Kennistoets deel 1
1. Dat een onderzoek herhaalbaar is, betekent…
- Dat andere onderzoekers het onderzoek nog een keer kunnen doen met een andere
groep deelnemers of een andere opzet.
2. Tijdens het onderzoeksproces maak je soms een ‘pas op de plaats’. Wanneer doe je dat?
- Tijdens en na iedere fase van onderzoek
3. Tot het onderzoeksdomein van een onderzoek behoren:
- Alle eenheden waarover de onderzoeker uitspraken doet
4. Welke van de volgende uitspraken over onderzoekskwaliteit is waar volgens jou?
- Onderzoek kan betrouwbaar zijn, maar niet valide
5. Binnen de Big6-zoekmethode gaat:
- Selectie vooraf aan organisatie
6. Bij interne validiteit ga je na of je meet wat je meten wilt
- Onjuist
7. Een logboek is nodig om:
- De betrouwbaarheid van je onderzoek te verhogen
8. In welke volgorde analyseer je de resultaten van een Big6-zoekactie?
- Bestuderen, organiseren, evalueren
9. Informatie die je via internet vindt, moet je in ieder geval beoordelen op:
- Alle genoemde aspecten
10. Je wilt met je onderzoek betrouwbare uitspraken doen. Waar moet je in ieder geval aan
denken?
I. Je onderzoek moet objectief en toetsbaar zijn
II. Je onderzoek moet bruikbaar zijn
11. Wat betekent de internetterm ‘allintitle’?
- Alle woorden moeten in de titel voorkomen
12. Wat is het verschil tussen een gewone zoekmachine en een metacrawler?
- Het verschil is dat een metacrawler tegelijkertijd op een groot aantal zoekmachines kan
zoeken
13. De hoofdvraag van een onderzoek maakt duidelijk voor welke situatie een oplossing wordt
gezocht
- Juist
14. Theorie toetsen is…onderzoek. Theorie ontwikkelen is…onderzoek
- Deductief, inductief
, 15. Een onderzoeker schrijft: ‘voor dit onderzoek gebruiken we de volgende definities’…Wat gaat
hij nu geven?
- De stipulatieve betekenis
16. In je onderzoeksmodel beschrijf je in j e:
- Geen van de genoemde onderdelen
17. Welke stelling is waar?
I. Een deelvraag is een verduidelijking van de hoofdvraag
II. Een deelvraag is een extra hoofdvraag
18. Welke functie heeft het ‘begrip-zoals-bedoeld’?
- Afbakening
19. Welke van de volgende stellingen is juist?
I. Een hoofdvraag bestaat uit een onderzoeksvraag met deelvragen
II. Een hoofdvraag is de belangrijkste vraag in een onderzoek
20. Welke van de volgende vragen hoort niet in de 6W-methode thuis?
- Wat is het resultaat
1. Dat een onderzoek herhaalbaar is, betekent…
- Dat andere onderzoekers het onderzoek nog een keer kunnen doen met een andere
groep deelnemers of een andere opzet.
2. Tijdens het onderzoeksproces maak je soms een ‘pas op de plaats’. Wanneer doe je dat?
- Tijdens en na iedere fase van onderzoek
3. Tot het onderzoeksdomein van een onderzoek behoren:
- Alle eenheden waarover de onderzoeker uitspraken doet
4. Welke van de volgende uitspraken over onderzoekskwaliteit is waar volgens jou?
- Onderzoek kan betrouwbaar zijn, maar niet valide
5. Binnen de Big6-zoekmethode gaat:
- Selectie vooraf aan organisatie
6. Bij interne validiteit ga je na of je meet wat je meten wilt
- Onjuist
7. Een logboek is nodig om:
- De betrouwbaarheid van je onderzoek te verhogen
8. In welke volgorde analyseer je de resultaten van een Big6-zoekactie?
- Bestuderen, organiseren, evalueren
9. Informatie die je via internet vindt, moet je in ieder geval beoordelen op:
- Alle genoemde aspecten
10. Je wilt met je onderzoek betrouwbare uitspraken doen. Waar moet je in ieder geval aan
denken?
I. Je onderzoek moet objectief en toetsbaar zijn
II. Je onderzoek moet bruikbaar zijn
11. Wat betekent de internetterm ‘allintitle’?
- Alle woorden moeten in de titel voorkomen
12. Wat is het verschil tussen een gewone zoekmachine en een metacrawler?
- Het verschil is dat een metacrawler tegelijkertijd op een groot aantal zoekmachines kan
zoeken
13. De hoofdvraag van een onderzoek maakt duidelijk voor welke situatie een oplossing wordt
gezocht
- Juist
14. Theorie toetsen is…onderzoek. Theorie ontwikkelen is…onderzoek
- Deductief, inductief
, 15. Een onderzoeker schrijft: ‘voor dit onderzoek gebruiken we de volgende definities’…Wat gaat
hij nu geven?
- De stipulatieve betekenis
16. In je onderzoeksmodel beschrijf je in j e:
- Geen van de genoemde onderdelen
17. Welke stelling is waar?
I. Een deelvraag is een verduidelijking van de hoofdvraag
II. Een deelvraag is een extra hoofdvraag
18. Welke functie heeft het ‘begrip-zoals-bedoeld’?
- Afbakening
19. Welke van de volgende stellingen is juist?
I. Een hoofdvraag bestaat uit een onderzoeksvraag met deelvragen
II. Een hoofdvraag is de belangrijkste vraag in een onderzoek
20. Welke van de volgende vragen hoort niet in de 6W-methode thuis?
- Wat is het resultaat