Geheugen (boeken, E-readers encolleges)
Taak 1
Transient (kortstondige) geheugen: kortdurend en tijdelijk, duren soms maar enkele seconden. Er
zijn twee typen:
A. Sensorisch geheugen: bevat zintuiglijke herinneringen die kort zijn en voorbijgaan
sensaties van wat je zojuist hebt waargenomen (zien, horen, ruiken); tijdelijk opslagsysteem
voor info die misschien bewerkt gaat worden. Twee soorten:
- Visueel sensorisch geheugen: tijdelijke opslagruimte voor info die visueel wordt
waargenomen. Limiet is +/- 4 of 5 items toch herinneren mensen zich soms meer
- Iconisch geheugen: fotografisch geheugen/beeldgeheugen bevat alle items die
we hebben gezien (minder dan 1 seconde) belangrijk voor het herkennen +
verwerken van info die alleen kort gepresenteerd wordt
Sperling task: men krijgt 3 rijen met letters te zien en mogen 1 seconde
kijken; ze kunnen zich dan 4/5 herinneren (visueel sensorisch geheugen).
Als je echter direct na de rij een verschillende toon/piep laat horen, weten
ze de hele rij vaak nog. Komt doordat ze nog net toegang hebben tot
iconisch geheugen.
B. Korte termijn geheugen: opslagplaats voor het tijdelijke behoud van info die al herkent is
door je sensorische geheugen door actieve herhaling. Limiet is 5-9 items. Een limitatie van
korte termijn geheugen is gelimiteerde aandacht: als je afgeleid raakt en je herhaling wordt
doorbroken is de info weer weg.
Werkgeheugen
Als het korte termijn geheugen wordt gebruikt als tijdelijke opslagplek om info te
manipuleren/gebruiken, wordt hiernaar verwezen als het werkgeheugen (bv nummer herhalen
omdat je wilt bellen, niet om te herinneren). Het kort behouden of manipuleren van info in het
werkgeheugen wordt de executieve/uitvoerende functie van het werkgeheugen genoemd.
Baddeley's werkgeheugen model: bevat twee onafhankelijke buffers van het korte termijn
geheugen, daarnaast een controle mechanisme en twee processen.