ontstond, markten werden
georganiseerd
Waarom gaan wonen in een stad? steden werden aantrekkelijk door hun welvaart en vrijheid;
mensen konden ontsnappen aan het hofstelsel.
Munten werden het belangrijkste betaalmiddel in het dagelijks leven.
Gevolgen:
- Compagnie = mensen staken samen geld in onderneming en werden gezamenlijk
eigenaar
- Wisselbrief = brief waarin stond dat de koper geld schuldig was aan de verkoper
- Banken = handelaren gingen geld uitlenen tegen rente
4.2 De stedelijke burgerij
ka: de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
Bewoners van steden gingen onderhandelen met hun heer over voorrechten. Met deze privileges of
vrijheden werden ze bevrijd van de verplichtingen aan de heer.
Later gingen stedelingen onderhandelen met graven, hertogen of koningen over stadsrechten.
Wie het burgerrecht kocht, was burger.
Niet iedereen kon burgerrecht kopen (vrouwen, arbeiders, bedelaars, geestelijken, joden,
ect.)
Door de toenemende macht van steden verdwenen de horigheid en het hofstelsel.
Om een tekort aan boeren te voorkomen gingen edelen geld betalen aan de boeren en schaften ze
de herendiensten en verplichtingen af.
4.3 Staatsvorming en centralisatie
ka: het begin van staatsvorming en centralisatie.
Staatsvorming = als een land steeds meer als eenheid wordt bestuurd
Centralisatie = als een land steeds meer vanuit één plek wordt bestuurd
Waren mogelijk door de opkomst van de geldeconomie
4.1 De opkomst van steden
ka: de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een argarisch-
urbane samenleving.
Vanaf de 11e eeuw kwam de urbanisatie (verstedelijking) weer omhoog.
Oorzaken:
- Er kwam een eind aan de invasies en plundertochten van Vikingen en andere invallers,
waardoor de handel weer tot bloei kon komen en bewoonde plaatsen groeiden
- Boeren gingen overschotten produceren vraag en aanbod ontstond, markten werden
georganiseerd
Waarom gaan wonen in een stad? steden werden aantrekkelijk door hun welvaart en vrijheid;
mensen konden ontsnappen aan het hofstelsel.
Munten werden het belangrijkste betaalmiddel in het dagelijks leven.
Gevolgen:
- Compagnie = mensen staken samen geld in onderneming en werden gezamenlijk
eigenaar
- Wisselbrief = brief waarin stond dat de koper geld schuldig was aan de verkoper
- Banken = handelaren gingen geld uitlenen tegen rente
4.2 De stedelijke burgerij
ka: de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
Bewoners van steden gingen onderhandelen met hun heer over voorrechten. Met deze privileges of
vrijheden werden ze bevrijd van de verplichtingen aan de heer.
Later gingen stedelingen onderhandelen met graven, hertogen of koningen over stadsrechten.
Wie het burgerrecht kocht, was burger.
Niet iedereen kon burgerrecht kopen (vrouwen, arbeiders, bedelaars, geestelijken, joden,
ect.)
Door de toenemende macht van steden verdwenen de horigheid en het hofstelsel.
Om een tekort aan boeren te voorkomen gingen edelen geld betalen aan de boeren en schaften ze
de herendiensten en verplichtingen af.
4.3 Staatsvorming en centralisatie
ka: het begin van staatsvorming en centralisatie.
Staatsvorming = als een land steeds meer als eenheid wordt bestuurd
Centralisatie = als een land steeds meer vanuit één plek wordt bestuurd
Waren mogelijk door de opkomst van de geldeconomie