Tijdvak 7. Pruiken en revoluties (1700-1800)
7.1 de Verlichting
KA:
- Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
Isaac Newton = Engelse wetenschapper die zwaartekracht heeft uitgevonden (werd gezien als
grootste genie ooit).
De wetenschappelijke revolutie uit de 17e eeuw (systematisch onderzoeken: 1. Waarnemen, 2.
Experimenteren, 3. Concluderen (zie 6.4)) leidt tot een algemene revolutie in het denken; de
Verlichting.
Wetenschap en verstand hielpen de mensheid om vanuit ‘de duisternis’ (= onwetendheid,
domheid, intolerantie) naar ‘het licht’ (= kennis, inzicht, verdraagzaamheid) te komen.
Ontstaan van optimisme over de mogelijkheid om met het verstand alles te begrijpen en te
verbeteren.
Rationalisme = toepassing van het verstand (de rede)
Zou leiden tot algehele vooruitgang in wetenschap en techniek, maar ook in de politiek en
het menselijk geluk.
Vrijheid was een must voor de verlichting.
Iedereen moet vrij zijn om zelf te denken, op onderzoek uit te gaan en gedachtes uit te
wisselen.
In de hele westerse wereld werd de verlichting populair bij ontwikkelde mensen. Er ontstonden
verlichte verenigingen en leesclubs.
Parijs werd het belangrijkste centrum van de verlichting.
De encyclopedie ontstond; verlichte mensen wilden de mensheid vooruit helpen door kennis uit de
hele wereld toegankelijk te maken -> met kennis was rationalisme beter toepasbaar
Godsdienst
Door de verlichting was er kritiek op godsdienstige intolerantie. De verlichte Pruisische koning
Frederik de Grote vond dat alle religies gelijke rechten moesten hebben. Ze konden namelijk niet
bewijzen dat de een gelijk had en de ander niet.
Atheïst = iemand die niet in een god gelooft
Deïst = iemand die aanneemt dat God de wereld heeft gemaakt, maar zich er niet meer mee bemoeit
Bekende deïst: verlichte Franse schrijver Voltaire:
Alles op aarde verliep sinds de schepping volgens vaste natuurwetten. Wonderen bestonden
niet. God zou dan namelijk tegen zijn eigen natuurwetten ingaan.
Sociale verhoudingen
In de 18e eeuw waren de samenlevingen vol ongelijkheid. Daar waren verschillende meningen over;
- Voltaire vond het bijvoorbeeld prima. Sommigen verdienden geen verlichting en konden zich
beter laten leiden door het gezag van bijvoorbeeld hun adellijke heer of de kerk.
- Volgens anderen waren de sociale verhoudingen in strijd met het rationalisme. Alle mensen
hadden verstand gekregen en moesten dus allemaal gelijke rechten hebben. Na 1760 vonden
7.1 de Verlichting
KA:
- Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
Isaac Newton = Engelse wetenschapper die zwaartekracht heeft uitgevonden (werd gezien als
grootste genie ooit).
De wetenschappelijke revolutie uit de 17e eeuw (systematisch onderzoeken: 1. Waarnemen, 2.
Experimenteren, 3. Concluderen (zie 6.4)) leidt tot een algemene revolutie in het denken; de
Verlichting.
Wetenschap en verstand hielpen de mensheid om vanuit ‘de duisternis’ (= onwetendheid,
domheid, intolerantie) naar ‘het licht’ (= kennis, inzicht, verdraagzaamheid) te komen.
Ontstaan van optimisme over de mogelijkheid om met het verstand alles te begrijpen en te
verbeteren.
Rationalisme = toepassing van het verstand (de rede)
Zou leiden tot algehele vooruitgang in wetenschap en techniek, maar ook in de politiek en
het menselijk geluk.
Vrijheid was een must voor de verlichting.
Iedereen moet vrij zijn om zelf te denken, op onderzoek uit te gaan en gedachtes uit te
wisselen.
In de hele westerse wereld werd de verlichting populair bij ontwikkelde mensen. Er ontstonden
verlichte verenigingen en leesclubs.
Parijs werd het belangrijkste centrum van de verlichting.
De encyclopedie ontstond; verlichte mensen wilden de mensheid vooruit helpen door kennis uit de
hele wereld toegankelijk te maken -> met kennis was rationalisme beter toepasbaar
Godsdienst
Door de verlichting was er kritiek op godsdienstige intolerantie. De verlichte Pruisische koning
Frederik de Grote vond dat alle religies gelijke rechten moesten hebben. Ze konden namelijk niet
bewijzen dat de een gelijk had en de ander niet.
Atheïst = iemand die niet in een god gelooft
Deïst = iemand die aanneemt dat God de wereld heeft gemaakt, maar zich er niet meer mee bemoeit
Bekende deïst: verlichte Franse schrijver Voltaire:
Alles op aarde verliep sinds de schepping volgens vaste natuurwetten. Wonderen bestonden
niet. God zou dan namelijk tegen zijn eigen natuurwetten ingaan.
Sociale verhoudingen
In de 18e eeuw waren de samenlevingen vol ongelijkheid. Daar waren verschillende meningen over;
- Voltaire vond het bijvoorbeeld prima. Sommigen verdienden geen verlichting en konden zich
beter laten leiden door het gezag van bijvoorbeeld hun adellijke heer of de kerk.
- Volgens anderen waren de sociale verhoudingen in strijd met het rationalisme. Alle mensen
hadden verstand gekregen en moesten dus allemaal gelijke rechten hebben. Na 1760 vonden